Via via

Netwerken voor een baan
Via via

Op zoek naar werk? Wacht niet op een geschikte vacature in de krant, maar benut je eigen relaties. Netwerken helpt bij de oriëntatie op een nieuwe baan. Een vlotte babbel is geen vereiste, tijd en doorzettingsvermogen wèl.

Zichzelf verkopen is niet zijn sterkste kant. Stefan Carr (38) is niet zo iemand die congressen en borrels afstruint en direct met de juiste mensen een praatje aanknoopt. Hij houdt geen uitgebreid relatiebestand bij van oude studievrienden en ex-collega’s die hij ooit nog eens als kruiwagen kan gebruiken. Toch besloot hij, nadat hij driekwart jaar geleden ontslag had genomen als manager bij een thuiszorginstelling, te netwerken voor een nieuwe baan. Met succes. Sinds december 2002 werkt hij als projectmedewerker zorg en welzijn bij de Amsterdamse stadsdeelraad Oost. Niet exact de baan waarvan hij droomde, maar het komt dicht in de buurt. En, mooi meegenomen, qua salaris is hij er stevig op vooruitgegaan.

Op de ‘normale’ manier, via sollicitaties of wervingsbureaus, was dat nooit gelukt – daarvan is hij overtuigd. ‘Ik voldeed niet aan de standaardeisen voor een beleidsbaan bij de gemeente. Ik ben filosoof, geen bestuurskundige. Ik had geen werkervaring bij de overheid. Bovendien heb ik altijd onder mijn niveau gewerkt. Ik denk dat mijn brieven direct in de prullenmand waren beland, vooral nu de arbeidsmarkt zo krap is.’

Succesvol netwerken is iets anders dan lukraak je vriendjes bellen. Carr haalt een dikke map met schema’s, adresbomen en verslagen tevoorschijn. Stap 1 was een uitgebreid zelfonderzoek. Met behulp van Welke kleur heeft jouw parachute, ’s werelds best verkochte boek over banen zoeken, bracht hij zijn wensen en vaardigheden in kaart. Carr: ‘Voordat je de telefoon pakt, moet je goed op een rijtje hebben wat je kunt en wat je wilt. De kunst is om het zo concreet mogelijk te maken en selectief te zijn. Niet alleen: ik wil die en die functie, maar ook bedenken bij welk type organisatie en in welke omgeving je het best gedijt. Netwerken doe je niet op een achternamiddag, dus het is zaak om je zoekgebied zo veel mogelijk te beperken. Minstens zo belangrijk: je moet kort en bondig kunnen formuleren wat je in huis hebt. Met een ellenlange introductie kom je nergens binnen.’

Dertig gesprekken gevoerd

Zes weken trok Carr ervoor uit. Uiteindelijk paste zijn analyse op één vel papier. ‘Het beeld was duidelijk: het moest een inhoudelijke functie in de zachte sector worden. Dichtbij de politiek, met veel externe contacten, en bij voorkeur op fietsafstand.’ Carr besloot zich te richten op een functie als beleidsmedewerker welzijn bij een deelraad van de gemeente Amsterdam.

Over naar stap 2 van de banenjacht: contact leggen met mensen die het werk doen waar jij van droomt. Carr: ‘Ik begon dicht bij huis. Een nicht werkte bij de gemeente Hilversum, zij bracht me in contact met een beleidsmedewerker bij de gemeente Amsterdam. Een vriend kende weer iemand die bij het Amsterdamse stadsdeel De Baarsjes werkte.’ Elke gesprekspartner vroeg hij weer twee andere namen te noemen. In totaal voerde hij dertig gesprekken. ‘Niemand weigerde en van die dertig gesprekken was er maar één dat niet lekker liep. Bijna iedereen vindt het leuk om over zijn werk te vertellen.’

Twee maanden lang was Carr er drie dagen per week mee bezig. ‘Ik was blij dat ik mijn vorige baan had opgezegd, al gaf dat ook onzekerheid. Ik kon me schikken naar de agenda van de persoon die ik wilde spreken. Het kost veel energie. Het lijkt me zwaar als je netwerken moet combineren met een baan.’

