Selecteer een pagina
'Heeft u hier vannacht geslapen?'

Op zoek naar bijstandfraude
‘Heeft u hier vannacht geslapen?’

Posten voor de deur, bestandskoppeling, internetonderzoek: de sociale dienst zit bijstandsfraudeurs steeds dichter op de huid. Op stap met opsporingsambtenaren van de Utrechtse sociale dienst.

‘We komen nog steeds graag bij de mensen thuis’, zegt Hans, senior handhavingspecialist bij de sociale dienst in Utrecht. Om acht uur ’s ochtends staat hij met zijn collega Joma voor de deur van een flatgebouw. Ze proberen de ene na de andere bel op het bellenbord. Behalve die van mevrouw F. Zij weet nog niets van het bezoek dat komen gaat. ‘Via de buren komen we sneller het gebouw binnen.’

Mevrouw F. is gescheiden en moeder van twee kinderen. Weken geleden kreeg de sociale dienst een anonieme tip, dat ze nog steeds met haar ex-man samenwoont. Een crimineel, schreef de tipgever. De twee zouden van haar bijstandsgeld een huis in Turkije hebben gebouwd.

Een jaar of vijf, zes geleden lag klikken nog gevoelig, zegt Hans, een voormalig politierechercheur.‘Dat deed je niet, je buren verlinken.’ Maar de tolerantie voor bijstandsfraude is afgenomen. Dit jaar kwamen bij de kliklijn van de gemeente 150 tips binnen. Ook politie en woningbouwverenigingen gaven vaker vermoedens van fraude door. Bij ruim dertig procent van de meldingen bleek inderdaad sprake van gesjoemel. ‘Je moet het kaf zorgvuldig van het koren scheiden’, zegt Hans. ‘We stuiten ook op verzonnen verhalen van gebrouilleerde buren of wraakzuchtige exen.’

Of mevrouw F. een huis in Turkije heeft gebouwd, kan Hans niet vaststellen, maar hij weet wel dat haar voormalige echtgenoot veel tijd doorbrengt in haar flat. ‘We hebben hier al een keer of tien, twaalf voor de deur gepost. We zien hem zo vaak naar binnen gaan, dat het lijkt alsof ze nog samenwonen.’

In een donker halletje drukt hij op haar deurbel. De deur gaat half open. ‘Sociale dienst hier. Mogen we binnenkomen, alstublieft?’ Achter een man in T-shirt en joggingbroek schiet een vrouw in ochtendjas weg. ‘Mevrouw, we komen voor u. U hoeft ons niet binnen te laten, maar dat kan gevolgen hebben voor uw uitkering.’ Wie een huisbezoek weigert, voldoet niet aan de informatieplicht, die in januari 2013 is ingevoerd. Dat kan betekenen dat de uitkering wordt stopgezet.

‘Schoenen uit, graag’, zegt de man. Mevrouw F. komt aan met gifgroene pantoffels, die ze Joma aanbiedt. ‘Anders koud’, zegt ze, wijzend op Joma’s kousenvoeten.

‘Heeft u hier vannacht geslapen?’, vraagt Hans aan hem. ‘We hebben aanwijzingen dat u samenwoont.’

‘Ik was er pas om half acht. Ik kom hier alleen om mijn jongens naar school te brengen.’ In de woonkamer zitten twee jongetjes in Sesamstraatpyjama’s. Ze blijven strak naar hun spelcomputer kijken, als Hans hun moeder vraagt of hij het dressoir mag openmaken. Hij vist er een stapeltje brieven uit en kijkt snel aan wie ze zijn geadresseerd. Dan verdwijnt hij naar de slaapkamer. ‘Van wie is dit colbertjasje?’ ‘Heeft u zich met dit scheermesje geschoren, meneer?’ Bij het weggaan krijgen de jongens een aai over hun bol. ‘Goed je best doen op school hè.’

‘We hebben nauwelijks spullen van hem gevonden, maar die man loog.’ Hans weet het zeker, hij is om tien voor zeven al wezen kijken. Toen stond zijn auto al voor de deur.

Ze rijden door naar de andere kant van de stad, waar hij officieel woont. Van de woningbouwvereniging hebben ze gehoord dat hij zijn huis onderverhuurt aan een Pool. ‘Kijk, er komt rook uit de schoorsteen’, wijst Joma. Niemand doet open.

