'We willen zoveel mogelijk familieleden vinden voor uit huis geplaatste kinderen'

Jeugdbeschermer Kevin Campbell
‘We willen zoveel mogelijk familieleden vinden voor uit huis geplaatste kinderen’

De Amerikaanse jeugdbeschermer Kevin Campbell is de bedenker van Family Finding, een methode om uit huis geplaatste kinderen te herenigen met hun familie. Hij kreeg zelfs voor elkaar dat alle Amerikaanse pleegkinderen er recht op hebben. ‘Zij hebben hun familie keihard nodig.’

Op een dag kon Kevin Campbell het niet meer aanzien. Steeds weer zag hij jongeren die kort nadat de pleegzorg was gestopt verslaafd raakten, in de psychiatrie belandden, afgleden tot crimineel of als jonge ouder opnieuw te maken kregen met jeugdbescherming. Campbell: ‘Die vicieuze cirkel moest stoppen!’
Hij was toen al ruim twintig jaar manager bij een pleegzorginstelling. Ook had hij talloze pleegkinderen tijdelijk opgenomen in zijn eigen gezin. ‘Uiteindelijk kon ik niet anders dan toegeven dat de meeste kinderen niet beter worden van pleegzorg of van plaatsing in een instelling,‘ vertelt hij tijdens een videocall vanuit zijn huis in Seattle.
Campbell is internationaal bekend als grondlegger van Family Finding. Hij besloot uit te zoeken of hij pleegkinderen in contact kon brengen met hun eigen familie: grootouders, ooms, tantes, neven en nichten. Liefst ruim voordat ze op eigen benen moesten staan of ter adoptie werden voorgedragen. ‘Zodat ook deze kinderen kunnen profiteren van de langdurige, diepgaande band die alleen familie kan bieden.’
In 2008 kreeg Campbell voor elkaar dat het Amerikaanse Congres een wet aannam die ieder uit huis geplaatst kind recht geeft op de twee onderdelen van Family Finding: een intensieve zoektocht naar familieleden en een strategie om samen met de opgespoorde familie een plan te maken om voor dat kind te gaan zorgen.

Hoe reageerden uw collega’s toen u begon met Family Finding?
‘Bijna iedereen vond het een zinloze exercitie. “Deze kinderen zijn niet voor niets uit huis geplaatst. Ze hebben geen familie die zich om hen wil bekommeren.” Maar ik zag om me heen voorbeelden van eerder uit beeld geraakte grootouders, ooms en tantes die zich het lot van pleegkinderen wel degelijk aantrokken. En ook in het buitenland waren inspirerende voorbeelden te vinden, zoals de succesvolle acties om weeskinderen na de genocide in Rwanda onder te brengen bij familieleden.

Ik dacht: als het Rode Kruis dit kan, dan moet het ons toch ook lukken?

Ik ging te rade bij het Rode Kruis. Hun uitgangspunt is: ieder kind heeft familie nodig. Zij starten voor elk alleenstaand vluchtelingenkind een wereldwijde zoekactie naar familie. Dat levert vrijwel altijd contacten op met familieleden die iets voor zo’n kind willen betekenen. Ik dacht: als het onder zulke moeilijke omstandigheden kan, dan moet het ons toch ook lukken? Family Finding gaat natuurlijk niet alleen over het opsporen van familieleden. Het doel is om een kring te vormen van verwanten die bereid zijn een kind en, als dat mogelijk is ook zijn biologische ouders, langdurig ondersteuning te bieden.’

Waarom is het herstel van familiebanden zo belangrijk voor uit huis geplaatste kinderen?
‘Dat je er mag zijn en dat anderen er ook onvoorwaardelijk voor jou zijn, is voor iedereen belangrijk. Maar juist uit huis geplaatste kinderen hebben dat keihard nodig. Veel van hen hebben trauma’s, bijvoorbeeld doordat ze thuis geweld hebben meegemaakt, of uit huis zijn geplaatst zonder te begrijpen waarom. Weer deel uitmaken van het sociale netwerk van de familie, kan helpen om gezond te blijven. Uit onderzoek blijkt steeds duidelijker dat het gevoel “nergens bij te horen” de gezondheid van uit huis geplaatste kinderen beschadigt: geestelijk, maar ook lichamelijk.’

Hoe vinden jullie de familieleden van deze kinderen?
‘Op allerlei manieren: via contacten, sociale media, door huis aan huis aan te bellen… De kinderen dragen vaak mensen aan en de ouders ook. Het belangrijkste is dat je niemand bij voorbaat uitsluit. Er wordt vaak gedacht: we moeten mensen vinden die geschikt zijn om voor dit kind te zorgen. Nee! Het gaat erom zoveel mogelijk familieleden te vinden. Zonder vooroordelen over hun mogelijke bijdrage. Kinderen dragen ook vaak andere volwassenen aan die goed voor hen waren, zoals leerkrachten en sportcoaches.’

