Selecteer een pagina
'Die batty gaan we dissen'

Onschuldig puberjargon?
‘Die batty gaan we dissen’

Straattaal is stoer en geeft pubers status. Maar de straatcultuur waar het uit voortkomt is minder onschuldig dan veel ouders denken.

‘We hebben die chizzle gedist.’ ‘Ik heb haat aan haar.’ ‘Omin lauw!’ Wie pubers in huis heeft kijkt er allang niet meer van op. Het hedendaagse puberjargon is een mengelmoes van Nederlands, Engels, Antilliaans, Surinaams en Marokkaans. ‘Dat wil ik niet hebben’, roep ik boos als ik mijn oer-hollandse 13 jarige zoon met een Marokkaanse tongval ‘sjlet’ hoor zeggen. Maar ach, vaak is dat mixtaaltje reuze grappig.

Toen ik zelf puber was, gebruikte ik ook graag uitdrukkingen waar mijn ouders niets mee hadden. Of liever nog, waar ik ze mee de kast op kon jagen. Niets nieuws onder zon. ‘Toch wel’, zegt Frank van Strijen van Jeugd enzo., een organisatie die professionals die met jongeren werken ondersteunt. Hij schreef ‘Van de straat’, een boek over straatcultuur. ‘Veel ouders vinden dat exotische taaltje geinig.

Ze vergissen zich: straattaal is minder onschuldig dan het lijkt. Het is een uiting van een cultuur, die totaal anders is dan onze individualistische “burgercultuur”. Door de straatcultuur gaan grote groepen jongeren zich anders gedragen.’ Spijbelen, taalachterstand, agressief gedrag: volgens Van Strijen heeft het vaker dan we denken te maken met de opmars van de straatcultuur.

De straatcultuur, die beïnvloed is door Amerikaanse gangsterrap, waaide een jaar of acht geleden over van de Verenigde Staten naar de achterstandbuurten van grote Nederlandse steden. Machogedrag is de norm, geweld wordt verheerlijkt. Alles draait om respect. En dat verdien je niet met hoge schoolcijfers of een diploma, maar met bling bling en snel verdiend geld. Een hecht groepsgevoel en antihouding tegen school en de maatschappij in het algemeen zijn andere kenmerken. Van Strijen: ‘De straatcultuur is verbonden aan het gevoel niet geaccepteerd te zijn. Dat gevoel is vaak onterecht, maar in de beleving van veel jongeren is het realiteit.’

Opvallend is dat jongeren van verschillende etnische afkomst en sociale milieus in de straatcultuur vaak samen optrekken. ‘Het gevoel niet geaccepteerd te zijn loopt dwars door sociale milieus en bevolkingsgroepen heen’, zegt Van Strijen. Soms ontspoort de straatcultuur in criminaliteit, vaak ook niet. Dan is het meer een levenswijze, met een eigen taal, normen en gedrag. Een levenswijze die zich via reclame, internet, msn en youtube razendsnel heeft verspreid onder jongeren in alle lagen van de bevolking. ‘Ook onder keurig nette jongens en meisjes uit de middenklasse’, zegt Van Strijen.

Maar straatcultuur is toch iets dat bij allochtone jongeren uit achterstandwijken hoort? ‘Een groot misverstand’, zegt Van Strijen. ‘Dat was een jaar of vijf geleden. De meeste aanhang vind je in achterstandwijken, maar daar beperkt het zich allang niet meer toe.’ Een paar keer per week geeft hij trainingen. Eerst vooral in Rotterdam, Den Haag en Amsterdam, maar nu ook in plaatsen als Winterswijk en Leidse Rijn. ‘Laatst werd ik uitgenodigd door een gereformeerd kerkgenootschap. Zelfs daar worstelen ze met jongeren die om het minste of geringste in de verdediging schieten en zich macho gedragen.’ Hij vertelt over een witte moeder uit een Vinexwijk. Haar vijftienjarige zoon was op het vwo begonnen en afgezakt naar vmbo. ‘Pas toen we de kenmerken van de straatcultuur één voor één bespraken, besefte ze dat het toch echt over haar kind ging.’

