Selecteer een pagina
Surinaamse vader en een Nederlandse moeder

Stanley Burleson
Surinaamse vader en een Nederlandse moeder

Musicalster Stanley Burleson (36) heeft een Surinaamse vader en een Nederlandse moeder.

“Als je succes hebt, willen mensen je graag zien als één van hen. Dat geldt voor het gay-wereldje maar ook voor de Surinaamse gemeenschap. Ze zijn teleurgesteld als je niet aan het ideaalbeeld voldoet. Een paar jaar geleden speelde ik de hoofdrol in Faya, een musical over de recente geschiedenis van Suriname. De Surinaamse gemeenschap was er niet blij mee dat ik de hoofdrol speelde. Ik was te wit en te Nederlands. Ik was zelfs nog nooit in Suriname geweest. Dat klonk bijna als een verwijt. Wat een onzin! Ga naar Suriname, dan voel je wat je roots zijn, zeggen ze vaak tegen me. Dat lijkt me sterk. Mijn roots liggen hier vlakbij, in de Zaanstreek. Ik ben een Nederlander, opgegroeid met hutspot en bonen. Daar hoef ik me toch niet voor te verdedigen?

Mijn vader is Surinamer, maar hij heeft nooit moeite gedaan om bij zijn kinderen belangstelling voor Suriname te wekken. In de jaren zestig kwam hij naar Nederland om hier te werken. Hij was de enige zwarte man in het dorp. Een bezienswaardigheid, maar hij wilde zijn zoals iedereen. Doe maar normaal dan doe je gek genoeg: dat gold bij ons thuis in het kwadraat.

Mijn moeder is een echte Zaanse. Haar vader was voetballer, een bekende figuur in de Zaanstreek. Ik en mijn twee broertjes vielen wel op omdat we een tintje hadden. Maar we waren toch vooral de kleinkinderen van Arie en Mien. Er kwam wel eens rijst op tafel, dat was het enige Surinaamse bij ons thuis. En op zondag gingen we op bezoek bij mijn vaders familie in Amsterdam. Mijn nichtjes en neefjes leidden een heel ander leven dan ik. Zij waren streetwise, veel wereldser dan ik. Wij woonden veilig in Krommenie op een flat twee hoog. In de sloot vallen was het ergste wat je kon overkomen.

Mijn vaders familie in Suriname is altijd een raadsel voor mij geweest. Hij ging eens in de tien jaar naar Suriname, maar wij mochten niet mee. Dat konden mijn ouders niet betalen. Hij vertelde er ook niets over. Af en toe belde zijn broer uit Suriname. Als ik daar meer over wilde weten, wimpelde hij het af: ach, die ken je niet. Een keer kwam mijn oma op bezoek. Ik twijfelde: was zij zijn echte moeder of de vrouw bij wie hij opgroeide? In Suriname is het heel gebruikelijk dat je door iemand anders wordt opgevoed. Ik ben er nooit achtergekomen. Mijn vader is heel gesloten. Dat is een echt Burleson-trekje. Over emoties praat je niet, die hou je voor jezelf.

Op school was ik niet populair. Ik kom nog wel eens oude klasgenoten tegen die vroeger heel hip waren. Nu zijn ze totaal ingekakt. Die hebben te vroeg gepiekt, denk ik dan. Bij mij is het juist andersom gegaan. Ik had een bril en speelde met meisjes. Geen vlotte bink. Of ik er toen al van droomde om musicalster te worden? Dat kwam niet eens bij me op. Ik kwam niet met die wereld in aanraking. Mijn vader was meubelmaker, later werkte hij in een transportbedrijf. Mijn moeder had allerlei baantjes: dat varieerde van werken in de chocoladefabriek tot thuis gebaksdozen vouwen. Op het moment dat ik naar de middelbare school ging wist ik al meer dan zij. Ze vonden het belangrijk dat we doorleerden, verder bemoeiden ze zich er niet mee. Ik had geen idee welke kant ik op wilde . Daarom heb ik na de mavo de havo gedaan en daarna VWO. Al wist ik niet wat ik wilde worden, ik wist wel dat ik niet hetzelfde wilde zijn als iedereen. Thuis kon ik het daar niet over hebben. Mijn vader was de baas, hij duldde geen tegenspraak. Na een tijdje besloot ik daar geen energie meer aan te verspillen. Ik moest het zélf doen, dat was me duidelijk. Die eigenzinnigheid vind ik nu een groot voordeel. Als ik een personage speel, neem ik geen genoegen met wat er in het script staat. In de Drie Musketiers, die eind maart in première gaat, speel ik Kardinaal Richelieu. Heerlijk om zo’n aartsconservatieve slechterik te spelen, zeggen veel mensen. Ik wil hem juist niet als boze man neerzetten, ik zet mijn tanden er in om die man te doorgronden. Ik zoek naar wat hem drijft en waar hij in gelooft. Daar ben ik goed in, omdat ik al zo jong geleerd heb om zelfstandig te denken.

