Selecteer een pagina
Moeders varen wel bij fulltimebaan

Ha fijn, werk!
Moeders varen wel bij fulltimebaan

Een 40-urige werkweek: de meeste Nederlandse moeders moeten er niet aan denken. Waarom eigenlijk niet? Drie moeders over de voordelen van een voltijdsbaan. ‘Sinds ik niet meer parttime maar fulltime werk, heb ik drie keer zoveel energie.’

Wie zijn die schaarse moeders die ontsnappen aan de deeltijdnorm?

Annemie Schuitemaker: ‘Je moet echt álles plannen’

Joyce van de Pas: ‘Vijf dagen werken geeft meer vrijheid’

Hoe leuk je je baan ook vindt: als je als Nederlandse vrouw eenmaal een baby hebt, ga je in deeltijd werken. Het aantal jonge moeders dat werk op de eerste plaats zet, is sinds 1996 nauwelijks toegenomen, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Slechts eenderde van de Nederlandse vrouwen met een fulltime baan blijft ook na de komst van een kind voltijds werken. De helft neemt een grote (dat wil zeggen: minimaal driedaagse) deeltijdbaan en tien procent stopt helemaal met werken.

Van alle werkende en niet-werkende vrouwen met minderjarige kinderen (ruim 1,9 miljoen) werkt minder dan een op de tien fulltime (180 duizend). Waarom? De meeste Nederlandse moeders voelen er niets meer voor zich volledig op het moederschap te storten. Tegelijkertijd willen de meesten de zorg voor hun nageslacht niet volledig aan anderen uitbesteden, want dat vinden ze niet goed voor de kinderen. Oplossing: deels zorgen, deels werken. En eenmaal deeltijd blijft deeltijd. In 2007 bleef negentig procent van de werkende moeders in deeltijd werken toen hun jongste naar de middelbare school ging. Ondertussen blijven mannen na de geboorte van hun eerste kind evenveel uren werken. Ook dat patroon is sinds 1996 nauwelijks veranderd.

Wie zijn die schaarse moeders die ontsnappen aan de deeltijdnorm?

Ze zijn relatief hoogopgeleid, blijkt uit een van de weinige onderzoeken naar fulltime werkende moeders (door het Sociaal en Cultureel Planbureau). Van alle werkende moeders is 26 procent hoogopgeleid; bij de voltijds werkende moeders gaat het om 39 procent. Iets meer dan de helft heeft een partner die ook fulltime werkt, een vijfde heeft geen partner. Hun belangrijkste drijfveer is niet het inkomen, zeggen hoogopgeleide moeders die fulltime werken. Ze kiezen ervoor omdat zij hun baan leuk en uitdagend vinden. Slechts een enkeling zegt hardop dat ze carrière wil maken.

Shira Tabachnikoff: ‘Ik ga met gerust hart weg’

Leeftijd: 42

Baan: Directeur Corporate Relations bij uitgeverij Elsevier

Kinderen: Drie, 10, 8 en 3 jaar oud

‘Als ik ’s avonds thuiskom, is het feest: Joepie, mama is er! De kinderen spelen, het eten staat klaar. Mijn man zorgt voor de kinderen en het huishouden. Als de kinderen vallen, roepen ze: Papa! Ik ben dol op mijn kinderen, maar ben niet in de wieg gelegd als huismoeder. Het was een bevrijding dat toe te geven. Heerlijk dat ik me doordeweeks volledig aan mijn werk kan wijden! Zeker één keer per maand moet ik naar het buitenland. Ik ga met gerust hart weg, thuis is alles goed geregeld.

Ik heb nu drie keer zoveel energie als toen ik nog parttime werkte. Na de geboorte van ons tweede kind gingen mijn man en ik beiden vier dagen werken. Verschrikkelijk. “Lekker dagje gehad?”, vroegen mijn collega’s na mijn vrije dag. Doodvermoeiend zul je bedoelen. Boodschappen doen, troep opruimen. Tussendoor belde ik voor mijn werk. De gesprekken tussen mijn man en mij gingen alleen nog over: wie haalt de kinderen, wiens vergadering is belangrijker? Ik voelde me altijd schuldig: ik wilde thuis én op mijn werk alles perfect doen. Thuis was ik moe, op mijn werk voelde ik me niet serieus genomen. Ik verzette net zoveel werk als fulltimers, maar kreeg minder betaald. Promoties gingen aan mijn neus voorbij.