‘Voor middenklasse jongeren betekent de straatcultuur een vlucht uit het saaie 9 tot 5 leven’, zegt socioloog Illiass El Hadioui van de Rotterdamse Erasmus Universiteit. Hij doet promotieonderzoek onder Rotterdamse schoolgaande jongeren. Anders dan jongeren uit achterstandswijken, vereenzelvigen pubers uit Vinexwijken zich volgens hem meestal niet volledig met de straatcultuur. El Hadioui: ‘Ouders en school zijn voor hen nog altijd belangrijk. Straatcultuur is een hippe lifestyle, waar ze bij willen horen en waarmee ze zich af kunnen zetten tegen ouders en leerkrachten.’ Vooral buitenkant dus. Toch raadt hij alle ouders en leerkrachten aan zich erin te verdiepen. ‘Het is goed om je te realiseren dat de populairste jongerencultuur van dit moment diametraal staat op de waarden die ouders en leerkrachten over proberen te brengen.’

El Hadioui wordt regelmatig uitgenodigd door docenten die het gedrag van leerlingen niet kunnen plaatsen: hun gerichtheid op uiterlijke zaken, hun voordurende behoefte aan respect, hun neerbuigende houding tegenover meisjes. ‘Nu begrijp ik het’, zeggen ze vaak als hij uitlegt hoe de straat de school is binnengekomen en hoe die twee normen- en waardenpatronen botsen. Neem tweedeklassers met pet en baggy jeans, die onderuitgezakt in de banken hangen. El Hadioui: ‘Ouderwets pubergedrag. Nieuw is dat jongeren die door een docent op dat gedrag worden aangesproken, zomaar kunnen ontploffen.

Soms krijgt een docent de hele groep over zich heen.’ Dat heeft te maken met gezichtsverlies, legt hij uit. ‘Binnen de straatcultuur is dat het ergste wat je kan overkomen. Jongeren willen dat anderen ontzag voor ze hebben. Wie in een groep wordt “gedist” kan dat niet op zich laten zitten.’ Zelfreflectie, eerlijkheid, problemen op tafel leggen: in de moderne school- en opvoedcultuur zijn het haast vanzelfsprekende waarden. Maar in de straatcultuur gelden andere wetten: het gaat om je positie in de groep. El Hadioui: ‘Die ondermijn je als je fouten toegeeft. Je moet je juist groot maken, bluffen, hard praten en ruimte innemen.’ Van Strijen: ‘Straatcultuur is heel dominant. Ook jongeren die zich er in eerste instantie niet toe aangetrokken voelen, gaan meedoen, om niet onder de voet gelopen te worden.’

Dat dominante trekje uit zich ook in straattaal. ‘Overdrijving is de standaard’, zegt Van Strijen. ‘Als wij zeggen dat we niet goed met iemand kunnen opschieten, wordt dat in straattaal: ‘Ik heb haat aan hem. Als hij niet snel normaal doet, maak ik hem dood.’ Jongeren onder elkaar relativeren dat taalgebruik, zegt hij. ‘Die voelen zich niet zo snel bedreigd door zo’n uitspraak. Maar als de buurman het hoort, belt hij direct de politie.’

‘Kijk ook eens naar woorden die ontbreken’, zegt El Hadioui. ‘Bibliotheek, lezen en kunst bestaan niet in straattaal. Voor meisje, pistool en geld zijn wel vijf of zes termen.’

Op het Gerrit Rietveld College, een Utrechtse school voor mavo, havo en vwo, is straattaal in de klas verboden. ‘Leerlingen moeten correct Nederlands leren spreken op school’, zegt afdelingsleider en docent Caroline Hoogslag. Wat vindt ze van docenten die straattaal overnemen om populair te doen? ‘Dat hoort niet, leerlingen vinden dat ook raar. Het is hún taal. Je gaat ook geen kleding aandoen van een kind van 16.’ Kwetsende uitdrukkingen zoals alles waar kanker voor staat, worden beloond met strafwerk, ook als ze in de pauzes worden gehoord.

Hoogslag heeft niet de indruk dat op het schoolplein veel straattaal wordt gesproken. ‘Helemaal zeker weet ik het niet, want als ik iets hoor en dichterbij kom, trekt de hele groep zich samen.’ Toch merkt ze in de klas dat het taalniveau achteruit gaat. ‘Veel leerlingen halen lidwoorden door elkaar. En alle aanwijzende voornaamwoorden worden ‘die’. Dat geldt vooral voor allochtone kinderen, maar ik hoor soms ook autochtone kinderen om ‘’die Engelse boek” vragen.’ Ze denkt dat leerlingen die in een Nederlandstalige omgeving opgroeien, vrij makkelijk kunnen schakelen van straattaal naar ABN. ‘Voor allochtone jongens die na school op straat rondhangen, houd ik mijn hart vast. Die hebben een zeer beperkte woordenschat.’

