Selecteer een pagina
'Ik werk in een seksclub'

Eveline (29)
‘Ik werk in een seksclub’

Eveline (29) werkt in een sexclub. Haar vaste vriend weet niet dat ze tegen betaling met mannen naar bed gaat. ‘Als hij vreemd zou gaan, is het over en uit. Dat zou ik hem niet kunnen vergeven.’

‘Het was een heftige avond geweest. Ik had zes klanten gehad. Twee wilden anale seks, naast het standaardpakket van oraal, standjes en neuken. Een ander was zo dronken dat hij niets klaar speelde. Hij begon te zeuren: “je doet je best niet, ik wil mijn geld terug”. Mijn laatste klant was een hardhandige. Hij streelde niet, maar greep me waar hij maar kon.

Om drie uur ’s nachts tolde ik mijn bed in. Ik voelde me uitgewoond. Ik kroop tegen mijn vriend aan: geef me een knuffel en kom lekker dicht bij me liggen. Niks zeggen, geen seks meer, dacht ik. Maar hij was klaarwakker. Hij had op me gewacht en hij had er zin in. Wat kon ik zeggen? Ik heb er al zes gehad, nu moet ik jou er ook nog eens bij doen? Ik had hem verteld dat ik alleen achter de bar werkte. Onze relatie was nog pril, ik durfde geen nee te zeggen. We hadden seks met elkaar. Hij streelde me zachtjes en was heel lief voor me. Ik deed alsof ik het fijn vond, maar ik voelde helemaal niets. Mijn god, dacht ik: zelfs in mijn eigen bed, zelfs met mijn eigen vriend speel ik een rol.

Natuurlijk wist ik dat ik mijn gevoel uit kon schakelen: dat gaat haast automatisch als je in dit vak zit. In de club zitten we soms te gieren van het lachen, maar zodra de eerste klant binnenkomt gaat er een luikje dicht bij mij. Ik wil mijn gevoelens niet met klanten delen. Intimiteit, verliefdheid, tederheid: die bewaar ik voor mezelf. En voor de man waar ik van houd. Die nacht, drie jaar geleden, realiseerde ik me voor het eerst heel scherp dat ik de controle kwijt raakte. Dat het luikje ook thuis zomaar dicht kon klappen. Op momenten dat ik juist wèl behoefte had aan intimiteit.

Dit wereldje wordt steeds harder. SM, plassex, een vader die zijn zoon meeneemt naar het bordeel: in de club zit je er met je neus bovenop. Maar als meisje wist ik niet eens dat zoiets bestond. Ik kom uit een keurig gezin. Seksualiteit was heel sterk verbonden met houden van, met serieuze relaties. Tot mijn zestiende leidde ik een heel gewoon leventje. Ik woonde thuis bij mijn ouders, ging naar school, trapte lol met vriendinnen, had af en toe een vriendje. Toen raakte ik tot over mijn oren verliefd op een oudere man. Mijn ouders zagen hem niet zitten. Ik ben met bonje het huis uit gegaan, stopte met school en ging met hem samenwonen. Hij strooide met geld en ik genoot van de luxe. Na een paar jaar was de relatie over. Ik ging op mezelf wonen, maar kon absoluut niet met geld omgaan. Ik raakte mijn huis kwijt en stond op straat. Ik had dringend geld nodig, zo ben ik dit werk in gerold. Ik begon met animeerwerk in een bar. Een vriendin zei: “wil je op een makkelijke manier honderd euro verdienen?” Ze had een triootje, ik hoefde alleen maar te kijken. Zo ging ik steeds een stapje verder. Na mijn eerste klant heb ik een uur onder de douche gestaan, zo smerig voelde ik me. Ik ben harder geworden, maar je went nooit helemaal aan dit werk. Dit bèn ik niet: die gedachte komt nog steeds bij me op als ik met een man naar boven ga. Sinds een paar jaar werk ik vooral achter de bar. Ik heb nog wel vaste klanten, maar als ik geen zin heb zeg ik nee. Ik verdien minder, maar ik heb er meer vrede mee. Ik kan nu weer een beetje mezelf zijn.

