Selecteer een pagina
Heilig moeten

Heilig moeten

Met pensioen, prepensioen of VUT: het grote genieten kan beginnen. Of niet? Voor veel mensen lijkt het heilige moeten nooit te stoppen.

Tot haar zestigste werkte ‘rebelse oude puber’ Mary Michon (66) zich uit de naad. Ze stond in de schijnwerpers, in het theater en op televisie. Ga lekker genieten, zeiden haar collega-programmamakers bij de IKON, toen ze met vervroegd pensioen ging. “Ik kreeg direct een visioen van mezelf met piekhaar achter een rollator.” Ze wappert elegant met een oosterse waaier. “Maar ik laat me niet bij het oud vuil zetten, ik wil zin geven aan mijn leven.”

Michon richtte haar eigen bedrijf op, Prima Donna Producties. Met haar theaterproducties gaat ze het taboe rond ouderdom te lijf. Minstens een keer per week trekt ze langs ‘bos, beemd en binnenweg’ om lezingen en voordrachten te houden. Daarnaast schrijft ze boeken en een wekelijkse column. Het manuscript van haar nieuwste boek ‘Van die damesdingen en zo meer’ is bijna klaar. Maar de conditie moet ook op peil blijven: daarom sport ze een paar keer per week onder begeleiding van haar personal coach. Sociale kontakten onderhouden, kranten en weekbladen lezen, de theaterpremières bijhouden: zinvol oud worden vreet energie. “Ik vind het heerlijk wat ik allemaal doe”, zegt ze. “Maar ik heb suikerziekte, de ijzeren vitaliteit van vroeger is weg. Soms ga ik over mijn grenzen heen.’Gisteren nog, zat ze hondsberoerd, met wilde haren op de bank: te dubben of ze zich toch naar die laatste, speciale voorstelling van Mama Mia zou slepen. Spottend: “Nee, Mary we blijven thuis, heb ik mezelf toegesproken.” In het begin zag ze alles wat ze niet kon doen als een gemiste kans. “Ik begin het te leren, maar het blijft een gevecht.”

“Weet je wat zo vreemd is?”, zegt Fons Speet, 65 jaar. “Mijn agenda is voller dan toen ik nog werkte.”Speet werkte als manager bij de Postbank. Negen jaar gelden ging hij met vervroegd pensioen. Eindelijk tijd om verre reizen te maken, samen met zijn vrouw Loes. Speet zat nog na te genieten van het afscheidsfeest bij de bank, toen een goede vriend langskwam. Hij ging verhuizen, maar in zijn nieuwe woning moest nog zoveel gebeuren. Kon Fons misschien, nu hij toch weinig om handen had… ? De volgende dag stond Speet in zijn blauwe overall beschimmeld behang van de muren te trekken. “De woning bleek volledig uitgewoond.” Daarna vroeg een nichtje of hij mee wilde helpen met de verbouwing van haar huis. De verf van de buitenkozijnen was net droog, toen zijn oudste zus belde. Ze werd zo vergeetachtig. Of hij eens mee wilde naar de huisarts. De ziekte van Alzheimer, luidde de diagnose. “Om de haverklap ging de telefoon, dan was ze weer iets kwijt. Of ze stond midden in de nacht op de stoep omdat de televisie het niet deed.” De jaren daarna werden Speet en zijn vrouw haast volledig opgeslokt door de zorg voor zijn zus. De verre reizen werden uitgesteld. Ze gingen zes jaar lang niet op vakantie. Inmiddels woont ze in een verpleeghuis. Maar buren, familieleden en vrienden weten Speet nog steeds te vinden. “De buurman kreeg een hartaanval. Dan doe je de boodschappen. Vanzelfsprekend.” Alleen verhuizen en verbouwen, daar begint hij niet meer aan. “Vorig jaar heb ik het huis van een ex-collega leeggehaald. Zelf moesten we een mannetje inhuren om ons huis op te laten knappen. Dat is toch een beetje vreemd.”

Activiteitenlijst

Peter van Leeuwen (59) ging het genieten evenmin gemakkelijk af, toen hij twee jaar gelden vervroegd uittrad. Hij was een druk leven gewend: als sectorhoofd van een jeugdinternaat, vader van twee kinderen en voorzitter van de plaatselijke voetbalclub. “Van te voren dacht ik: ik krijg meer tijd voor hobby’s. Mountainbiken, racefietsen, lezen: toen ik werkte kwam het er nauwelijks van. Nu gaan er nog steeds weken voorbij dat ik er niet aan toe kom.”

