'Ik oordeel nooit, ik luister'

Cultureel psychiater Glenn Helberg
‘Ik oordeel nooit, ik luister’

Bij psychische klachten moet ook naar iemands culturele achtergrond worden gekeken, vindt psychiater Glenn Helberg. ‘Als een patiënt naar een geestuitdrijving wil, zeg ik: ‘Dat lijkt me interessant, kunt u daarna vertellen hoe het was?’
Zelf geboren op Curaçao, heeft Glenn Helberg nooit veel opgehad met wat hij de witte blik van de hulpverlening noemt. Die stelt het individu centraal en hecht veel waarde aan rationele verklaringen voor psychische ziekten. ‘Migranten uit samenlevingen waar families en spiritualiteit een centrale rol spelen, voelen zich daardoor niet begrepen.’
Daar komt bij dat de vooroordelen waarmee ze te maken hebben, zorgen voor onzekerheid en wantrouwen, ook richting de hulpverlening. Zelf moest Glenn Helberg zich daar ook toe verhouden. ‘Een zwarte huid wordt vaak geassocieerd met dom, crimineel, agressief. Als student droeg ik in de supermarkt mijn boodschappenmandje voor me uit zodat iedereen kon zien dat ik niets aan het stelen was.’
Samen met andere therapeuten zette Glenn Helberg de transculturele psychiatrie in Nederland op de kaart. Deze internationale, vernieuwende stroming in de psychiatrie kijkt niet alleen naar psychische klachten, maar ook naar hoe die samenhangen met iemands culturele achtergrond – om mensen zo beter te begrijpen en te behandelen.

Wat maakt transculturele psychiatrie anders?

‘Het gaat erom dat mensen je leren vertrouwen, zodat ze hun verhaal durven doen. En dat je beseft dat je eigen achtergrond invloed heeft op de behandeling. Stel dat een vrouw uit het Caraïbisch gebied vertelt dat ze vier kinderen heeft bij vier verschillende mannen. Dan is het cruciaal dat je niet oordeelt, niet denkt: dit wijkt af van onze norm. Wie is de vader van wie, vraag ik bijvoorbeeld. Wat is dat voor iemand? Gewone, belangstellende vragen. Dat lijkt iets kleins. Maar er zijn ook hulpverleners die hun wenkbrauwen optrekken bij zo’n verhaal, waardoor die vrouw denkt: ik zeg niets meer. Juist daarom haken mensen af in de gangbare psychiatrie. Gelijkwaardigheid is de basis. Ik weet het als psychiater niet beter dan jij, ik respecteer jouw cultuur, jouw manier van leven.’

Is er ook een verschil in aanpak?

‘Ja, want veel migranten komen uit culturen waarin de familie centraal staat. Daarom werken we met genogrammen om familieverbanden in kaart te brengen. Een genogram is een soort stafkaart, die vaak twee of meer generaties beslaat. Op die manier leer je familierelaties kennen. Ook de impact van migratie wordt zichtbaar. Welke belangrijke contacten gingen verloren, welke rol spelen die mensen nog? Wie is helpend, wie belemmerend? En wat heeft dat te maken met de klachten? Een genogram kan iemand ook aanmoedigen om te vertellen wat zijn of haar oma in deze situatie zou hebben geadviseerd. Zo kun je afwezige familieleden dichterbij halen. Dat helpt om met problemen in het hier en nu om te gaan.’

Beleven mensen uit andere culturen hun ziekte anders?

‘Meestal niet, maar er zijn soms mensen bij wie de vraag rijst of ze behekst zijn. Dan onderzoeken we dat, samen met iemands geschiedenis. Wat is er van generatie op generatie fout gegaan, waardoor je ziek kon worden? We kijken naar ouders, grootouders en wat we kunnen achterhalen over voorouders. Daar komt een verhaal uit. Vervolgens gaan we in gesprek. “Wat u heeft opgelopen, kunnen we ook vertalen als een depressie,” leg ik bijvoorbeeld uit. Ik vertel dat we daar een therapie voor hebben. Zo probeer ik het westerse denken te koppelen aan de eigen verklaringsmodellen.’

Gaan patiënten daarin mee?

‘Vaak wel. In veel culturen wordt gezegd: je hebt ziektes die we zelf kunnen behandelen en ziekten waarvoor je naar de dokter moet. Dat geeft aan dat mensen begrijpen dat je niet alles met traditionele geneeswijzen kunt oplossen. Als een patiënt naar een paragnost of geestenuitdrijving wil, zeg ik: “Dat lijkt me interessant. Kunt u daarna vertellen hoe het was?” Wat van wezenlijk belang is, moet je serieus nemen. Dan staan mensen er ook eerder voor open dat andere zienswijzen iets kunnen toevoegen.’

Mensen met een psychose worden in sommige andere culturen gezien als bijzonder – als mensen die contact hebben met overledenen.

‘Mij heeft dat geleerd om te praten met psychotische mensen. Ik herinner me een Groningse vrouw, die steeds met de diagnose psychose werd opgenomen. Bij navraag bleken de opnamen samen te vallen met de maand waarin haar man was overleden. Haar man bezocht haar, vertelde ze. De dienstdoende psychiater zag het als symptoom van haar ziekte. Ik ging naast haar zitten. “Wat vertelde uw man u, hoe was dat?” Ons gesprek maakte haar kalm: ik ben niet gek, de dokter luistert naar me. De behandeling kon zich toen meer richten op pathologische rouw. Ook mensen die verward zijn, kun je het gevoel geven dat ze ertoe doen. Maar dat wil niet zeggen dat ze geen behandeling nodig hebben.’

In lang niet alle culturen is het gebruikelijk om emoties te tonen. Lukt het u dan om erachter te komen wat iemand dwarszit?