Ik ben geen hoer, ik spéél de hoer, zeg ik altijd. Ik heb sterke normen en waarden. Buiten het werk hoeft geen man wat met mij te proberen. Als je een relatie hebt, ben je trouw aan elkaar, vind ik. Vreemdgaan kan niet door de beugel. Je moet elkaar kunnen vertrouwen, echt voor elkaar kiezen. Voor mij is dat extra belangrijk, juist omdat ik in de seksbranche werk. Ik word gek als ik zelfs van mijn eigen vent niet op aan kan. Ik maak dagelijks mee dat mannen hun vrouw bedonderen. Gisteravond hoorde ik weer zo’n getrouwde kerel tegen een van onze dames vertellen dat hij vrijgezel is. Ik woon bij hem in de buurt. Zijn vrouw komt bij mij op de koffie en hij heeft twee schatten van kinderen. Ik houd mijn lippen stijf op elkaar, natuurlijk. Zonder discretie geen prostitutie. Maar inwendig scheld ik: smeerlap.

Mijn vorige relatie is naar de kloten gegaan door dit werk. Hij was jaloers en kwam steeds vaker langs op de club. Dat ik seks had met andere mannen kon hij niet verkroppen. Hij bedonderde me, ging rommelen met andere vrouwen. Ik ben toch nog twee jaar bij hem gebleven. Die vernedering wil ik nooit meer meemaken.

Sinds een half jaar heb ik een andere vriend, Marc. Als hij vreemd zou gaan is het direct over en uit. “En jij dan?”, zegt hij wel eens. Ik ben ook trouw aan jou, zeg ik dan. Ik ga vreemd als ik gevoel bij iemand heb. Seks met een klant heeft niets met vreemdgaan te maken, dat is een zakelijke transactie. Als we bezig zijn, tel ik de roosjes op het plafond. Of ik denk aan de spijkerbroek die ik morgen ga kopen. Af en toe een keertje kreunen: ja schatje, goed zo, goed zo. Als je zo’n klant z’n ego streelt is hij als was. Even aaien na afloop: het was geweldig met jou, je was een toppertje. Hij gaat met een fantastisch gevoel de deur uit en ik ben zijn naam alweer vergeten.

Gevoel en intimiteit bewaar ik voor Marc. Daarom zoen ik ook nooit met klanten. Ja, op hun wang. Maar tongzoenen? Nooit. Strelen kan wel. Als je iemand streelt kun je daarna je handen wassen. Bij de geslachtsdaad gebruik je een condoom. Zoenen, daar zit niets tussen, dat blijft iets intiems.

Soms heb ik mijn buik vol van seks. Er zijn dagen dat ik pas om acht uur ’s ochtends thuis kom. Dan heb ik geen zin om Marc ook nog eens aandacht te geven. Maar als ik een vrije dag heb, dan is het ook kwaliteit. Vrijen met mijn eigen vent: heerlijk. We zetten de telefoon uit, het is echt wij met zijn tweetjes. Knus. We hebben alle aandacht voor elkaar. We zetten ook wel eens een seksfilmpje op en we praten heel open over seks. Ik vind het leuk om te experimenteren. Thuis moet de seks anders zijn. Geen afstompende standjes zoals op het werk.

