Mijn naam is Suzan en ik zoek een baan

Do's and don t's van solliciteren
Mijn naam is Suzan en ik zoek een baan

Selecteur Anouk de Menton Bake van GITP ziet maandelijks zo’n tachtig sollicitatiebrieven. Haar handen jeuken als ze de verhalen hoort van mensen die zelden worden uitgenodigd. ‘Solliciteren kan zoveel effectiever.’

“Een inkrimping van het personeelsbestand bij mijn huidige werkgever vormt de grondslag voor deze sollicitatie” is de eerste zin van brief 45, voor een vacature van junior adviseur bij een commercieel adviesbureau. “Nee, hij is niet uitgenodigd”, zegt Anouk de Menthon Bake. “Ontslag is geen min, maar je moet het niet pontificaal in je sollicitatiebrief zetten. Deze meneer heeft het nog niet verwerkt, denk je als selecteur. Bedrijven hebben voldoende keus, ze kunnen het zich veroorloven om op safe te spelen.” Briefschrijver 124 houdt het kort: “Hierbij stuur ik mijn CV. Ik hoop dat u mij uitnodigt voor een gesprek.” Het bijgevoegde CV beslaat vijf dikbedrukte vellen.

Anouk de Menthon Bake: “Misschien is deze jongen heel goed, en bij tien reacties zou ik deze lap grondig doorploegen. Ik heb er meer dan tweehonderd liggen. Hij zou zijn kans vergroten als hij aangeeft welke ervaring relevant is voor deze baan.”

In brief 83 beschrijft een net afgestudeerde HEAO-er enthousiast wat ze in haar mars heeft. Geen woord over de functie en waarom zij de goede persoon voor deze plek is. AFWIJZEN staat met rode letters in de rechterbovenhoek. “Had ze maar de moeite genomen om zich te verdiepen in de functie. Een klantgerichte houding is een van de belangrijkste eisen.”

“Hallo, mijn naam is Susan en ik ben naarstig op zoek naar een passende baan”, begint een andere briefschrijfster. “Een leuke binnenkomer” vindt de Menthon Bake. “Je moet niet overdrijven. Hier haalt ze een spreuk van Confucius aan. Kom ter zake, meid. Dit is een commerciële functie.”

De Menthon Bake werft kandidaten voor commerciële bedrijven en de nonprofitsector. “Gek hè?”, zegt ze steeds verbaasd als ze weer een voorbeeld laat zien. “Veel sollicitanten doen hun best, maar het kan zoveel effectiever.” Zelf is ze van de generatie die begin jaren 90 op de arbeidsmarkt kwam. “Er was nauwelijks werk, je moest iets extra’s doen om er uit gepikt te worden. Dat is nu weer zo. Het lijkt alsof sollicitanten het nog niet door hebben. Het is vooral ik, ik, ik. Dat is niet meer van deze tijd. Per vacature krijgen we 200 tot 300 brieven.”

Een goede sollicitatiebrief hoeft niet origineel te zijn. Brieven gericht aan “de heer Menthon” gooit ze niet in de prullenbak. “Alles word je vergeven als je de kern van de functie eruit pikt en daarop reageert. Dat gebeurt ontstellend weinig. Als selecteur wil je gestuurd worden, de sollicitant moet zélf de match maken tussen zijn kwaliteiten en de functie.”

Maar wat als je CV niet aansluit op de functie? “Geen ramp, maar leg dan uit waarom je deze baan denkt aan te kunnen. Gebruik geen kreten als : ik ben resultaatgericht, maar geef concrete voorbeelden van hoe je dingen oppikt. ”

De Menthon Bake slaat de profielschets over die ze in vrijwel ieder CV aantreft. “Een jaar geleden was iedereen sensitief, nu zijn het allemaal teamplayers. Holle frases”, vindt ze. “Sommige opdrachtgevers raken er geïrriteerd van. Ze zeggen: dat beslis ik zelf wel. Iedereen weet dat dit soort competenties pas betekenis krijgt in een concrete functie. Een teamplayer in een ziekenhuis is iets anders dan in een productiebedrijf.”

Hoogst zelden krijgt ze een telefoontje over een vacature. “Bellen zorgt dat selecteurs je naam kennen. Je vergroot de kans dat we je in geval van twijfel uitnodigen.” Je moet wel de juiste toon treffen: subtiel vragen wat de kern van de functie is, géén verkooppraatje houden. Op een van de brieven is een post-it velletje geplakt: “Kandidaat heeft telefonische info gevraagd. Stelt obligate vragen en probeert zichzelf te verkopen”. De Menthon Bake zucht. “Deze meneer wordt alleen nog uitgenodigd als hij een excellente brief heeft geschreven of een puik CV heeft.”

Echte interesse tonen in de functie en de organisatie is waar het om draait, ook tijdens het sollicitatiegesprek. “Wie kan verwijzen naar een krantenbericht, heeft direct een streepje voor. Hé, die is enthousiast, je ziet de werkgever opveren. Velen hebben de site niet eens geraadpleegd, laatst staan dat ze vooraf met iemand gepraat hebben die bij een soortgelijke organisatie werkt.” Je verdiepen in een bedrijf heeft nog een voordeel: het kan je op het spoor brengen van onvermoede vacatures. “Veel mensen staren zich blind op personeelsadvertenties. Er zijn nog steeds veel vacatures, maar je ziet ze minder vaak in de krant. Vooral bij bedrijven die fuseren en reorganiseren is de kans groot dat ze mensen zoeken. Die plaatsen vaak geen advertenties. Te pijnlijk voor werknemers die hun plek kwijtraken.”

De meeste sollicitanten redeneren vooral vanuit zichzelf, vindt de Menthon Bake. “En ze werken een standaardlijstje af: wat is de procedure, wat is het carrièreperspectief?

Dat zijn toch relevante vragen? “Ja, maar je moet aansluiten bij het gesprek. Laatst had ik nog iemand: ‘kunt u me iets vertellen over de cultuur van dit bedrijf?’ Ik had net verteld dat ze een omslag maken van non-profit naar een meer zakelijke bedrijfsvoering. Zo’n vraag wekt niet de indruk dat je betrokken bent. Je moet ook oppassen aan wie je wat vraagt. Sommige bedrijven worden niet vrolijk als een sollicitant informeert naar doorgroeimogelijkheden. Die willen iemand die buffelt, de rest komt later wel.”

Wie denkt te scoren door te vertellen dat hij honderd sollicitatiebrieven heeft geschreven, heeft het mis. “Sollicitanten denken dat ze gedreven overkomen. Je maakt eerder een ongerichte indruk: o, schrijf je op alles?” Ook klagen over vorige werkgevers is uit den boze. “Dat gebeurt heel veel. Ik begrijp dat het mensen hoog zit, maar laat het alsjeblieft niet merken. Over drie jaar praat hij ook zo over mij, denkt een werkgever direct.”

De meeste sollicitanten hebben inmiddels begrepen dat ze niet meer over een grotere lease auto moeten beginnen. “Ze zijn reëler geworden in hun eisen, maar niet over hun kwaliteiten. Ik ben communicatief, dus ik kan leidinggeven zeggen sommigen doodleuk. Geef liever aan dat het soms moeilijk zal worden.”

Ze raadt afgewezen sollicitanten aan om feedback te vragen. “Bel de selecteur en vraag door. Er is naast de standaardreden vaak een meer persoonlijke reden waarom jij het niet geworden bent. Niet zo leuk om te horen, maar het helpt je om niet steeds dezelfde fouten te maken.”