‘Ook het lichaam spreekt, is een Surinaams gezegde. Via het lichaam lukt het vaak om contact te krijgen met emoties. Als iemand iets vertelt, vraag ik: wat doet dit met u? Wat voelt u, waar? Is het in de buik, dan gaan we met de aandacht daarnaartoe. Vaak kom je dan van het ene op het andere moment waar je wilt zijn: bij de emoties en bij herinneringen aan cruciale momenten; bij de pijn uit het verleden. Communiceren via het lichamelijke, waar je vervolgens woorden aan probeert te geven, zorgt ervoor dat je snel tot de kern komt.’

In de transculturele psychiatrie wordt gewerkt met ‘beschermjassen’. Wat zijn dat?

‘Beschermjassen zijn veilige omhullingen, die kunnen helpen in een kwetsbare fase. Bijvoorbeeld als je je weg moet zien te vinden in een onbekende cultuur of als een dierbare overlijdt. Beschermjassen kunnen oude gewoonten zijn: de manier waarop je vroeger samen doden herdacht, eten waarvan je blij werd, geuren die herinneringen oproepen. Of skypen met vertrouwde personen in het land van herkomst of naar een sportclub gaan die lijkt op een club van vroeger. Kortom, het zijn ankers die doen denken aan het vertrouwde van toen. Die geven mensen kracht om door te gaan in situaties waarin ze zich heel onzeker en onveilig voelen.’

U geeft ook trainingen aan zwarte jongeren die in opstand komen tegen racisme.

‘Deze jongeren krijgen veel woede over zich heen. Ik leg uit wat beschermjassen zijn en hoe ze goed voor zichzelf kunnen zorgen. Een van de andere dingen die ik deel, is dat je niets persoonlijk moet nemen. Als ze roepen dat je een aap bent, wat zegt dat dan? Hoe komt het dat jij en je voorouders al vierhonderd jaar voor aap worden uitgemaakt? Dat gaat niet over jou. Zo probeer ik ze sterker te maken.’

Helpt dat?

‘Ten dele. Veel zwarte jongeren hebben talloze negatieve ervaringen. Dat maakt het lastig om het niet persoonlijk op te vatten. Ze groeien vaker in armoede op. Als tiener krijgen ze een lager schooladvies en als ze hun diploma’s halen, worden ze niet uitgenodigd voor sollicitatiegesprekken. Als je dat vaak meemaakt, wordt het negatieve onderdeel van jezelf: dan krijg je het gevoel dat je minder bent. Dat geeft steeds opnieuw stress. Chronische stress leidt tot een negatief zelfbeeld, gebrek aan zelfvertrouwen, depressies en suïcides. Ik zou willen dat witte mensen tot zich laten doordringen dat uitsluiting je letterlijk ziek kan maken.’

Wat zouden witte mensen kunnen doen om de samenleving inclusiever te maken?

‘Dat begint met jezelf ongemakkelijke vragen te stellen. Waarom vind ik het zo moeilijk om het over de gevolgen van het kolonialisme te hebben? Waarom ben ik beledigd als iemand zegt dat ik een racistische uitspraak doe? En als ik niet racistisch wil zijn, waarom ben ik dan niet blij als ik op mijn blinde vlekken word gewezen? Dat is de enige manier om te onderkennen wat er onderhuids speelt. We moeten ons ervan bewust zijn dat we een geschiedenis met ons meedragen. Ook als je persoonlijk niets hebt misdaan, kun je inzien dat de groep waartoe je behoort schade heeft berokkend. Als je dat aanvaardt, kun je het defensieve laten varen. Dan ontstaat er openheid, ruimte voor gelijkwaardig contact en daardoor verbondenheid.’

Hoe breng je mensen van verschillende culturen dichter tot elkaar?

‘Er is een oude Azteekse wijsheid om conflicten te voorkomen: wees zorgvuldig met je woorden. Moet je echt alles zeggen wat je in eerste instantie denkt? Zonder dat je er erg in hebt, kun je iemand kwetsen. Voordat ik iets zeg, probeer ik me altijd af te vragen: waarom wil ik dit zeggen? Daarnaast geldt het advies dat ik aan zwarte jongeren geef voor iedereen: neem het niet persoonlijk. Daar moet je wel echt je best voor doen, want het is razend moeilijk. Zelf probeer ik dat ook toe te passen. Als ik op het station ben en iemand loopt tegen me op, is mijn eerste gedachte: ze moeten mij weer hebben. Maar als ik achteromkijk, zie ik dat die persoon ook tegen iemand anders op loopt. Ons expertisecentrum in Amsterdam was betrokken bij een opleiding voor systeemtherapeuten. Iedereen moest vertellen over zijn of haar achtergrond: wat heb je meegemaakt, waar zit je mee? Al die verhalen leken op elkaar – of ze nu afkomstig waren van Nederlandse, Turkse of Somalische cursisten. Dat is nog iets wat echt helpt: je bedenken dat we allemaal mensen zijn. Mensen met pijn, verdriet en vreugde.’

Glenn Helberg (1955) studeerde geneeskunde aan de Universiteit Utrecht en was vervolgens op Curaçao werkzaam als huisarts. Hij keerde terug naar Nederland om zich in de psychiatrie te specialiseren. Ook buiten de psychiatrie liet hij van zich spreken als activist tegen racisme en voor homobelangen en mensenrechten.

Hij was lid van de Raad van Advies van het College voor de Rechten van de Mens en werd in 2017 lijstduwer van Artikel 1, de partij van Sylvana Simons. In 2019 kreeg hij de Black Achievement Award voor zijn bijdrage aan de transculturele psychiatrie en zijn inzet voor de positie van Antillianen in Nederland.