Stoned achter de pc

Alcohol en drugs
Stoned achter de pc

De schade door alcohol- en drugsmisbruik op het werk loopt in de miljarden. Toch is er bij bedrijven weinig animo om het probleem aan te pakken. “Iedereen komt wel eens met een kater op het werk, waarom zou je iemand die stoned achter zijn bureau zit aanspreken?”

“Een jointje op het werk helpt om de tijd door te komen. En het geeft een kick omdat het streng verboden is. Vergelijk het maar met stiekem roken vroeger bij je ouders thuis.” Tot hij twee maanden geleden rigoureus stopte met cannabis, was blowen tijdens het werk voor Koos Kranenbeek (43) de normaalste zaak van de wereld. Hij werkt al ruim 15 jaar in volcontinudienst als operator bij een chemisch bedrijf in Rotterdam. Blowen deed hij overal: thuis, in de auto, dus waarom niet op het werk? “Vroeger, toen ik nog pijpjes rookte, had ik een hele installatie die ik meenam naar de wc. Ik stak de afvoerslang door het wc raampje: niemand die iets merkte. Later rookte ik mijn jointjes gewoon buiten, ergens achter de bosjes. Tijdens de nachtdienst is het bedrijfsterrein verlaten. Ook overdag is er altijd wel een plekje te vinden waar je ongestoord kan zitten.” Van zijn ploeg van 35 werknemers weet hij van twee collega’s zeker dat ze tijdens werktijd blowen, bij twee anderen heeft hij sterke vermoedens. Bang om gesnapt te worden is hij nooit geweest. “Op mijn werk was niets aan te merken. Eén keer ben ik bij een chef geroepen die vermoedde dat ik iets gebruikte. Ik werd verschrikkelijk kwaad en heb hem gedreigd met een rechtszaak wegens smaad. Hij heeft het nooit meer gewaagd om iets te zeggen. Je moet natuurlijk wel oppassen dat je je niet opvallend anders gaat gedragen. Ik heb een tijdje coke gesnoven. Toen ben ik zo dom geweest om dat spul voor twee collega’s mee te nemen. Ze gingen als dollen aan het werk en deden dingen die ze helemaal niet moesten doen. Dat was eens maar nooit weer.” Kranenbeek werkt als operator met gevaarlijke chemische stoffen, maar dat zijn gebruik extra risico’s opleverde gelooft hij niet. “Ik doe geen domme dingen, ik heb mezelf goed in de hand. Weet je wat pas gevaarlijk is? Er was hier een manager die in beschonken toestand het terrein op kwam rijden. Zo iemand mogen ze voor mij oppakken.”

Puur natuur

In de lichte, smaakvol ingerichte Utrechtse smartshop “Prettig Gestoord” ligt het geestverruimende snoepgoed keurig uitgestald: paddo’s, herbal extasy en salvia trips. Puur natuur en allemaal legaal. Volgens uitbater Alexander zijn paddo’s nog steeds het meest populair, gevolgd door het stimulerende Efedra (3,50 € per zakje). “Efedra is een soort natuurlijke amfetemine. Ik verkoop het aan studenten die vlak voor een tentamen zitten, maar ook aan snelle managers. Huisvrouwen gebruiken het om af te slanken.” Bij een lichte dosering is de werking van Efedra milder dan van amfetamine. Bij hogere doseringen zijn er dezelfde lichamelijke effecten en risico’s.

Ook zogenaamde After producten, als After –E (xtasy) of After C (ocaïne) zijn in trek bij werkende klanten. Wie in het weekend alle remmen heeft losgegooid, slikt een paar pilletjes en kan ’s maandags weer fris aan het werk.