Zorgwekkend vindt Hoogslag ook het machogedrag dat bij de straatcultuur hoort. In de pauze heeft ze nog op moeten treden tegen een stel 13 jarige jongens dat een meisje voor slet uitmaakte. ‘We prenten leerlingen in om vrouwonvriendelijk gedrag direct te melden.’
Volgens El Hadioui blijft dat niet beperkt tot neerbuigende opmerkingen en schelden. ‘Binnen de straatcultuur is grensoverschrijdend seksueel gedrag normaal. Door het hebben van seks met zoveel mogelijk meiden kunnen jongens respect verdienen. Meisjes zijn een gebruiksvoorwerp: je dumpt ze als je er genoeg van hebt.’

Die seks kan zich ook op groepsniveau afspelen. ‘Meiden van de straat snappen het spel dat jongens spelen’ , zegt El Hadioui. ‘Maar veel middenklassemeisjes verwarren hun geraffineerde verleidingstactieken met liefde.’ Over de drama’s waar dat soms toe leidt, wordt volgens hem door scholen, politie en ouders angstvallig gezwegen. ‘Vaak hebben die meisjes in eerste instantie vrijwillig meegedaan. Wie is dan de dader?’
Overigens gebruiken meisjes seks zelf ook om zich te bewijzen. Van Strijen komt in zijn praktijk meiden tegen die orale seks niet als seks beschouwen, maar als alledaagse handeling.

Moet je als ouder ingrijpen als je puberzoon of-dochter de straatcultuur omarmt? ‘Als het gaat om geweld en vrouwonvriendelijk gedrag natuurlijk wel’, zegt Hoogslag. ‘Verder zou ik er ontspannen mee om gaan. Blijf je kinderen corrigeren, maar verwacht niet dat ze braaf doen wat je vraagt. Op een gegeven moment gaan ze zich vanzelf weer normaal gedragen.’ Ze ziet dat op school, als leerlingen stage gaan lopen. ‘Plotseling realiseren ze zich: dit is de echte wereld. Ze snappen heel goed dat ze hun pet af moeten zetten bij een sollicitatiegesprek en geen kankersletje moeten roepen tegen hun baas.’

Van Strijen denkt er minder luchtig over. ‘Ook jongeren uit zogenaamd goede gezinnen kunnen verstrikt raken in de straatcultuur, zonder dat hun ouders dat in de gaten hebben. Als het op school niet zo lekker loopt of je hebt vaak ruzie met je ouders, is een groep waar je helemaal bij hoort heel aantrekkelijk. Afhaken betekent dat je een verrader bent.’ Natuurlijk gaat lang niet iedere puber die straattaal interessant vindt, zich vervelend gedragen. En jongeren die alleen meelopen om stoer te doen, zullen meestal op hun pootjes terechtkomen.

Van Strijen: ‘Ook als het een buitenlaagje is, vraag ik me af of het geen schadelijke gevolgen heeft. Hoe gezond is het om een paar jaar in twee werelden te leven? Ik zie intelligente jongens hun schoolloopbaan verprutsen. Als ze weer bij zinnen komen, vinden ze vast wel een baan. Maar het is de vraag of ze hun capaciteiten volledig benutten.’ Hij raadt ouders aan drie keer per week tien minuten op youtube te zoeken naar filmpjes die met straatcultuur te maken hebben. ‘Alles verbieden wat er mee te maken heeft, heeft geen enkele zin. Verdiep je er liever in, zodat je weet met welke bril ze naar de wereld kijken. En denk niet na twee keer dat je weet wat er speelt, want de straatcultuur ontwikkelt zich razendsnel.’

www.jeugdenzo.nl

Straattaal
Annie/ boerin
Afsmeren/ in elkaar slaan
Apatisch/ lomp, druk
Asserpoetser/homo
Djoeken/ steken
Doekoeloos/blut zijn
Ik heb die chick wreed gedouched. / ik heb die meid hard genomen
Ikkie/xtc
Fakka/ hoe gaat het
Kapot/ heel erg
Klompenstamper/ neonazi
Lulijzer/ mobiele telefoon
Moeilijke plattas/ mooie schoenen
Mos/jongen
Mitti/meid
No spang/ maak je niet druk
Omin lauw /heel erg gaaf
Oetoe/sukkel
Panna/dronken
Pappie/ persoon
Pitje/ joint
Die pokko is lauw/ dat liedje is goed
Smurfen/ politie
Tab je lip/ houd je mond
Tattalands/ Nederlands
Een veilige gast/ een leuke gozer
Voetbalplaatjes/ condooms
Wallah/ ik zweer
Watskeburt wat is er gebeurd
Wreed/ tof

www.straatwoordenboek.nl