Selecteer een pagina
Iets doen voor de mensheid en voor meester Schurer

Iets doen voor de mensheid en voor meester Schurer

Via televisie en internet dendert de hele wereld de kamers van scholieren binnen. Klimaatverandering, terrorisme, honger: het beeld dat ze voorgeschoteld krijgen is niet opwekkend. Hoe leert de school hen omgaan met de wereld?

Op scholengemeenschap Comenius in Leeuwarden maakt docent biologie Frits Sibers een doos tompoezen open. “Hebben jullie honger?, vraagt hij aan de 6 VWO leerlingen die binnendruppelen in het biologielokaal. “Honger?” antwoordt een lange slungel. “Dat kennen we niet in Nederland. Dat moet u toch weten, meneer.”

Het is dinsdagmiddag twee uur. Vanmiddag worden achttien leerlingen feestelijk ingewijd in vraagstukken die ze komend jaar moeten oplossen. Voor hun profielwerkstuk, maar ook voor echte opdrachtgevers in landen als Tanzania, Uganda en Congo. Een groepje leerlingen maakt een plan voor het opzetten van een bijenhouderij in een dorp in Uganda. Een andere groep gaat de mogelijkheden onderzoeken om biobrandstof uit jatrophaplanten te maken voor een fabriek in Congo.

“Je moet goed werk leveren. Die mensen zitten er op te wachten”, zegt Ellen Reehorst van Worldschool, de organisatie die het programma aanbiedt. “Nee, jullie hoeven er niet heen, de contacten lopen via Internet.” “Hè”, klinkt het uit achttien kelen.

“Pas op, je wordt deelnemer van een professioneel netwerk”, zegt Reehorst. “Dat betekent: niet in MSN-taal communiceren. En geen tachtig vragen stellen. Mensen daar moeten veel moeite doen om op internet te komen. De stroom kan zomaar uitvallen.”

“Weten zij waar wij mee bezig zijn?” vraagt een meisje. Reehorst: “Jazeker, onderschat niet hoe belangrijk mensen dat vinden. Meld het dus ook als je twee weken niet kan reageren omdat je examens hebt.”

Later zitten alle leerlingen gebogen over een flap om hun vragen en motivatie op te schrijven. “Wij willen graag wat doen voor de mensheid en voor meneer Schurer”, staat op de flap van het bijenteam. Schurer is hun aardrijkskundeleraar.

Toetanchamon

Het duurt even voor leerlingen gegrepen worden, zegt Sibers. “In de loop van het project zie je ze groeien. Dan komen ze dolenthousiast de klas binnen met een e-mail uit Tanzania. Helemaal wild worden ze van dat rechtstreekse contact.” Dit jaar draaien de hoogste klassen van tien VWO-scholen mee. Over twee jaar moeten dat er ruim veertig zijn. De opdrachten komen binnen via Nabuur.com, een internetplatform waarop vrijwilligers uit de hele wereld vragen van dorpen uit ontwikkelingslanden oplossen. Het Comenius doet voor het tweede jaar mee met Worldschool. Sibers: “Je kunt ze een werkstuk over Toetanchamon laten maken. Dan zijn ze na drie kwartier googlen klaar. Dit is uitdagender, omdat het echt is.” Zitten volwassenen in Afrika te wachten op Friese scholieren die hun probleem wel eens even op zullen lossen? Sibers: “Je moet problemen daar niet als educatieve trukendoos gebruiken. We bereiden alles grondig voor en werken samen met universiteiten en ervaren ontwikkelingswerkers, onder andere van SNV. Ieder rapport wordt onderworpen aan een kwaliteitscheck voordat het naar de opdrachtgever gaat.”

Vorig jaar werkten de leerlingen van Sibers in opdracht van vrouwen in Tanzania, die een zeepfabriekje wilden starten. Ze maakten zeeprecepten en een bedrijfsplan. De zeepfabriek is inmiddels gestart. Twee andere leerlingen kregen een vraag over uit schroot gemaakte pannen in Senegal. Is het veilig om uit die pannen te eten? Sibers: “Nee, was de pijnlijke conclusie. Bij het koken komen allerlei giftige metalen vrij.” Een vervolgonderzoek moet ideeën voor veilige alternatieven opleveren.