Gewone baan

De meeste soft en harddrugsgebruikers zijn mensen met een gewone baan, denkt Manja Abraham van het Centrum voor Drugsonderzoek (Cedro). Ze zien een jointje of een lijntje coke als middel om te ontstressen of om juist extra te presteren. Dat heeft slechts voor een deel te maken met de moderne werksituatie. De neiging om de grijze realiteit tijdelijk te ontvluchten is van alle tijden. De middelen veranderen wel. Abraham: “Nog steeds grijpt het gros van de mensen naar de fles, maar drugs gaan een grotere rol spelen. Het alcoholgebruik in Nederland kan bijna niet meer toenemen, het drugsgebruik wel.”

Met name het cocaïnegebruik stijgt. Het percentage cocaïnegebruikers verdubbelde tussen 1997 en 2001 van 0,2 tot 0,4 procent van de bevolking, blijkt uit cijfers van het Cedro. Het aantal cannabisgebruikers steeg in diezelfde periode van 326 duizend naar 408 duizend. Het gebruik van partydrugs en smartproducten neemt ook toe, net als het mixen van verschillende soorten drugs.

Risico’s

Drugsgebruikers zijn lang niet altijd verslaafd en velen gebruiken recreatief, alleen als ze uitgaan. Toch is het opvallend dat er in Nederland nauwelijks aandacht wordt besteed aan drugs in relatie tot werk. Cocaïne, XTC, pepmiddelen, en paddo’s zijn zeer verschillend qua werking en verslavingsrisico, maar ze hebben met elkaar gemeen dat ze het bewustzijn beïnvloeden. Het is aannemelijk dat problematisch drugsgebruik bedrijven geld kost. Twee factoren spelen een rol: verminderd prestatievermogen en een verhoogd risico op ongelukken. KPMG rekende in 1995 uit dat overmatig drugsgebruik zorgt voor een jaarlijks verlies aan arbeidsproductiviteit van 150 miljoen gulden. Recentere cijfers zijn er niet, net zo min als gegevens over beroepen en functies met een verhoogd risico.

“Er is geen vraag naar onderzoek over de invloed van drugs op het werk”, zegt Guus Cruts van het Trimbos Instituut. “Alcohol op het werk is een veel groter probleem. Logisch dat daar de meeste aandacht naar uit gaat. Medicijnen komen op de tweede plaats van probleemveroorzakende middelen en dan pas volgen drugs. Dat wil niet zeggen dat het niet speelt in bedrijven. Het aantal gebruikers is klein, maar de kans op problemen is relatief groot, ook omdat nogal wat middelen illegaal zijn.”

Problematisch drugsgebruik uit zich vaak als eerste op het werk. Van cocaïnegebruikers bijvoorbeeld, is bekend dat ze hun zelfreflectie verliezen en daardoor meer risico’s nemen. Cruts: “Het punt is dat mensen er geen antenne voor hebben. Ze herkennen eerder een alcoholist, die naar drank stinkt, vaak te laat komt of minder presteert. Mensen die regelmatig cocaïne gebruiken ruik je niet en ze pakken vaak juist meer werk aan. Ze stralen zelfvertrouwen uit. Collega’s en leidinggevenden pikken de signalen niet op.” Ook voor bedrijfsartsen is het lastig om problematisch drugsgebruik te herkennen. Het kan jarenlang goed gaan: totdat iemand totaal uitgeput is of grote schulden krijgt.

Schroom

Johan Hoek, arts-adviseur van Arbo-dienst Maetis, krijgt wel regelmatig klachten over drugsgebruik op het werk. Meestal gaat het om cocaïne, soms om overmatig cannabisgebruik. “Drugs gebruiken tijdens het werk is vrijwel nergens geaccepteerd. Dat doe je niet, net zo min als dronken achter het stuur kruipen. Maar in bedrijven heerst grote angst om medewerkers aan te spreken. Dat schuiven ze liever door naar de Arbo-dienst. Een werkgever heeft een vermoeden dat iemand middelen gebruikt, maar is het is het wel zo en waar bemoeit hij zich eigenlijk mee? Die schroom is invoelbaar. Iedereen komt wel eens met een kater op het werk, waarom zou je iemand die stoned achter zijn bureau zit aanspreken?”