De volgende dag gaat Joma een brief bij mevrouw F. afgeven. Ze wordt opgeroepen voor een gesprek. Alle brieven worden persoonlijk bezorgd. Dan kunnen mensen die niet komen opdagen, later niet zeggen dat de post niet was aangekomen. Zo’n bezoekje levert vaak ook extra informatie op. ‘Ja, hoor’, vertelt Joma als ze weer terug op kantoor is. ‘Toen ik in mijn auto stapte, zag ik ze de flat ingaan met een tas boodschappen. Ik weet zeker dat ze mij allang gezien hadden. De arrogantie!’

Slimme handhaving

Sinds de crisis doen meer mensen een beroep op bijstand. In Utrecht is het aantal uitkeringen gestegen van 6500 in 2011 tot 8550 eind 2013. De gemeente is alerter op fraude. Maar volgens de sociale dienst hebben die twee dingen niks met elkaar te maken. Nu de dienst door de bezuinigingen met een derde is ingekrompen, zet Utrecht noodgedwongen in op ‘slimme handhaving.’ Net als veel andere gemeentes. In plaats van iedereen van tijd tot tijd op te roepen voor een gesprek, wordt gericht gecontroleerd aan de hand van risicoprofielen. Opvallend lage waterrekening? Dat kan erop duiden dat je een nepadres hebt en samenwoont. Gescheiden, parttimer of onwillig om mee te werken aan re-integratie? Dan scoor je hoger op het risicoprofiel en word je extra in de gaten gehouden.

Omdat gemeenten sinds 2012 meer gebruik mogen maken van bestandskoppeling, is slim handhaven makkelijker geworden. Via kentekenregistratie kan de sociale dienst opvragen of een bijstandsontvanger een auto op zijn naam heeft. Nutsbedrijven verstrekken informatie over energie- en waterverbruik. Bij het Kadaster kan worden gecontroleerd of iemand een huis of grond bezit. De Belastingdienst stelt gegevens beschikbaar over ontvangen toeslagen. Zo kan fraude sneller worden opgespoord. Maar om moeilijk te bewijzen samenwoonfraude of zwartwerken aan te tonen, wordt ook nog steeds gebruik gemaakt van beproefde methodes als posten voor de deur en onaangekondigd huisbezoek.

In 2014 worden de mogelijkheden om bestanden te koppelen verder uitgebreid, kondigde minister Opstelten van Veiligheid en Justitie afgelopen december aan. De Belastingdienst gaat ‘verwonderadressen’ uitwisselen met grote gemeentes: adressen met opvallende huishoudensamenstellingen of waar opvallende geldstromen naar toe gaan. Informatie over gastouders mag nu ook gekoppeld worden aan bijstandsgegevens en overheidsdiensten gaan gezamenlijk adresfraude opsporen. Ook komt er een digitaal portaal zodat ze gemakkelijker kunnen achterhalen welke bankrekeningen een verdachte op zijn naam heeft staan. Verder komen er regionale ‘afpakteams’ om geld terug te vorderen en wordt er meer geld uitgetrokken om fraudeurs in het buitenland op te sporen.

Niet dat er zoveel meer wordt gefraudeerd dan vroeger: het percentage uitkeringsgerechtigden dat zich aan de regels houdt, schommelt al jaren tussen 90 en 99,9 procent, blijkt uit recente cijfers van het ministerie van Sociale Zaken. Maar ‘onze geloofwaardigheid is in het geding, als er niet wordt gehandhaafd’, vindt de gemeente.

‘Utrecht jaagt zo fanatiek op bijstandsfraude, dat iedere bijstandsgerechtigde als potentiële fraudeur wordt gezien’, zegt Joop de Ram van de Utrechtse Kliëntenraad van uitkeringsgerechtigden. ‘Wie twee betalingen op zijn rekening heeft, die hij niet kan verklaren, wordt al van fraude beticht.’

Jacht op bijstandsfraudeurs? ‘Met 300 onderzoeken op ruim 8500 bijstandsuitkeringen kun je daar echt niet van spreken’, zegt unitmanager Inkomen Jacqueline Pleijter. Het net rond fraudeurs wordt wel strakker aangetrokken, maar dat is juist een cadeautje aan al die bijstandsgerechtigden die hun zaakjes wél op orde hebben. ‘Zij moeten rechtop over straat kunnen. Dat kan omdat we laten zien dat we fraudeurs stevig aanpakken.’

