“Zonder mijn boeken zou ik alles bij elkaar janken”

Els van Eck in 'Knokken voor je boeken'
“Zonder mijn boeken zou ik alles bij elkaar janken”

Els van Eck woont samen met haar zuster Greet in Diemen. De zitkamer van Els telt zoveel brailleboeken, dat ze lang niet allemaal in de boekenkasten passen. “Ik bestel altijd extra, zodat ik nooit meer zonder kom te zitten.”

Els van Eck (58) komt zelden de deur meer uit, maar zielig? “Ben je helemaal besodemieterd?”, zegt ze opgewekt, met onvervalst Amsterdamse tongval. “Het is een wonder dat ik hier nog rondloop.” Door een medische fout lag ze de eerste twee jaar van haar leven in het ziekenhuis. De artsen hadden haar al opgegeven, maar toch herstelde ze. Ze heeft er wel behoorlijk wat narigheid aan overgehouden. Evenwichtsstoornissen, ernstige vermoeidheid, overgevoeligheid voor geluid. En slechtziendheid, die op haar 38ste overging in blindheid.

Meestal begint ze ’s ochtends om een uurtje of negen al met lezen. Hoe lang? Dat hangt af van wat ze verder nog te doen heeft. Ze zit elke dag op de hometrainer, om de conditie op peil te houden. En ze helpt andere mensen, als dat op haar pad komt. Dus er komen wel eens wat dingetjes tussendoor. Maar als het lukt leest ze ’s ochtends, ’s middags èn avonds. Als het weer het toelaat, zit ze het liefst met haar boek in de tuin. “Eigenlijk lees ik altijd.”

Paniek

Zonder haar boeken zou Els zich geen raad weten, zegt ze. “Ik zou alles bij elkaar janken. Mensen snappen het vaak niet, hoe belangrijk die boeken voor me zijn.” Niet alleen als tijdverdrijf. Als ze niet zou lezen, zou ze de hele dag aan het piekeren zijn. “En maar malen in die kop, over alle ziektes en ellende waar onze familie mee te maken heeft gehad. Dat lost natuurlijk niks op.”

In 2012, het staat in haar geheugen gegrift, werden er op een dag ineens geen brailleboeken meer thuisbezorgd. “Ik was compleet in paniek. Want lezen is voor mij ook een beetje een vlucht uit nare situaties en mijn moeder was toen erg ziek.” Els herpakte zich en besloot uit te zoeken waar het mis was gegaan, tot aan de Tweede Kamer toe. “Natuurlijk heb ik ook meneer Vink van de Vereniging Onbeperkt Lezen erbij gehaald. Die heeft zijn werkgroep met juristen ingeschakeld.” Uiteindelijk bleek dat het distributiecentrum van Dedicon er een zootje van had gemaakt en werden de fouten hersteld.  “Op een dag kwamen er plop, plop, plop vijftig banden tegelijk binnen”, lacht Els. “De postbode heeft zich een breuk gesjouwd.” Sindsdien bestelt ze altijd een paar boeken extra. “Zodat ik nooit meer zonder kom te zitten.”

Gevecht

Els is een allesverslinder: ze leest romans, boeken over theosofie en antroposofie, fantasy, science fiction, thrillers. Haar favoriete boek is De familietiran van Francis Swann. “Aan dat boek kan ik me echt optrekken.” Het gaat over een meisje dat op onderzoek uitgaat om de naam van haar vader, die ten onrechte wordt beschuldigd van moord, te zuiveren. Els: “Dat meisje wordt steeds niet geloofd. Ik heb het wel drie keer gelezen, steeds moest ik zo huilen. Vanwege die afwijzing en wat ze allemaal niet moest doen om de waarheid boven tafel te krijgen.” Ze zucht. “Wij hebben ook altijd moeten vechten om geloofd te worden. Hoe vaak de artsen niet hebben gezegd dat ze niets meer voor me konden doen. Vanaf mijn achttiende hebben we onze eigen artsen gezocht, toen ging het pas beter.”