Van Leeuwen is vrijwilliger bij de dagbehandeling van het verpleeghuis in het dorp. In de vakanties rijdt hij verstandelijk gehandicapten naar hun logeeradres. De twee kleinkinderen van drie en vijf komen regelmatig over de vloer. “Mijn dochter woont hiernaast, oppassen is heel gemakkelijk.” Hij klust veel in huis, doet eens een timmerklus voor zijn zoon of dochter. Maar de meeste tijd, zo’n twintig tot dertig uur per week, besteedt hij aan de voetbalclub. “Ik was al voorzitter. Nu draai ik ook kantinediensten. Ik zit in de schoonmaakploeg en de sponsorcommissie. En als een scheidsrechter of trainer niet kan, neem ik het over.” Het aantal activiteiten dijt steeds meer uit, bromt Van Leeuwen. “Iedere vergadering leidt weer tot een nieuwe activiteitenlijst.” Hij lacht. “Ik vind het bijzonder leuk om met die jonge gastjes bezig te zijn. Maar het gevaar is dat je verzuipt.”

Joan Joosten van trainingsbureau Odyssee geeft al meer dan twintig jaar cursussen aan mensen die met pensioen gaan. Dat mensen hun weken te vol plannen is volgens Joosten een bekende valkuil. Of liever gezegd; te vol láten plannen, door anderen. “Zo zijn ze geen baas meer over hun eigen tijd, terwijl juist dat een van de leuke dingen zou moeten zijn.”

Waarom kost het zoveel moeite om te genieten van de nieuwe vrijheid?

Joosten: “Genieten moet je leren. Zeker als je bent opgegroeid met arbeid adelt, zoals de huidige generatie zestigers. Stil zitten is niksnutten, dat mag niet, vinden velen.”

Joosten ziet vooral mannen van de ene klus naar de andere cursus hollen. “Voor veel vrouwen was werken niet het centrale onderdeel van hun identiteit. Ze hadden naast hun parttime baan een sociaal netwerk. Voor hen is de overgang minder groot dan voor mannen, die zich volledig op hun werk hebben gestort.”

“Vergis je niet”, zegt Joosten, “fulltimers zijn inclusief reis- en denktijd zo’n zestig uur per week met hun werk bezig. Ineens hebben ze die uren vrij te besteden.” Veel zestigplussers hebben niet geleerd hun eigen leven vorm te geven. “Omdat ze niet weten wat ze moeten kiezen, gaan ze snel allerlei nieuwe verplichtingen aan.”

En dan is er de angst om niet meer mee te tellen. Dat is allang geen exclusief mannenprobleem meer, stelt Mary Michon. “Het heilige moeten zie ik vooral bij de pioniers onder de werkende vrouwen. Ze hebben keihard gewerkt, waren altijd bezig om de boel te organiseren en de eindjes tussen werk en gezin aan elkaar te knopen. En dan? Ineens wordt er niet meer op je gewacht, voel je je oud en afgedankt. Een vriendin zei het laatst nog: Ik heb plotseling geen verhaal meer.”

Ook sociale druk speelt een rol. De omgeving reageert vaak dubbel. Nu kun je eindelijk van je rust genieten, roepen ze. Maar ze weten je feilloos te vinden: als vrijwilliger, klusopa of oppasoma. Huisartsen hebben de eerste burnout oma’s gesignaleerd, weet Joosten. “Kinderen doen een klemmend beroep op grootouders, nu kinderopvang duurder is geworden. In de cursussen komt hij die overbelaste grootouders ook tegen: “Ik ben dol op mijn kleinkinderen, roepen ze allemaal. Maar als je doorvraagt blijkt het ook een verplichting. Verdorie, klagen ze dan, we dachten dat we eigen baas werden. Worden we alsnog geleefd door de kinderen.”

 Serieus luxeprobleem

Hoogleraar sociale gerontologie Kees Knipscheer doet onderzoek naar de vrijetijdsbesteding van VUT-ters en gepensioneerden. Eerst wil hij even kwijt dat het heilig moeten een luxeprobleem is: “vroeger was je versleten op je 65ste ”. Maar wel een serieus te nemen luxeprobleem. Hij kent mensen die er haast onder bezweken. Door het wegvallen van hun werk hebben mensen geen excuus meer om hulpvragen uit de omgeving af te wijzen, zegt Knipscheer. “Ze hebben vaak last van schuldgevoel.”

Dat geldt zeker voor Peter van Leeuwen. Door een reorganisatie is hij eerder gestopt dan de bedoeling was. “Ik vind dat ik geen recht heb om op mijn kont te gaan zitten”, zegt hij. Ook Fons Speet vindt nee zeggen lastig. “Vroeger zou ik zeggen: ik kom een ochtend helpen. Nu kom ik daar niet mee weg.”

Maar er zijn ook banalere redenen waarom mensen zo druk zijn, zegt Knipscheer. “Veel mannen gruwen van het vooruitzicht met hun vrouw te moeten winkelen.”