Of ik mezelf niet voor de gek houd? Dat is een gevoelig punt. Het is een tweestrijd die ik met mezelf voer, iedere keer weer. Als je dit werk doet, verkoop je niet alleen je lichaam. Ook je ziel. Ik doe iets wat tegen mijn principes in gaat. En toch doe ik het, omdat ik de centjes nodig heb. Daar word je een beetje schizofreen van. Soms voel ik me vies, minderwaardig. Je hebt klanten die respectloos met je omgaan. Jij bent toch maar stront, zei eentje laatst tegen me. Op de club worden dat soort uitspraken niet getolereerd. De eigenares grijpt zo’n vent direct bij zijn kladden. Toch doet het iets met je, het sluipt toch naar binnen. De knop omzetten wordt steeds lastiger, in de club maar ook thuis. Op de club komen soms ineens de tranen boven. Thuis kan ik hard en gevoelloos zijn. En ik kan niet meer totaal onbevangen van seks genieten, zoals voordat ik hier werkte. De drang om vooral de behoeftes van mijn vriend te bevredigen is groot. Want stel dat ik hem niet genoeg geef en hij loopt naar een ander? Aan de andere kant weet ik: al is een vrouw nog zo goed in bed, al is ze thuis een pornoster, een man wil dan toch nog een stapje verder. Mannen zoeken de grenzen op, dat merk je in de club dagelijks. Sommigen klagen steen en been: “bij mijn vrouw mag ik niks.” Maar hun eisen worden steeds extremer.

Onze relatie zou makkelijker zijn als ik helemaal uit het leven stapte. Waarom ik dat niet doe? Een tijdje geleden ben ik opgestapt. Ik heb een schoonmaakbaantje genomen: laat mij maar de hele dag poetsen. Hoef ik niet aardig te zijn, niemand te behagen. Na een paar maanden begon de club toch weer te trekken. Dat verdient een stuk beter, maar dat was het niet alleen. Ik miste de saamhorigheid van de meiden onder elkaar. Je zit zes dagen per week bij elkaar, we zijn net een familie. We lachen veel. We eten gezamenlijk. Verjaardagen, kerst en sinterklaas worden allemaal gevierd. De eigenares is een vriendin van me geworden, een heel goed mens. De klanten miste ik ook. Toch wel. Als schoonmaakster kan je niet zeggen: hé zeikerd, doe eens even normaal. Dat kan hier wel. Soms komt er een klant, waarvan je weet: die geeft vlot champagne. Het is een verslavende sport om klanten leeg te trekken.

Marc accepteert dat ik dit werk doe. Al verklaren sommige vrienden hem voor gek. Wat moet jij met een hoer, je bent niet goed bij je hoofd, zei een van hen. Dat vond ik heel erg, vooral voor hem. Voor mezelf denk ik: ik hoef me niet te schamen. Ik verkoop geen drugs, ik buit niemand uit. Ik doe mezelf pijn, maar niemand anders. Marc haalde zijn schouders op: “ik zie je niet als prostituee, maar als mens”.

Toch blijft het lastig elkaar te vertrouwen. Marc komt me soms ophalen. Laatst was ik een beetje te amicaal met een klant, we zaten te dollen aan de bar. “Ben je wel eens met haar naar boven geweest?” vroeg Marc aan hem. Die vent zei ja, terwijl dat niet zo was. Marc bleef er op terugkomen: “ik zag toch dat je op die kerel viel?” Ik moest praten als Brugman.

Andersom vind ik het ook heel lastig om hem te vertrouwen. Ik probeer dat, maar ik merk dat ik hem constant aan het testen ben. Als we uitgaan hou ik hem in de gaten: hoe gedraagt hij zich, waar kijkt hij naar, besteedt hij niet teveel aandacht aan een andere vrouw? Ik heb ook steeds bevestiging nodig. “Ik heb gisteren toch al verteld dat ik van je hou”, zegt hij dan. “Je bent paranoia.”

Diep in mijn hart weet ik dat ik een man nooit honderd procent zal kunnen vertrouwen, hoe gek ik ook op hem. Ik ben beschadigd door dit werk. Het is net alsof een duiveltje zich in mijn hoofd heeft genesteld: je ziet toch op de club hoe mannen zijn. Denk je echt dat Marc anders is? Je weet hoe mannen kúnnen zijn, dat is de pest van dit werk. Als ik heel eerlijk ben, ben ik er op voorbereid dat mijn vriend ook een klootzak zou kunnen zijn.’

Eveline heet in het echt anders. Op haar verzoek is haar naam gefingeerd.

Ditty Eimers en Heleen Schoone

Marie Claire, september 2007