Utrecht is geen uitzondering. Volgens Divosa, de koepel van sociale diensten, sporen gemeentes gemiddeld een kwart meer bijstandsfraude op dan enkele jaren geleden. Grote gemeentes boeken meer succes dan kleine. Kleine gemeentes moeten meer laten lopen, omdat ze niet zo’n groot opsporingsapparaat hebben. Maar de druk om de teugels aan te trekken neemt ook daar toe, nu ze merken dat gewiekste fraudeurs verhuizen naar minder strenge gemeentes. Ze zijn als de dood dat ze het afvoerputje van de bijstand worden.

Porsche

‘Mijn broer is zwaar psychisch’ zegt de zus van meneer A, in een telefoongesprek met handhaver Ine. ‘Hij is niet in staat om vanochtend op gesprek te komen.’ Ine is onvermurwbaar. ‘Uw broer moet zelf bellen,’ antwoordt ze. ‘Anders moet ik zijn uitkering opschorten.’ De ex-politieagente- zwart leren jack, korte coupe- staat een uur later al voor zijn deur met een nieuwe oproep, voor drie dagen later. Een vrouw in roze huispak doet open. ‘Ik logeer hier een paar dagen. Hij zit in Amsterdam.’ Ze schrikt. ‘Waarom wilt u dat eigenlijk weten?’

In de auto maakt Ine een aantekening. ‘Een gelukje dat die vrouw haar mond voorbij praatte. Deze meneer heeft een hoop uit te leggen.’

Meneer A., een twintiger die een opleiding tot automonteur heeft gevolgd, heeft een Porsche ter waarde van twaalfduizend euro op zijn naam. Dat is gebleken uit een vergelijking van zijn gegevens met die van bureau kentekenregistratie. Hij heeft een paar keer vastgezeten. ‘Werkt niet mee aan re-integratie’, staat in zijn dossier.

De week erop wordt zijn uitkering stopgezet. ‘Niet aangetroffen tijdens onaangekondigd huisbezoek’, schreef Ine in haar rapport. ‘Niet verschenen op eerste en tweede oproep. Voldoet niet aan informatieplicht. Recht op uitkering niet vast te stellen. Boete vanaf juni 2013.’

Stommiteiten

Sinds een jaarworden uitkeringsfraudeurs harder gestraft. Fraude mag niet lonen, vindt de regering. Daarom wordt opgespoorde fraude altijd bestraft, hoe klein het fraudebedrag ook is. Gemeentes moeten onterecht verstrekte bedragen volledig terugvorderen, onder andere door het opsporen van verdwenen debiteurs via internetonderzoek. Daarbovenop krijgen fraudeurs een boete. Wie duizend euro teveel heeft gekregen, krijgt ook een boete van duizend euro. Ook mensen die door slordigheden en stommiteiten meer hebben ontvangen dan waar ze recht op hebben. Voorheen hoefden zij alleen het teveel ontvangen bedrag terug te betalen. Maar sinds de wet is aangescherpt, wordt iedereen die wijzigingen niet volledig en tijdig doorgeeft, als fraudeur beschouwd.

De maatregelen komen nog uit de koker van voormalig VVD-minister Kamp, maar worden omarmd door zijn opvolger Lodewijk Asscher (PvdA). Hij reageerde verbaasd, toen Nationale Ombudsman Alex Brenninkmeijer de nieuwe regels vorig jaar onuitvoerbaar en te streng noemde. ‘De regels zijn streng voor de kwaden’, liet Asscher weten. ‘Zodat er uitkeringen overblijven voor de goeden.’

De Utrechtse ‘Badr Hari’

‘Opgespoorde fraude: € 1.606.000,-’ staat eind december in zwarte vilstift op een bord bij de afdeling handhaving. Vorig jaar was het meer: 1,7 miljoen. Dat komt omdat er nu meer aan de poort wordt afgevangen. In 2013 kregen 125 bijstandsaanvragers nul op het rekest, omdat ze geen recht op een uitkering hadden. Van 185 betrapte fraudeurs werd de uitkering beëindigd.