Zit het gevoel van druk-druk-druk ook niet een beetje tussen de oren? Knipscheer zegt dat hij geen enkel vol weekschema heeft gezien, bij mensen die zeggen het heel druk hebben. “Hooguit twee tot drie vaste afspraken per week en een paar losse dingen. Hij vermoedt dat vooral de veelheid en variatie van taken voor een gevoel van belasting zorgt. “Mensen zijn niet gewend aan die diversiteit.”

Hoe kun je meer genieten van de nieuwe vrijheid? Eindelijk die grote reis maken? “Als je dat wilt, moet je het zeker doen”, zegt Joosten. “Maar je komt ooit weer thuis. Dan begint het gewone leven weer.” Het lijkt misschien heerlijk om helemaal geen verplichtingen meer te hebben. De meeste mensen hebben toch een ritme met structuur nodig. Veel mensen vergeten bovendien dat je met het werk ook andere waardevolle dingen kan kwijtraken: sociale contacten, het gevoel een zinvol leven te leiden. Joosten onderscheidt vijf met elkaar samenhangende pijlers waarop je identiteit berust: werk en prestatie, sociale contacten, financiële draagkracht, gezondheid en inspiratie in het leven. Als het werk wegvalt, moet je zoeken naar een nieuwe balans. Bij mensen voor wie alles om het werk draaide, is dat is nog ingrijpender. De verleiding is groot om een lijntje met het werk te houden: geen bedrijfsuitje overslaan en regelmatig op de koffie bij oud-collega’s. De eerste keer is zo’n bezoekje vaak reuze gezellig. De tweede keer zien ze de collega waarmee ze zo goed overweg konden, al na vijf minuten schichtig op zijn horloge kijken. “Dat confronteert mensen des te meer met het feit dat ze aan de zijlijn staan.” Zijn advies is daarom om het werk echt los te laten. Pas dan komt er ruimte voor een nieuwe invulling.

Stel dat je straks 95 bent, houdt hij zijn cursisten altijd voor. “Wat zou je willen dat je hebt meegemaakt, zodat je kunt zeggen dat je er uit gehaald hebt wat er in zit? Wat wil je leren, wie wil je ontmoeten, wat wil je betekenen voor anderen?” Na het pensioen heb je nog tientallen jaren voor de boeg, vervolgt Joosten monter. “Gun jezelf een inspirerend toekomstbeeld. ”

Betrek je partner in je toekomstplannen, luidt een ander advies. Dat is toch vanzelfsprekend? “Ik maak te vaak mee dat wederzijdse verwachtingen niet worden uitgesproken”, vertelt Joosten. Communicatie met je partner kan het verschil maken tussen een geslaagde pensionering en een bittere tegenvaller. Want voor de partner, of die nu thuis is of werkt, is de verandering vaak net zo ingrijpend als voor de gepensioneerde zelf. “Het is goed om te bespreken wat je van elkaar verwacht: veel samen doen of juist niet? Elkaars ritme volgen of ieder zijn eigen gang gaan? Zorg ervoor dat je ook dingen alleen of samen met anderen blijft doen”, stelt hij. “Zo hou je een gezonde mix tussen een leven samen en apart.”

Met de voorbereiding op pensionering kun je trouwens niet vroeg genoeg begonnen, meent hij. “Koester je privé-netwerk.Of liever: breid het uit.” Gepensioneerden die tijdens hun werkende leven goed contact hebben met vrienden, familie en buren blijken beter in staat hun nieuwe leven vorm te geven.

Sommige mensen hebben de mogelijkheid om voor hun pensionering minder te gaan werken. Joosten: “Maar daar gebruik van! Dan wen je alvast aan het idee dat iedereen ’s morgens naar zijn werk gaat en jij zelf je dag moet invullen.”

Maar hoe blijf je baas over je eigen tijd? “Laat je niet gek maken door wat allemaal kan. Anders word je weer geleefd, zoals voorheen.” Neem de tijd, experimenteer en bouw het langzaam op, adviseert hij. “Laat ook je omgeving weten dat je nog aan het zoeken bent.”

Knipscheer raadt gepensioneerden aan serieus werk te maken van hun planning. “Het klinkt raar, maar wie niet meer werkt, moet zakelijker omgaan met privé-tijd. Wil je iets doen voor anderen? Spreek dagdelen af, leg vast hoeveel tijd je er aan wilt besteden.” Onderhandelen hoort er ook bij, vindt hij.

De meeste mensen hebben minstens een jaar of twee nodig om een nieuwe balans te vinden. Ook om te durven en kunnen genieten van ontspanning. Joosten: “Als het mooi weer is niet denken: dat moet nog allemaal. Maar: ik stap nu op de fiets en geniet van het moment. Dat is geen tijd verdoen, maar tijd levend maken.”