Veel inside informatie

Een baan leverde deze interviewronde niet op, maar dat was ook niet de bedoeling, legt Carr uit. ‘Ik wilde zo veel mogelijk informatie verzamelen om me goed voor te bereiden op open sollicitaties. Je moet de interviews niet gebruiken om ergens binnen te komen. Dat hebben mensen snel door en het wordt niet gewaardeerd. Je bent zelf ook meer ontspannen als je je niet hoeft te verkopen.’

Carr kreeg een schat aan inside informatie. ‘In het begin was ik vooral nieuwsgierig naar wat het werk precies inhield en of ik er geschikt voor was. Ik wist steeds beter wat ik wilde en veel mensen vonden het werk goed bij mij passen. Dat was bemoedigend. Later ging het meer over hoe de sfeer en het management zijn en welke ingangen er zijn.’

‘Ik kreeg dingen te horen die je niet uit een functieomschrijving kunt halen. Bij de ene deelraad zat de beleidsambtenaar de meeste tijd achter zijn bureau, bij de andere was veel ruimte voor externe contacten. Na mijn vorige baan had ik mijn buik vol van slecht management. Ik kwam te weten bij welke deelraden het een puinhoop was en waar juist goede managers zaten. Dat vertellen ze je echt niet tijdens een sollicitatiegesprek.’

Daarna: open sollicitaties

Carr selecteerde acht deelraden waar hij zou willen werken als beleidsmedewerker welzijn. De hoogste tijd voor stap 3: gesprekken arrangeren met personen die bevoegd zijn om je in dienst te nemen. ‘Toen kreeg ik een enorme dip. Drie maanden lang had ik mezelf opgepept, nu moest het echt gebeuren. Mijn spaartegoed begon te slinken. Veel mensen vonden me geschikt voor een beleidsfunctie, maar ze hadden bedenkingen bij mijn cv. Ik voldeed niet aan de formele eisen. Ik heb zes weken geworsteld voordat ik de stap naar open sollicitaties durfde te zetten. Intussen schreef ik me in bij een uitzendbureau. Ik heb zelfs een paar dagen in de kinderopvang gewerkt. Ik zat ‘m echt te knijpen.’

Slechts een van de acht brieven die Carr schreef, resulteerde in een uitnodiging voor een gesprek. ‘Teleurstellend, maar met die ene uitnodiging was het wel direct raak. In Amsterdam-Oost zochten ze een projectmedewerker zorg en welzijn voor twee jaar. De interne procedure had niets opgeleverd en ik kon nog dezelfde dag solliciteren. Het gesprek liep gesmeerd. Ongemerkt was ik vertrouwd geraakt met de taal die bij de gemeente wordt gesproken. Ik kon overal over meepraten. Uiteindelijk hangt het van toeval af, maar dat toeval moet je wel een kans geven.’

Uitvinden wat bij je past

Ook Jan-Dirk Reijneveld (38) schakelde vrienden en bekenden in om een baan te vinden. ‘Ik had een tweeledig doel. Een baan vinden, maar ook een herstart van mijn werkende leven. Als je niet precies weet wat je wilt, is het lastig solliciteren. Netwerken kan je helpen om uit te vinden wat bij je past.’ Reijneveld was vastgelopen in zijn baan als docent communicatie en studieadviseur bij de Hogeschool Utrecht. Hij nam ontslag in mei 2001, toen de banen nog voor het opscheppen lagen. ‘Toen ik klaar was met die baan, was het inmiddels september. De vooruitzichten werden steeds somberder. Mijn vrouw was zwanger en we hadden net een huis gekocht. Er stond een hoop druk op de ketel. Geen ideaal uitgangspunt om vrijblijvende gesprekken te voeren.’

Zomaar zijn baan opzeggen zou hij niet snel meer doen, maar netwerken kan hij iedereen aanraden. Reijneveld hield vijftien gesprekken om zich te oriënteren op een baan als trainer of coach. Net als Carr kreeg hij uitsluitend positieve reacties: ‘Via via kom je overal binnen.’ De gesprekken varieerden van ‘aardig’ tot ‘bijzonder inspirerend’. Netwerken is goed voor je zelfvertrouwen, vindt Reijneveld. ‘Ik kreeg vaak te horen: “Je hebt niet precies de gevraagde ervaring, maar wel een goede kop, uitstraling en staat stevig op je benen. Een half jaar geleden had ik je direct aangenomen.” Dan weet je dat je op het goede spoor zit.’