Na de geboorte van de derde dacht ik: ik kap ermee. Toen kreeg ik een prachtig aanbod voor een directiefunctie. Dat kon alleen fulltime. Qua salaris ging ik er sprongen op vooruit. Toen ik het mijn man vertelde, verscheen er een brede glimlach op zijn gezicht: “Doen! Dan kan ik stoppen met werken.” We hebben de kinderopvang opgezegd en een groot oud huis gekocht. Mijn man knapt het huis op. Soms doet hij een leuke klus en hij geeft een paar uur les.

 In het weekend ben ik er geheel voor het gezin. Mijn sociale leven? Ik heb drie zussen en een paar goede vriendinnen in Amerika, waar ik ben opgegroeid. We bellen veel, daar heb ik genoeg aan.

Mijn vader vond het moeilijk dat wij de rollen omdraaiden. “Waarom heb je niet een man zoals ik, die het geld binnenbrengt?” zei hij. ‘‘Just call me Mister Tabachnikoff” zei ik. ‘‘The son you never had. Ik ben ambitieus, heb drie kinderen, een goede baan en een lieve partner die voor ons zorgt. Ik ben jou geworden.” ‘

Annemie Schuitemaker: ‘Je moet echt álles plannen’ 

Leeftijd: 47

Baan: runt adviesbureau Career & Kids én Parttimebank, een online bemiddelingsbureau voor deeltijders

Kinderen: Drie, van 10, 9 en 6 jaar oud.

‘Ik werk zes dagen per week, zo’n tien uur per dag. Ik kan moeilijk stilzitten. Op mijn tachtigste wil ik kunnen zeggen: ik heb alles uit het leven gehaald. Je moet dingen doen waarvan je energie krijgt. Bij mij is dat werken, nieuwe dingen opzetten. Ik heb mijn bureau van niets uitgebouwd tot een bedrijf met 55 medewerkers. Dat geeft veel voldoening. Ik ben eigen baas: het voordeel is dat ik flexibel ben. De andere kant is dat het werk eigenlijk nooit ophoudt.

Als ik de kinderen naar school heb gebracht, ga ik aan de slag. Woensdagmiddag houd ik vrij. We wonen in een dorp; buitenschoolse opvang is hier niet. Op maandag en dinsdag komt mijn man, die ook een fulltime baan heeft, vroeg thuis en kan ik doorwerken. Op de andere dagen bekijken we wie eerder kan stoppen om de kinderen op te vangen.

’s Avonds om acht uur ga ik weer aan de slag tot een uurtje of twee, drie. Ik ben een nachtmens, aan vier uur slaap heb ik genoeg.

Ik heb niet het idee dat mijn kinderen iets te kort komen. Overdag zitten ze op school, na school spelen ze. We wonen in een oude dokterswoning, de praktijkruimte heb ik omgebouwd tot kantoor. Thuis ben ik mama; op kantoor ben ik Career and Kids of Parttimebank. De kinderen weten: als ik thuis ben, ben ik er ook helemaal voor ze. Dan doen we leuke dingen samen. Ik ben geen knutselmoeder op school, maar ik ga wel mee met uitjes en ik help ze bij toetsen. Op zondag gaan we lekker het bos in met zijn vijven. Vroeger hadden we iedere zaterdag eters en op zondag lunches met vrienden. Dat trek ik niet meer: je kunt niet alles willen.

Mijn man doet veel thuis, dat is mijn redding. En we hebben een gouden oppas. Als de kinderen ziek zijn, kan ik haar altijd bellen. Een tijdje geleden viel mijn dochter van haar paard: haar pols en sleutelbeen waren gebroken. Toen heb ik een week al het werk uit mijn handen laten vallen. Krijg de rambam  op zo’n moment wil ik bij mijn kind zijn. Na een week kwam mijn moeder over uit Limburg. Zij is mijn nood-noodoplossing.