Een drugsgebruikende collega is vaak minder irritant dan een alcoholist. Hoek: “Alcoholgebruik wordt sneller chronisch en veel alcoholisten drinken de hele dag door. Werknemers die drugs gebruiken kunnen het vaak beter in de hand houden en combineren met hun werk.”

Drugsgebruik tijdens het werk is reden voor ontslag op staande voet. Die sanctie wordt volgens Hoek zelden uitgevoerd. “Je moet iemand betrappen en dat komt nauwelijks voor. We leven in een land waar privacy hoog in het vaandel staat. Werknemers testen op drugs- of alcoholgebruik is taboe. In praktijk kan iemand gebruiken wat hij wil, zolang collega’s er geen last van hebben en hij redelijk blijft functioneren. Je blaast een klant geen kegel in het gezicht, daar zijn we het over eens. En je gebruikt geen middelen als de veiligheid in geding is, bijvoorbeeld in petrochemische bedrijven. Voor de rest is er een groot grijs gebied waar we liever niet over praten.”

Zelfs als drugsgebruik zorgt voor mindere prestaties en verzuim, kijken werkgevers liever de andere kant op, is de ervaring van Hoek. “Problematisch drugsgebruik staat meestal niet op zichzelf. Bedrijven staan er niet voor open dat het ook met het werk te maken kan hebben. Mensen moeten prestaties leveren die ze niet waar kunnen maken. Mag je als werknemer wel zeggen dat je coke snuift omdat je het op je werk niet trekt en thuis ook problemen hebt? Dan weet je dat je carrière aan gruzelementen ligt. De enkele keer dat iemand zich kwetsbaar opstelt, is er altijd wel een manager die opstaat en zegt: ik zou dat zelf nooit doen, waarom zou het bedrijf opdraaien voor privé-problemen. Ik moet toegeven dat er ook bedrijven zijn, die een behandeling voor verslaafde werknemers betalen.”

Probleemdrinkers

Het taboe op drankproblemen in de werksituatie is minstens zo groot als dat op drugsgebruik, meent Reini Elkerbout van Consistent in Haarlem. Consistent is een particuliere praktijk voor verslavingsproblemen, die werknemers behandelt op kosten van de organisatie waar ze werken. “Het is onvoorstelbaar hoe lang de werkomgeving een verslavingsprobleem in stand houdt. Zelfs als de signalen overduidelijk zijn, blijft aankaarten van het probleem een heikel punt. Heel veel mensen drinken zelf ook. Dat maakt het lastig om iets op een ander aan te merken. En als je er een hele tijd niets van gezegd hebt, wordt het steeds moeilijker. De probleemdrinker denkt dat niemand het in de gaten heeft en het gevolg kan zijn dat hij steeds verder afzakt.”

Sinds de jaren zeventig is de werkplek gemiddeld droger geworden, maar het aantal probleemdrinkers onder de beroepsbevolking wordt nog altijd geschat op 3 procent. Werknemers met een drankprobleem verzuimen vaker, veroorzaken vaker ongelukken, maken sneller ruzie met collega’s en zijn minder productief. De totale kosten van alcoholgebruik voor het Nederlandse bedrijfsleven worden geraamd op minimaal 2 miljard (gulden) per jaar. Drinken op het werk is niet verboden, maar een werknemer die zich ondanks waarschuwingen een stuk in de kraag drinkt, kan wel ontslagen worden.