Hij geeft toe dat hij ook heel slechte dagen heeft gehad. ‘Als iemand keihard zegt dat je geen enkele kans maakt op de huidige arbeidsmarkt moet je al je moed weer bij elkaar rapen voor een volgend gesprek. In elke afwijzing zit waardevolle informatie, hield ik mezelf dan voor.’

Ook zonder stappenplan

In tegenstelling tot Carr werkte Reijneveld niet volgens een uitgekookt stappenplan. ‘De ene keer sprak ik een trainer of een coach, de volgende keer een werkgever. In de boeken staat dat je oriënteren en solliciteren moet scheiden. Je moet het niet zo brengen, maar stiekem ben je natuurlijk in elk gesprek uit op een baan. Het belangrijkste is dat je weet waar je goed in bent. En je moet zorgen dat ze blij van je worden. Dat kan door je te vooraf te verdiepen in de organisatie, zodat je de juiste vragen stelt. Goede kleding en een fris, uitgeslapen hoofd helpen ook.’

Na afloop was Reijneveld nog steeds werkloos, maar wist hij wel dat coachen hem beter lag dan trainen. Inmiddels werkt hij als coach voor reïntegratiebureau Kliq. Met een jaarcontract, dat hij hoopt om te zetten in een vast contract. Zijn baan kreeg hij niet via een van zijn relaties maar gewoon via een wervingsbureau. ‘Direct na mijn ontslag heb ik me ingeschreven. Ik verwachtte er helemaal niets van. Heel toevallig kwam deze baan langs. Door de vele gesprekken met mensen uit de praktijk liep het sollicitatiegesprek gesmeerd.’

Zijn cliënten spoort hij aan om verder te kijken dan vacatures in de krant. ‘Je moet kansen creëren, op allerlei manieren. Netwerken is een lonely job, maar veel leuker dan in het wilde weg solliciteren. Als je alleen reageert op vacatures ben je vooral bezig met wat er wordt gevraagd. Als je niet aan de eisen voldoet, kan het behoorlijk deprimerend zijn. Bij netwerken ligt het initiatief ligt bij jou, het uitgangspunt is wat jíj wilt en wat jíj hebt te bieden.’

Alle technieken gebruiken

Netwerken helpt, maar het is niet zaligmakend, meent loopbaanadviseur Henk Karssen. ‘Starters op de arbeidsmarkt hebben nog niet zo veel relaties. En niet iedereen is er geschikt voor. Als je verlegen bent, kun je er beter niet aan beginnen.’ Karssen raadt zijn klanten aan om gebruik te maken van álle mogelijkheden en technieken. ‘Een deel van de werkzoekenden vindt een baan via bekenden, maar dat is niet het grootste deel. Ook internet en selectiebureaus zijn goede kanalen. Het belangrijkste is dat je je goed voorbereidt op een sollicitatie. Je moet weten hoe de hazen rennen in een bedrijf. Daar kom je achter door te netwerken, maar ook door brochures op te vragen en de kranten goed bij te houden.’

Dat pur sang netwerkers hun relaties inschakelen, vindt Karssens prima. Hij zet zijn vraagtekens bij gelegenheidsnetwerkers. ‘Iedereen heeft een netwerk, maar de meeste mensen hebben het verwaarloosd. Als je plotseling iemand vraagt om je te helpen terwijl je jaren niets van je hebt laten horen – dat is op het randje. Vrijwel niemand durft nee te zeggen. Maar veel mensen vinden het hinderlijk. Die verzinnen snel een paar namen om je door te sturen. Dan zijn ze er weer van af. Vergis je niet: iemand op bezoek krijgen kost een bedrijf al gauw 150 tot 300 euro.’

Selecteur Anouk de Menthon Bake van GITP Werving en Selectie vindt dat sollicitanten juist veel vaker gebruik moeten maken van relaties. ‘Het verbaast me dat zo weinig mensen vrienden en bekenden te hulp roepen. Het is een uitstekende methode om op gesprek te komen, vooral als je cv niet helemaal matcht met de functievereisten. Ik heb pas nog iemand uitgenodigd voor een leidinggevende functie, getipt door een collega. Hij was jong en had geen managementervaring. Zijn brief was er niet uitgepikt, maar omdat mijn collega vertelde dat hij goed was, heb ik hem toch gevraagd. Hij was te licht voor de functie, maar een veelbelovend talent. Het bedrijf heeft wat geschoven en hem aangenomen als assistent-manager.’