In de keuken hangt een enorm planbord. Iedere week stemmen we alle gezinsafspraken op elkaar af. “Ik wil niet alles plannen zoals jij”, zeggen vriendinnen weleens. Dat kan nu eenmaal niet anders als je je leven wilt inrichten zoals wij. Als ik het heel druk heb, roep ik soms: “Ik word gek, ik ga thuiszitten.” “Doe maar niet, dan word je chagrijnig”, zeggen de kinderen dan. Waar het om gaat, is: doen we als gezin de dingen waar we allemaal gelukkig mee zijn? Daar kan ik volmondig “ja” op zeggen. Dat sommigen mensen me raar vinden, moet dan maar.’

Joyce van de Pas: ‘Vijf dagen werken geeft meer vrijheid’ 

Leeftijd: 36

Baan: is business unit manager bij softwareleverancier Perfect View.

Kinderen: Haar zoontje Luc is net 4 geworden.

‘Carrière maken is een vies woord, heb ik altijd gezegd. Ik denk dat ik dat moet terugnemen. Ik jaag geen topfunctie na, maar ik steek wel veel energie in mijn werk. Daar voel ik me prettig bij. Als mijn agenda leeg is, word ik onrustig. Toen mijn zoontje geboren werd, ben ik een dag minder gaan werken. Dat heb ik twee jaar gedaan, maar op mijn vrije dag werkte ik eigenlijk gewoon door. Als leidinggevende kun je je mensen niet in de steek laten, vind ik. “Zet mij maar weer fulltime op de loonlijst”, heb ik tegen mijn baas gezegd. Ik werk nu één dag per week thuis. Dat bevalt prima. Ik heb een kantoor aan huis met een speelkamer ernaast. Als ik aan het werk ben, weet Luc dat ik in de buurt ben. Heeft hij even behoefte aan aandacht, dan breek ik er een kwartiertje tussenuit. Soms gaan we zwemmen; het werk haal ik op een ander moment weer in.

Op  de andere dagen vertrek ik om zeven uur ’s ochtends naar mijn werk. Om zeven uur ’s avonds kom ik thuis. Mijn man werkt dicht bij huis. Hij brengt Luc twee dagen naar het kinderdagverblijf, haalt hem op en kookt. Op de andere twee dagen passen mijn ouders en schoonouders op. Volgende week gaat Luc naar school, dan gaat hij twee dagen naar de buitenschoolse opvang.

Fulltime werken geeft me meer vrijheid dan vier dagen werken. Het werk is nu tenminste af in het weekend. Maar ik heb ook moeilijke momenten gehad. Luc trok een tijdje heel sterk naar zijn vader. Als ik thuiskwam lachte hij blij, maar daarna was het: “Ik wil naar papa!” Zo nu en dan bezorgde dat me een huilbui. De twijfel sloeg toe. Trok hij zo naar zijn vader omdat ik zoveel werkte? Stiekem denk je toch: ik ben geen goede moeder. Nu weet ik dat veel kinderen periodes hebben waarin ze meer op de vader of de moeder zijn gericht. De laatste tijd is het veel meer in evenwicht, gelukkig.

Naast het werk hebben we ook een druk sociaal leven. We sporten allebei en spreken vaak af met vrienden. We houden allebei van een hectisch leven. Luc vaart er ook wel bij, het is een heel vrolijk en tevreden kind.

“Het zou mijn keus niet zijn wat jij doet”, zeggen mensen in mijn omgeving soms. Dat zijn meestal vrouwen trouwens. Er zit een vervelende ondertoon in die opmerkingen: ben jij eigenlijk wel een goede moeder? Ik vind dat iedereen moet doen waar ze zich lekker bij voelt. Zelf heb ik grote bewondering voor vrouwen die fulltime moederen. Als wij drie weken op vakantie zijn geweest, zijn we kapot. Dan zeggen we tegen elkaar: “Ha fijn, we kunnen weer aan het werk!”