De wereld na school verkennen is een van de doelen van het programma. Universiteiten werken enthousiast mee, vertelt Sibers. “Ze komen graag in contact met talentvolle leerlingen.” Leerlingen gevoeligheid bijbrengen voor mensen in ontwikkelingslanden is een ander oogmerk. Sibers: “Via televisie en internet krijgen ze bakken ellende over zich uitgestort. Dat maakt ze bezorgd en moedeloos. In dit programma werken ze aan oplossingen, dat doet ze goed. Ik zie bij leerlingen enorme honger om iets positiefs te doen.”

Arme negertjes

Jongeren zijn niet alleen in zichzelf geïnteresseerd, laat ook marktonderzoekbureau Qrius zien. Het bureau doet elke twee jaar onderzoek naar de leefwereld van jongeren. Qrius citeert een meisje van 16 dat in één adem opsomt wat haar bezighoudt: feesten en festivals, school, de aanslagen, vakantie, vrienden en werk.

Ja, jongeren zijn materialistisch en genotzuchtig, schrijft het bureau. “Aan de andere kant maken ze zich zorgen over terrorisme en aanslagen.” Ook de klimaatverandering, het samenleven van verschillende culturen en het wereldwijde waterprobleem houden hen bezig.

De manier waarop de meeste scholen op deze zorgen inspelen is traditioneel: met sponsorlopen en andere bedelacties. “Ontwikkelingsorganisaties bestoken het onderwijs met hun projecten’ zegt programmamedewerker Jeroen van der Zant van draagvlakorganisatie NCDO. Uit NCDO-onderzoek blijkt dat 80 procent van alle scholen in het jaar 2006-2007 meedeed aan een inzamelingsactie. Van der Zant: “Het beeld van arme negertjes is hardnekkig. Je kunt niet blijven sponsorlopen. Op den duur leidt dat tot apathie.”

Hoe herkenbaar. Mijn zoon van tien werd afgelopen maand drie keer gevraagd om geld op te halen voor ‘kindertjes die het veel slechter hebben dan jij’. Half oktober kwamen de Kinderpostzegels, een week later organiseerde zijn school een sponsorloop en nog een week later deed de voetbalclub het nog eens dunnetjes over. De eerste keer had hij in een mum van tijd zijn kaart vol. Bij de derde actie had hij geen puf meer om de deuren langs te gaan. “Ben ik heel slecht dat ik even geen zin heb om arme kinderen te helpen?” vroeg hij ’s avonds in bed met een benauwd stemmetje.

“Je verlaten op projecten waar vooral veel geld ingezameld moet worden voor arme sloebers daar is geen goede benadering”, zegt Van der Zant. “Scholen moeten jongeren nieuwsgierig maken naar de wereld waarin we leven.” NCDO wil binnen het hele vakkenpakket aandacht voor onderwerpen als ongelijke verdeling van hulpbronnen en bescherming van het milieu. Van der Zant: “Wij proberen docenten te interesseren voor het begrip wereldburgerschap.” Om dat te bereiken heeft NCDO een onderwijsprogramma over wereldburgerschap geformuleerd, voor basisonderwijs, voortgezet onderwijs en docentenopleidingen. Voor het voortgezet onderwijs wordt met SchoolTV een game ontwikkeld voor VMBO-scholieren. “Ze moeten zich inleven in de wereld van een Ghanese familie”, vertelt Van der Zant.