De kantoortuin op de tweede verdieping van ‘de toren’, een jaren zeventig kolos in de binnenstad, is de uitvalsbasis voor de opsporing van bijstandsfraudeurs. Vier sociaal rechercheurs zitten achter de grote fraudezaken aan, waarbij de gemeente vermoedelijk voor meer dan vijftig duizend euro is benadeeld. Zij hebben vergaande opsporingsbevoegdheden, vergelijkbaar met politierechercheurs. Om politierapporten in te zien of huiszoeking te doen, hebben ze toestemming van de officier van justitie nodig. De twintig handhavers hebben minder bevoegdheden. Zij nemen de kleinere zaken voor hun rekening. Ze maken gebruik van dossieronderzoek, heimelijke observaties en onaangekondigde huisbezoeken. Handhavers kunnen meer op eigen houtje opereren, maar achter de voordeur komen ze alleen als een bijstandsgerechtigde daar toestemming voor geeft.

Als Ine bij een verdachte van steunfraude op huisbezoek gaat, is de spanning minstens zo groot als indertijd bij de politie. ‘Kom ik binnen? Hoe gaat de klant reageren? Zonder wapenstok, pistool of pepperspray ben je behoorlijk kwetsbaar.’ Fysiek geweld komt sporadisch voor. Vorig jaar werd een opsporingsambtenaar door een boze klant opgesloten in een kamer met een vechthond. Het liep goed af, maar om incidenten te voorkomen, gaan ze meestal met zijn tweeën op huisbezoek.

Sukkels die op Marktplaats reclame maken voor het klusbedrijf waarmee ze bijbeunen, lopen snel tegen de lamp, nu Utrecht steeds vaker via internet naar bijstandsfraude speurt. Bij de echte boeven is het meer een kat- en muisspel, dat maanden of zelfs jaren kan duren. ‘Die zijn ons nog vaak te slim af, maar doorsnee rommelaars komen we steeds eerder op het spoor’, zegt Ine.

Van de Utrechtse ‘Badr Hari’ is niets meer vernomen, sinds zijn uitkering vorig jaar is stopgezet. Een VOW’tje, in sociale dienst jargon: vertrokken en onbekend waarheen. Hij verdiende jarenlang vrachten aan prijzengeld met kickboksen. Ondertussen streek hij iedere maand 688 euro bijstand op. ‘Een mooie vangst’, glundert Sunny, die het bedrog via Facebook op het spoor kwam. ‘Wel jammer dat hij nog geen cent heeft terugbetaald.’

‘Weet je nog’, zegt de vrouw die tegenover Ine zit. ‘Die vent met die kale flat en die grote garage?’

‘De dozen met speelgoed, parfum en horloges rolden over ons heen, toen hij de garagedeur moest opendoen’, lacht Ine.

‘Ik zie in het systeem dat hij alweer een voorschot heeft gekregen.’

‘Nee, toch.’

‘Ik wil het niet horen!’ roept een collega die een dossier komt halen. ‘Nee, nee, nee! Ik word des duivels.’

Fraudeurs bij wie de uitkering is stopgezet, kunnen de maand erop alweer bijstand aanvragen. Als ze kunnen aantonen dat ze niet meer samenwonen of hun bijbaan hebben opgezegd, moet de uitkering opnieuw worden toegekend.

Hans is een van de weinigen die het volkomen koud laat. Sommige fraudeurs heeft hij er al drie keer uitgewerkt. En drie keer zien terugkomen. Hij haalt zijn schouders op. ‘Zo zit de wet nu eenmaal in elkaar. De bijstand is het laatste vangnet.’

Rechtse (allemaal profiteurs) en linkse (gut, wat zielig) onderbuikgevoelens zijn hem vreemd. Wie recht heeft op bijstand, moet bijstand krijgen –en van hem mogen er gerust een paar honderdjes bij. ‘De rest moet eruit.’

Hans begon bij handhaving in de jaren negentig, toen sociale rechercheurs door het gros van de medewerkers nog argwanend werden bekeken. ‘Het wemelde van de Sinterklazen.’ De opsporing van fraude ging op zijn janboerenfluitjes. ‘Hoe komt die verf tussen uw nagels?’