Zijn kinderen niet bang om opnieuw teleurgesteld te worden?
‘Veel kinderen zijn bezorgd. Ze hebben gelijk, want ze hebben geen controle over de volwassenen in hun leven. Daarom is het belangrijk eerlijk te zijn. Dat hun ouders een leven van strijd hebben gehad, dat het niet goed gaat met hun grootouders, maar dat je misschien toch van ze kunt houden. We laten zien dat er vaak ook anderen zijn bij wie je terecht kunt. Onze ervaring is dat er altijd wel een familielid is dat er voor een kind wil zijn.’

Hoe reageren familieleden die verder weg staan?
‘Ik ben zelden mensen tegengekomen die niet willen helpen als ze horen dat een kind uit de familie het moeilijk heeft. Als we een bijeenkomst beleggen, beginnen we niet met de vraag wie permanent voor een kind wil zorgen. Dat is een te grote verantwoordelijkheid. We vragen wat de aanwezigen willen en kunnen bijdragen. Iedereen kan iets kleins doen, daarom werkt zo’n netwerk zo goed.’

Wat vindt u het belangrijkste succes van Family Finding?
‘Dat een aanzienlijk deel van de kinderen bij familie gaat wonen. Maar het “helen van de familie” is de allerbelangrijkste uitkomst. De kinderen komen vaak uit families die veel hebben meegemaakt, zoals armoede, verslaving en geweld. Daardoor kunnen de familieleden ver van elkaar verwijderd raken. De mensen die we bij elkaar brengen kunnen weer het gevoel krijgen dat ze bij de familie horen. Dat ze gerespecteerd worden en kunnen uiten waar ze jarenlang last van hebben gehad.

Het gaat erom dat familieleden zich gezien voelen. Pas daarna komen ze in actie

De kern van Family Finding is Family Seeing, zeg ik vaak. Het gaat erom dat familieleden zich gezien voelen. Pas daarna komen ze in actie. We sporen mensen dan aan kleine stappen te zetten: de een gaat met een kind naar de dierentuin, de ander nodigt hem uit om te komen eten. De derde gaat met de moeder mee naar een mentorgesprek.’

Maar stel dat een jeugdwerker een bepaald familielid niet vertrouwt?
‘Als we alleen op veiligheid zouden letten, zouden we mensen uitsluiten die een belangrijke rol in de familie spelen. Jeugdwerkers moeten erkennen dat er twee waarheden zijn. Er zijn familieleden die niet goed waren voor kinderen. Maar er is ook een andere waarheid: deze familieleden kunnen herstellen en betere opvoeders worden. Investeren in het familienetwerk is bovendien de enige manier om te voorkomen dat problemen zich in elke nieuwe generatie blijven herhalen.’

Is Family Finding ook relevant voor kwetsbare kinderen die nog thuis wonen?
‘Ik zou graag zien dat iedere jeugdwerker die een gezin begeleidt, andere familieleden uitnodigt om mee te denken en zo mogelijk ook mee te zorgen. In iedere familie zijn mensen te vinden die niet zijn aangetast door trauma’s of erfelijke aandoeningen. Zij zijn vaak bereid om mee te helpen om een kind of de ouders langdurig te ondersteunen.’

De resultaten van twintig jaar Family Finding zijn matig positief.
‘Dat heeft alles te maken met de manier waarop Family Finding wordt ingezet. Vaak worden externe ‘family finders’ ingehuurd. Als jeugdwerkers zelf familieleden benaderen en vertrouwen in hen uitstralen, krijgt de familie ook vertrouwen in hen. Gebeurt dat door derden, dan haken familieleden vaak af; ze voelen zich afgewezen of genegeerd.’

In Nederland vinden we het lastig om de familie te betrekken. Begrijpt u waarom?
‘Ik ken jullie situatie een beetje doordat ik trainingen heb gegeven in Nederland. Als buitenstaander viel mij op hoe hard er wordt gewerkt in de jeugdzorg. Dat is een manier van leven, een overtuiging. Maar hoe kijkt zo’n hardwerkende prof aan tegen mensen die minder hard werken?, vroeg ik me af. Veel ouders worden daardoor niet goed begrepen, vrees ik.
Daar komt bij dat de Nederlandse jeugdzorg vergaand is geprofessionaliseerd. Alles is geregeld, overal is een functionaris voor. Dat maakt familieleden machteloos. Juist in die omstandigheden vraagt het moed van professionals om familieleden meer bij het werk te betrekken: het is altijd verleidelijk om te denken dat je het beter weet. Ik hoop dat Nederlandse professionals die gedachte opzij durven te zetten.’


Kevin Campbell is internationaal bekend als grondlegger van Signs of Safety, een ook in de Nederlandse jeugdzorg veel gebruikte wijze om te werken aan de veiligheid voor kinderen.