Managers moeten het probleem niet laten sukkelen, maar dreigen en moraliseren helpen niet, vindt Elkerbout. “Het heeft geen zin om een medewerker te dwingen om in therapie te gaan. Als iemand niet gemotiveerd is kun je weinig uitrichten. Direct dreigen met ontslag werkt ook averechts. Beter is om iemand een kans te geven van de verslaving af te komen. Als de werknemer weet dat op den duur ontslag volgt als hij niet verandert, werkt dat motiverend.” Elkerbout stoort zich aan de lange wachttijden bij reguliere verslavingsinstellingen. “Als iemand drie maanden moet wachten op behandeling, is de kans groot dat de wil om te veranderen is afgenomen. Tien jaar geleden hadden de verslavingsinstellingen al plannen om snelle hulp te bieden aan werknemers met verslavingsproblemen. Op een enkele uitzondering na, liggen die plannen nog steeds in de kast.”

Een van de grootste hindernissen voor tijdige signalering is dat alcoholmisbruik vaak wordt afgeschermd door collega’s. In een boekje met ervaringen van bedrijven dat Consistent onlangs uitgaf, beschrijft een manager van ABN Amro een afdeling die de drankproblemen van “Jan” tijdenlang toedekte. Als Jan op maandagochtend weer eens ziek was, werd dat niet doorgegeven aan de Arbo-dienst. Pas toen ook de lunchpauzes van Jan steeds langer werden en collega’s zijn werk over moesten nemen, meldden ze het aan de chef. Voor hem kwam het bericht als donderslag bij heldere hemel.

Een herkenbare situatie, vindt organisatie adviseur Ron Ladage, die hiervoor werkzaam was bij olieraffinaderij Nerefco. “Ik werkte jarenlang in een ploeg met twee alcoholisten. Doodgoeie kerels, die geleidelijk steeds meer gingen drinken. Iedereen wist het, maar je hield het stil. De een had problemen thuis en de ander bleek later kanker te hebben. Ze stonden altijd klaar om collega’s te helpen, zulke mensen verlink je niet. Al hield ik soms mijn hart vast als er weer eens een met een flinke slok op over het randje van een steiger liep. We lieten ze hun roes uit slapen en op het laatst haalden we zelfs de flessen weg, die ze overal verstopten.”

Preventie

Ondanks de financiële schade van alcohol- en drugsmisbruik op het werk, kost het Arbo-diensten en verslavingsinstellingen moeite om bedrijven te winnen voor preventief beleid. Uit onderzoek van de Arbeidsinspectie blijkt dat het percentage bedrijven met een alcoholbeleid tussen 1996 en 2002 zelfs is afgenomen van 21 naar 14 procent.

Wie paal en perk stelt aan alcoholgebruik maakt zich niet populair bij het personeel en ook voor de directie heeft drank vaak een prettige bijsmaak. Of ze zijn bang dat er wordt gezegd: dat is een bedrijf waar het uit de hand is gelopen.

Bij ExxonMobil kunnen ze zich niet permitteren dat concentratie en alertheid achteruitgaan door middelen gebruik. Managers krijgen eens per twee jaar een training in het herkennen van alcohol- en drugsmisbruik. Werknemers met verslavingsproblemen krijgen begeleiding. In de kantine en tijdens recepties wordt geen alcohol gedronken. Bij diners buiten de deur mogen maximaal twee glazen alcohol worden geschonken. “Wat iemand in zijn vrije tijd doet is zijn eigen zaak, maar wij accepteren niet dat iemand werkt terwijl hij onder invloed is”, zegt Liesanne de Rijke van ExxonMobil. “Dat wordt breed gesteund: veiligheid is hier een belangrijk item en iedereen is overtuigd van de risico’s van alcohol- en drugsgebruik.” Jaren geleden lanceerde het bedrijf een plan om werknemers te onderwerpen aan verplichte testen. In de Verenigde Staten, waar het moederbedrijf gevestigd is, zijn die testen heel normaal. In Nederland is verplichte controle een gevoelig onderwerp. Onder zware druk van het personeel moest ExxonMobil het voorstel intrekken. Het bedrijf controleert wel werknemers van onderaannemers.

De naam van Koos Kranenbeek is op zijn verzoek veranderd.