Els vertelt dat ze een tijdje helderziend is geweest. “Goddank ben ik dat weer kwijt.” In die tijd wist ze soms plotseling, als ze op straat liep: die wordt ziek en die gaat dood. Een aantal mensen heeft ze aangeklampt: “Je gaat núnaar het ziekenhuis en blijft net zo lang tot je geholpen wordt.” Maar ja, je gaat niet alles zeggen wat je ziet. Daarom was ze heel blij dat ze een dagboek had om haar ingevingen van zich af te schrijven. Els: “Ik kan alles kwijt aan mijn niet-sprekende vriendje.”

Uitlaatklep

Op haar 17e is ze ermee begonnen, sindsdien schrijft ze ieder jaar een boek vol. Ze laat een van die boeken zien: meer dan honderd getypte vellen. Vanaf het begin typt ze haar dagboekaantekeningen op een gewone typmachine. Dat typen heeft ze geleerd, toen ze een jaar of zestien was. “Ik wilde met andere mensen kunnen corresponderen.”

In het begin kon ze haar dagboekaantekeningen nog zelf lezen, met een loep. Nu niet meer. Ze haalt haar schouders op. “Voor mij is mijn dagboek vooral een uitlaatklep. Als ik iets van me af heb geschreven, is het klaar. Maar misschien hebben anderen er nog wat aan. Als de langstlevende van onze familie is overleden, gaan alle dagboeken naar het parapsychologisch instituut. Misschien kunnen ze er nog lessen uit trekken?” Heeft ze nooit overwogen om haar dagboeknotities op de computer te typen, zodat ze eenvoudig in braille kunnen worden omgezet?  Els: “Nee, ik ben niet digitaal. Daar word ik een zenuwlijder van. Ik heb stilte en rust nodig.”

Blindeninstituut

Ze denkt dat haar weerzin tegen computers ook te maken heeft met haar ervaringen op het blindeninstituut. Daar werd ze op haar tiende door artsen naar toe gestuurd om dagonderwijs te volgen. Els: “Het was daar altijd: ‘Jij kan niks.’ Of: ‘Daar moet jij niet aan beginnen, dat wordt toch nooit wat.’” Helemaal niets heeft ze daar geleerd, zegt ze. “Ik heb alleen maar lopen janken.”

Op een dag, ze was net zeventien, is ze in haar bed blijven liggen: “Ik kom er nooit meer uit, ik ga nooit meer naar die school.” Toen mocht ze naar de Montessorimavo, waar ze helemaal opbloeide. Daarna rondde ze met succes de opleiding voor personeelsbeleid af. Els: “Toch ben ik dat venijnige stemmetje van het blindeninstituut nooit meer helemaal kwijtgeraakt. Ik voel me een soort vijand van nieuwe dingen.”

Braillewoordenboek

Ze loopt naar de boekenkast en pakt er een dik zwart boek uit. “Dit is een van mijn braillewoordenboeken, daar kan ik ieder woord in vinden. Je moet er toch niet aan denken, dat we straks alleen nog dingen op de computer op kunnen zoeken?” Juist daarom is ze zo blij dat de Vereniging Onbeperkt Lezen er is. “Anders waren er misschien wel geen brailleboeken meer geweest. In een gewone bibliotheek mag je toch ook kiezen tussen een gedrukt boek en een E-book? Daarom knokken wij met elkaar voor brailleboeken.”

Bij Passend Lezen, de bibliotheek voor gesproken boeken en brailleboeken, waren de aanwinstenlijsten met nieuwe titels op een dag alleen nog via de computer in te zien. Els hing direct aan de telefoon: “Hallo, er zijn ook mensen zonder computer hoor!”  Dankzij de vereende krachten van de Vereniging Onbeperkt Lezen komt er nu weer twee keer per jaar een aanwinstenlijst in braille in de bus. Els: “Ik heb geen computer en ik wil geen computer. Mag dat alsjeblieft, als ik me daar beter bij voel?”