Gevulde koek

Kinderen wereldburgerschap bijbrengen: hoe doe je dat in de klas? Lucelle Comvalius, lerares maatschappijleer, geschiedenis en aardrijkskunde op een VMBO in Lelystad, koppelt onderwerpen met een internationaal tintje aan vaardigheden. Zo kregen leerlingen een spoedcursus in het hanteren van een camera, monteren en interviewen. Met draaiende camera gingen ze shoppen: op zoek naar eerlijke kleding. Een ander groepje onderzocht waar producten van de Hema en Blokker vandaan komen. “Wat weten we van die landen? Heb je het er voor over om meer te betalen als er geen kinderarbeid aan je kleren te pas komt? Daar hebben we hele geanimeerde gesprekken over”, zegt Comvalius: “Zolang je aansluit bij zijn beleving, kun je elke leerling interesseren voor internationale onderwerpen.”

Aardrijkskundedocente Iris Pauw is voorzichtiger. Ze geeft les in de onderbouw van het vwo en werkt daarnaast als docentenopleider aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. “Voor een brugklasleerlinge concurreert de rest van de wereld met die leuke jongen naast haar.” Net als Comvalius laat Pauw leerlingen kledingetiketten bekijken. Zo zien ze dat hun T-shirt uit India of uit Tunesië komt. Pauw: “Ze realiseren zich plotseling dat die verre wereld iets met hen te maken heeft. Ik vertoon een film over een Indiase jongen van 15 die voor 80 dollar in de maand hun Nikes in elkaar stikt. Vervolgens praten we erover: is dat veel of weinig? En wat kan je daar in India voor kopen? Wat gebeurt er als je die schoenen niet meer koopt en de fabriek moet sluiten?”

Milieu is een ander onderwerp waar kinderen zich druk om maken. “Ik merk dat sommigen echt bang zijn voor de opwarming van de aarde. Ze vinden die stijgende zeespiegel heel heftig.”

Kinderen grootbrengen met ‘Mies Bouwman-veiligheid’ vindt Pauw niet goed, maar, zegt ze: “je moet ook oppassen dat je ze niet angstig maakt”. Ze relativeert haar uitspraak direct: “Ze kunnen behoorlijk wat hebben. Soms krijg ik bij een heftige film een brok in mijn keel. Ondertussen zit een leerling rustig een gevulde koek op te peuzelen.”

Omgaan met apathie of moedeloosheid is lastiger. “Kinderen op die leeftijd willen duidelijkheid. Ze gaan snel vastzitten in een mening. We kunnen er toch niets aan doen, is het al snel. Of: ze kunnen toch niet allemaal hier naar toe komen?”

Kinderen informeren over de wereld en besef bijbrengen dat er over en weer invloed is: dat is het doel dat Pauw zich stelt. Ook leert ze hen kritisch te kijken naar bronnen: wíe iets zegt is belangrijk. Voor debat en het vormen van een oordeel zijn dertien- en veertienjarigen nog te jong, zegt ze. “Ik ben blij als ik hun interesse heb gewekt.” Wel probeert ze haar leerlingen na te laten denken over wat ze vinden.

Pauw: “Ik hamer erop dat je ook van mening kunt veranderen. Je maakt persoonlijke afwegingen. Ik ga ook met het vliegtuig. Ik koop mijn kleding ook bij H&M. En o ja, H & M heeft sinds kort een ecolijn.” Je hoeft niet altijd hetzelfde te kiezen, houdt ze haar leerlingen voor. “Soms kies je helemaal niet: je wilt sportschoenen, maar je bent het niet eens met de omstandigheden waaronder ze worden gemaakt.”

Zo hoopt ze te voorkomen dat kinderen direct last van schuldgevoel krijgen als ze armoede zien. “De pavlovreactie is dat arme mensen zielig zijn en wachten op onze hulp”, zegt ze. “Ze willen allemaal paden aanleggen en computers opsturen. Je merkt heel goed dat kinderen dat vanaf hun zesde ingepeperd krijgen.”

Geïnformeerd zijn en leren leven met de keuzes die je hebt, is wat ze daar tegenover stelt. “Je bepaalt méé wat er gebeurt. Niet in je eentje, maar als onderdeel van een groter geheel. Als consument of via de politiek. De wereld is niet zo stuurloos als hij lijkt.”

 

www.werelddocent.nl

www.worldschool.nl

www.samsam.net