De naweeën komt hij nog steeds tegen. Hij ziet soms bijstandstrekkers die al 15, 20 jaar buiten de gewone arbeidsmarkt staan. Jarenlang konden ze hun gang gaan, terwijl de sociale dienst de andere kant op keek. ‘Waarom heeft niemand jou vroeger een por gegeven?’ denkt hij dan. ‘Die krijg je nooit meer aan het werk, hoeveel re-integratiegeld je er ook inpompt.’

Toen Hans Spekman, de huidige voorzitter van de Partij van de Arbeid, in 2001 aantrad als wethouder Sociale Zaken, maakte hij korte metten met de gedoogcultuur. Fraudeurs moesten kei- en keihard aangepakt worden. Fraude holde de solidariteit uit, die hem zo lief was. ‘Spekman informeerde iedere week wat we hadden opgespoord’, vertelt Hans. Hij herinnert zich een landelijke bijeenkomst met sociaal rechercheurs die Spekman toesprak. ‘Al dat overwegend rechtse volk hing aan zijn lippen.’

Binnenharken

‘Heb je beet?’ vraagt Ine als ze om half negen in de auto stapt bij sociaal rechercheur Gerard. ‘Het dobbertje ging naar beneden, maar nog niet ver genoeg.’ Vanochtend heeft Gerard gepost bij een huis in Overvecht. Weer een verdenking van samenwonen. 65 % van de fraudegevallen in Utrecht heeft daarmee te maken. De andere 35% is vooral inkomensfraude. Onder fraudeurs die worden betrapt, zijn veel allochtonen. Volgens de afdeling handhaving komt dat omdat allochtonen oververtegenwoordigd zijn in de bijstand, niet omdat ze vaker fraude plegen.

Dit keer gaat het om een vrouw van wie Gerard weet dat ze is ingetrokken bij haar vriend en diens familie. Ze is al een paar keer onderzocht. Een half jaar geleden werd haar uitkering beëindigd. Ze ging in beroep en won, omdat de jurist van de gemeente een dossier had zoekgemaakt. ‘Mijn collega’s zitten me te pushen’, zegt Gerard. ‘Zorg dat zij er eindelijk uitvliegt.’ Bij de school vangen ze nog net een glimp op van haar op, als ze haar kinderen gedag zwaait. ‘Straks zal ze haar bed wel weer induiken’, denkt Ine.

Gerard rijdt de ondergrondse parkeergarage van een hagelnieuw appartementencomplex in. Zijn gezicht klaart op als hij een grijze stationcar ziet staan. Hij tuurt door de achterruit. ‘Hé, dat kinderzitje komt me bekend voor.’ Via kentekenregistratie had hij al achterhaald dat meneer S. zijn Mercedes heeft verruild voor een Seat. Maar de man zelf is hij maandenlang kwijt geweest. Dankzij een hint van de beheerder van de woningbouwvereniging is hij hem weer op het spoor.

Gerard is al maanden bezig om de zaak van de familie S. , een stel met drie kinderen, rond te krijgen. Hij heeft een goede baan, zij staat op een ander adres ingeschreven en krijgt al jaren bijstand. Gerard heeft sterke aanwijzingen dat ze de gemeente al voor meer dan een ton hebben benadeeld: een strafzaak dus. Na buurtonderzoek en weken posten voor haar deur, gaf de officier van justitie toestemming voor huiszoeking. Te laat: de vogel was gevlogen. ‘Waarschijnlijk getipt. Vreselijk balen na al dat werk.’

Gerard en Ine lopen de trap op, naar de nieuwe flat die meneer S. heeft gehuurd. In het begin had Ine wel moeite met dat gewroet in andermans privéleven. ‘Maar dat was snel over. Toen kreeg mijn rechtvaardigheidsgevoel de overhand.’

Ze jagen echt niet op bijstandsmoeders die één werkhuisje hebben om de kinderen naar sport te sturen, zegt Gerard. ‘Er moet veel meer aan de hand zijn.’

‘Wat deze mensen wel niet binnenharken aan gemeenschapsgeld.’ Ine schudt haar hoofd. ‘Bijstand, toeslagen, pgb.’

‘Plus iedere week de thuiszorg over de vloer, om het huis schoon te maken’, weet Gerard. ‘Bij haar staat een rollator voor de deur. Ze loopt als een kievit.’

Ine: ‘Die lachen ons gewoon uit, dat wij elke ochtend braaf naar het werk gaan.’