Op mijn eenentwintigste ben ik in de musicalwereld beland. Dat gebeurde eigenlijk heel onverwachts. Ik had dansles en op een dag stelde mijn lerares voor om auditie te doen voor Cats. Cats? Ik dacht dat ze het over de gebroeders Veerman uit Volendam had. Ik werd aangenomen en voelde me direct thuis. We waren met twintig mensen die elkaar niet kenden. Het eerste wat je leert is: vertrouwd raken met elkaar, jezelf bloot geven en durven. Daardoor word je al snel een soort familie. We traden op in Carré, het was één groot feest. Pas maar op, zei iedereen, hierna val je in een zwart gat. Dat geloofde ik niet, ik voelde dat het klopte. Mijn ouders vonden het prachtig, ze hadden alle vertrouwen in me. Daarna rolde ik van de ene productie in de andere. Als je talent hebt kan het snel gaan in de musicalwereld. Maar ik heb ook heel hard gewerkt om dat talent verder te ontwikkelen. Door lessen te nemen en door veel naar anderen te kijken. Mijn belangstelling voor theater is heel breed. Niet alleen dansen en zingen, maar ook de decors, de choreografie en de kleding interesseren me. Acteren is de basis voor alles. Ik ben nu 36, lang niet meer zo lenig als toen ik 20 was. Toch vinden mensen dat ik nu beter dans. Ik dans niet beter, ik ben beter gaan acteren.

Surinaamse mensen kom je zelden tegen in de musicalwereld. Faya was een uitzondering. Het was de eerste keer dat ik met Surinamers werkte en de cultuur sprak me veel meer aan dan ik verwacht had. Wat anderen in hun jeugd mee hebben gekregen, daar rolde ik door Faya in. Ik raakte voor het eerst echt geïnteresseerd in Suriname. En de sfeer tijdens de tournee was geweldig. Normaal zit iedereen in de bus met een boek of een koptelefoon op zijn hoofd. Bij Faya was het zingen en feesten. Hele snelkookpannen met moksi meti werden de bus ingesleept.

Toch is het er nog steeds niet van gekomen om daar naar toe te gaan. Vroeger was het te duur, en daarna had ik het te druk. Nu zou ik wel willen, maar alleen als mijn ouders meegaan.Wat moet ik daar in mijn eentje?

Dat ik gekleurd ben, zie ik vooral als voordeel. Voor de hoofdrol in “Les Miserables”was ik net niet te donker en voor Faya net niet te licht. En ik ben nog nooit gediscrimineerd. Daar is iedereen ook altijd verbaasd over. Nou ja, één keer dan. We waren op tournee in België en ik ging in een kroeg een pakje sigaretten kopen. “Nee”, zei de barvrouw, “we verkopen geen Belga.” Ik bedoel dat rood-witte pakje daar”, wees ik het aan. “We hebben geen Belga, ”zei ze kortaf. Ze wíl me die sigaretten niet verkopen, realiseerde ik me plotseling. Ik ben hard teruggerend naar het hotel. Jongens, ik ben gediscrimineerd! We hebben gebruld van het lachen.”

Interview uit de serie Fifty fifty, over mensen met een gemengde achtergrond


Stanley Burleson
Geboren: Krommenie, 1 september 1966
Vader: Armand Burleson, Surinamer, gepensioneerd
Moeder: Annie Noom, gepensioneerd
Woonplaats: Zaanstad
Achtergrond: VWO, 15 jaar theaterervaring
Beroep: artiest
Ambitie: vooral zo doorgaan