Ze legt haar oor tegen de deur van de flat. ‘Ik hoor duidelijk kindergehuil, Gerard.’

Jaarlijks drie ton

Gerard kan nog wel een succesje gebruiken: sociaal rechercheurs moeten jaarlijks drie ton aan fraude opsporen. Hij vindt het jammer dat Utrecht nog steeds geen camera-auto heeft aangeschaft. Het gebruik van verborgen camera’s was lange tijd omstreden. Maar afgelopen augustus zei voorzitter Jacob Kohnstamm van het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) dat het mag bij moeilijk op te sporen bijstandsfraude. Maar goed ook, vindt Gerard. Een paar jaar geleden kon hij bij de minste twijfel een huiszoeking regelen. Totdat de rechter gemeentes op de vingers tikte en huiszoekingen verbood als er te weinig concrete verdenking van fraude was. Sindsdien is het een stuk lastiger om klanten op samenwoonfraude te betrappen. Zeker de slimmeriken die weten hoe ze de sociale dienst om de tuin moeten leiden: ’s nachts de vuilniszakken buitenzetten, en nooit de auto voor de deur parkeren of samen instappen.

Gelukkig mocht Gerard afgelopen jaar de camera-auto van Nieuwegein huren, bij een zaak, waarbij het maar niet lukte om voldoende bewijs te verzamelen. Twee weken stond de lens dag en nacht gericht op een voordeur. Op de beelden was te zien dat de man die officieel elders woonde, op de meest vreemde tijdstippen in- en uitliep. Door die beelden mocht hij huiszoeking doen van de officier van justitie. ‘We troffen hem gestrekt aan, onder het bed van zijn vrouw.’ Met dat stel heeft hij nog steeds contact. ‘Hij staat nu gewoon bij haar ingeschreven. Die vrouw is zo opgelucht, ze leed echt onder de voortdurende angst voor ontdekking.’

Bij mevrouw F. , de Turkse die ervan wordt verdacht dat ze nog steeds samenwoont met haar ex-man, is geen spoortje opluchting te bekennen. Ze huilt van onmacht, ongeloof en woede. ‘Hoe moet ik verder? U dwingt mij om weer met die man te trouwen. Dat betekent het einde voor mij.’

Ze spreekt alleen Turks. Na een twee uur durend verhoor, in de spreekkamer van de sociale dienst, heeft Hans aan de tolk verteld dat hij volgende week adviseert of haar uitkering gestopt moet worden.

‘Moet ik de gevangenis in?’ vraagt ze benauwd.

‘Nee, maar als we gaan terugvorderen, krijgt u mogelijk ook een geldboete.’

Hans legt uit dat ze volgens de bijstandswet alle schijn tegen heeft.

‘We moeten constateren dat uw ex-echtgenoot wel erg vaak bij u is. Overdag bijna altijd. U doet ook samen boodschappen. En soms slaapt hij ’s nachts bij u. U woont misschien niet samen, maar is het u bekend dat u een gezamenlijke huishouding voert?’

De tolk steekt zijn hand op. ‘Geef me tijd om dit uit te leggen. Het Turks kent geen woord voor gezamenlijke huishouding.’

De meeste bijstandsfraudeurs zijn zich er niet van niet bewust dat ze fraude plegen, blijkt uit onderzoek naar notoire uitkeringsfraude in Nederland, dat eind november werd gepubliceerd. Het onderzoek, in opdracht van ministerie van Sociale Zaken, bestaat uit 36 gesprekken met mensen waarvan recent is vastgesteld dat zij hun uitkering ten onrechte hebben ontvangen. De meesten handelden niet uit berekening. Het sloop er gewoon in. Ze zagen kans om wat bij te verdienen, kregen een kleine erfenis of gingen samenwonen en gaven dat niet door. Uit slordigheid, onkunde of gemakzucht. En omdat niemand het opmerkte, lieten ze het maar zo.

‘Ik ben altijd eerlijk geweest’, zegt mevrouw F. ‘De hulpverlener die mij helpt met mijn administratie en vaak meegaat naar de sociale dienst, is op de hoogte van mijn situatie.’

Ze zegt dat ze haar ex alleen binnenlaat vanwege haar jongens. Die vragen iedere dag naar hun vader. Hij brengt ze naar school en helpt ze ’s avonds met huiswerk. ‘Als ik dat niet toelaat ben ik een slechte moeder.’

Ze had niet beseft dat het niet mocht. ‘Nu ik dit hoor, zal ik het niet meer toestaan.’

Compleet over de rooie

Bij de Utrechtse advocaat Bernard de Leest, gespecialiseerd in sociale zekerheid, melden zich regelmatig bijstandsgerechtigden die in de problemen komen omdat ze niet goed op de hoogte zijn van de regels. Een verhuurder en huurder die elkaar niet konden luchten of zien en toch als samenwonend werden bestempeld. Een vrouw die vergat haar bijverdienste door te geven aan de sociale dienst, omdat ze dacht dat het al bekend was. Ze had het toch keurig aan het UWV gemeld? De Leest: ‘Vaak zijn ze compleet over de rooie, omdat ze als fraudeurs worden bejegend.’

De strenge regels zijn gemaakt voor de kleine groep, die de boel willens en wetens oplicht, zegt De Leest. ‘Nu worden ze op iedereen toegepast.’ Handhavers die op eigen houtje besluiten om weken voor een deur te posten, alleen om het recht op uitkering vast te stellen: hij vindt het te bizar voor woorden. ‘In het strafrecht mag dat alleen als je concrete aanwijzingen hebt voor een zwaar vergrijp.’

Hij denkt dat veel mensen in de bijstand zich nog niet realiseren dat ze door de koppeling van bestanden en de opsporingsdrift van gemeentes geen enkele privacy meer hebben. Bij echte fraudeurs, die overal lak aan hebben, heeft hij er geen moeite mee. Die pik je er zo tussenuit, want je komt ze ook tegen bij snelheidsovertredingen, rijden onder invloed en belastingfraude. Daar moet je op jagen: mannetje, we hebben je in de gaten. ‘Als zij merken dat de pakkans groot is, bedenken ze zich wel twee keer. Mensen die de fout ingaan uit onwetendheid, moet je gewoon goede voorlichting geven.’

‘Wij weten dat tachtig procent van de fraude onbewust wordt gepleegd’ , zegt unitmanager Pleijter. ‘Daarom besteden we veel aandacht aan voorlichting, zodat mensen op de hoogte zijn van de nieuwe regels.’

‘Dat roepen ze al tien jaar’, zegt De Leest. ‘Ik heb er nog nooit iets van gemerkt.’ Denk nooit: het zal wel zus of zo zijn, waarschuwt hij zijn cliënten. De regels zijn zo ingewikkeld geworden, dat je niet meer op je gezonde verstand af kan gaan. ‘Als je een eindejaarstoeslag vergeet door te geven, ben je direct de sjaak. En er wordt stevig gehandhaafd, want het is goed om te laten zien dat de gemeente veel fraudeurs oppakt.’

Een gedrocht van een wet

Wij volgen de veranderingen in de samenleving, legt Hans uit. ‘Die vindt dat fraude harder moet worden aangepakt.’ De afdeling handhaving doet alles netjes volgens de regels. Met de boetes die sinds januari 2013 worden opgelegd, heeft hij wel moeite. De boeteregeling is vooral bedoeld om onbewuste ‘fraudeurs’ aan te pakken: ook zij moeten voelen dat gesjoemel niet meer wordt getolereerd. Dit jaar is in Utrecht 60 keer een boete van gemiddeld tweeduizend euro uitgedeeld, plus een uitschieter van 132.270 euro. 73 keer kon de gemeente ervoor kiezen om alleen een waarschuwing te geven, omdat de fout niet alleen aan de klant te wijten was.

Hans: ‘Een gedrocht van een wet. Waarom zou iemand ooit nog gaan werken, als hij iedere verdiende cent weer in moet leveren?’ Nu al merken ze bij de sociale dienst dat mensen meer moeite hebben om teruggevorderde bijstand terug te betalen. Ze zitten vaker in de schuldhulpverlening en er staan ook nog andere geldeisers in de rij. De gemeente krijgt jaarlijks 16% van het teruggevorderde bedrag aan fraude terug, maar bij boetes zal dat minder zijn, is de verwachting.

Het is allemaal spierballentaal, zucht Hans. Iedereen weet toch dat je van een kale kip niet kan plukken? ‘Maar we moeten er mee leven. Dit is wat Den Haag heeft bedacht.’

De Leest kon wel huilen toen hij over de nieuwe maatregelen las. ‘De toelichting begint met een zinnetje dat iedereen mag meedoen aan de samenleving. Precies het omgekeerde gebeurt. Wie een hoge boete moet betalen, krijgt levenslang en wordt buiten de maatschappij geplaatst.’

Een typisch voorbeeld van doorgeslagen anti-misbruikwetgeving, meent hij. Niet de boeven worden met draconische maatregelen aangepakt, maar gewone burgers die een foutje maken. Zo creëer je mensen die niets meer te verliezen hebben. ‘De kans is groot dat ze gaan frauderen, omdat het ze geen reet meer kan schelen.’

Het zou De Leest niet verbazen als gemeentes die boetes uitdelen, straks door rechters worden teruggefloten. Want volgens hem is dat mogelijk in strijd met internationale verdragen: als mensen een boete krijgen voor iets, waar in het verleden geen sanctie op stond. Of wanneer de boete niet in verhouding staat tot de overtreding: dertigduizend euro boete omdat iemand een keer is vergeten een inkomenswijziging door te geven bijvoorbeeld. De eerste zaken die hij daarover heeft aangespannen komen voorjaar 2014 voor de rechter.

Psychopaat

‘Dat is niet misselijk, mevrouw. Niet misselijk.’ Hans bladert door de papieren die mevrouw F. heeft overhandigd. Joma maakt aantekeningen. Een aangifte bij de politie.

‘Die vervloekte kerel probeert me kapot te maken’, zegt mevrouw F. met trillende stem. ‘Ik weet zeker dat hij achter die anonieme tip zit.’ Ze vertelt dat ze drie maanden een relatie had met een man die psychopaat bleek te zijn. ‘Sinds ik het heb uitgemaakt, bedreigt hij me. Ik ben doodsbang en liep zelfs met een mes bij me.’ Daarom heeft ze haar ex gevraagd om een paar weken in haar huis te blijven slapen. ‘Nu ik rustiger ben, slaapt hij weer in zijn eigen huis.’

‘Heeft uw ex-man een sleutel van uw huis?’ vraagt Hans. ‘Eet hij bij u als hij de kinderen met het huiswerk helpt?’

‘Ja’, zegt ze. ‘Hij heeft een sleutel. En als ik heb gekookt, bied ik hem eten aan. Natuurlijk.’

‘Ik begrijp dat u het moeilijk heeft, maar dat uw ex zo vaak bij u is, roept vragen op.’

‘Ik wil nooit meer met hem samenwonen. Maar ik spreek bijna geen Nederlands, soms heb ik zijn hulp nodig. En soms ben ik ten einde raad.’

Ze heeft een jaar in een opvanghuis gezeten, omdat ze door haar man werd mishandeld. Daarna is ze gescheiden. ‘Als u mij mijn uitkering afhandig maakt, heb ik geen andere keus dan bij hem terug te gaan.’

‘Heel triest’, zegt Joma als de vrouw is vertrokken. ‘Maar moeten wij rekening houden met hoe mensen hun leven inrichten? Je hebt het wel over de bijstand. We moeten ons aan de regels houden.’

Hans gaat met haar ex-man praten. Hij wil checken of hij mevrouw F. onder druk zet om bij hem terug te komen. Na dat gesprek constateert hij dat daar geen sprake van is: de man heeft bezworen dat hij niet bij mevrouw F. in wil trekken.

De maandag erop adviseert Hans om haar uitkering te beëindigen: omdat er geen sprake is van een ‘duurzame verlating’ van haar ex-man. Ze moet 37 duizend euro aan teveel ontvangen bijstand terugbetalen. Plus een boete van 37 duizend euro. Voordat de strafrechter zo’n boete oplegt, moet iemand voor minstens enkele tonnen hebben gefraudeerd.

Hans gaat zijn advies persoonlijk aan haar vertellen. De woorden ‘beëindigen’ en ‘duurzame verlating’ zal hij niet gebruiken. ‘Dat begrijpt ze niet’, heeft haar tolk gewaarschuwd. ‘Zeg maar gewoon “uitkering gestopt”.’

 

De namen van de opsporingsambtenaren zijn uit privacy-overwegingen gefingeerd. Het huis op de foto komt niet in het artikel voor.

Verhaal_VN_Bijstandsfraudeteam