Selecteer een pagina
'Geen ideologie alsjeblieft'

Wethouder Hans Spekman
‘Geen ideologie alsjeblieft’

Sociale Rambo wordt hij in Utrecht genoemd. Een werkdag uit het leven van wethouder Sociale Zaken Hans Spekman. ‘Als ik een probleem zie, wil ik direct iets doen.’

Het is kwart over tien, de dag na de gemeenteverkiezingen. Wethouder Sociale Zaken Hans Spekman (PvdA) wil een broodje kroket. “Jij liever dan ik”, zegt zijn secretaresse. Hij is niet in topvorm, na een hele nacht feesten. Met 14 zetels, zeven meer dan bij de vorige verkiezingen, werd de PvdA de grote winnaar in Utrecht. Concurrent Leefbaar Utrecht is bijna weggevaagd.

Spekman, in rode grofgebreide trui, had vanochtend geen tijd om te ontbijten. Om negen uur werd hij verwacht in het VARA radioprogramma De Ochtenden, voor een nabeschouwing van de verkiezingen. Tot triomfantelijke bespiegelingen over de fouten van de Leefbaren heeft hij zich niet laten verleiden. “Onverdiend”, vindt hij hun verlies. Voor de PvdA heeft de opkomst van de Leefbaren louterend gewerkt. “Ik denk niet dat de PvdA ooit nog arrogant wordt.”

Vier jaar geleden, tijdens de laatste verkiezingen, durfden folderende PvdA’ers sommige achterstandswijken niet in. Spekman heeft daar nooit last van gehad, zegt hij. Hij woont zelf in zo’n volksbuurt, in Zuilen. Aan de wand in zijn werkkamer hangt een SDAP vaandel uit 1910. Dat is nog van zijn opa, oprichter van de afdeling Zevenhuizen. “Ik vind iets en daar durf ik voor uit te komen”, zegt Spekman. Zo ging hij in gesprek met de bewoners van wijken waar hostels- opvang voor verslaafde daklozen- moesten komen. In het begin maakten ze hem voor rotte vis uit. “Allemaal angst en wantrouwen in de overheid.” De bouw van een van de hostels stelde hij uit, omdat omwonenden het ontwerp lelijk vonden. “Bezwaren van bewoners moet je altijd serieus nemen. Anders keren mensen zich van je af”. Inmiddels zijn er vijf hostels. De protesten zijn verstomd.

In de gang, op weg naar een vergadering, komt Spekman collega-wethouder Walther Lenting van Leefbaar Utrecht tegen. Hij krijgt een empatisch knikje. Zonder welkomstwoord of andere plichtplegingen opent hij om 11 uur de vergadering van de staf sport. Sport is een van zijn stokpaardjes. Voetbalclub VVO dreigt de jeugdafdeling op te heffen. “Het ging juist zo goed. Je moet toch niet stoppen met de jeugd?” vindt Spekman. Even later: “Hebben we nog iets positiefs voor ze in de aanbieding?”

Het vergadertempo ligt hoog, ook tijdens de vergadering van de wijkbureaus. Op de agenda staat een haalbaarheidsonderzoek over een nieuw buurtproject. “Er staat angstig weinig in over geld”, vindt Spekman. De ambtenaren stellen voor een presentatie te houden over het achterliggende idee. “Geen ideologie, alsjeblieft” kapt hij direct af. “Ik wil weten waar we de poen vandaan kunnen halen.”

Tijdens zijn spreekuur laat de wethouder zich van zijn zachte kant zien. Een magere man van een jaar of veertig heeft octrooi aangevraagd voor zijn zelfgekweekte cannabisplant. “Als we ergens niet over gaan bij de gemeente, zijn het octrooien”, zegt Spekman terwijl hij koffie voor hem inschenkt.De man gaat er eens goed voor zitten. Bouwbedrijf Corio, de gemeente, buurtbewoners: iedereen spant tegen hem samen. Spekman luistert geduldig. “Het zit in allemaal in jouw hoofd”, zegt hij een paar keer vaderlijk. “Zal ik hulp voor je regelen?”

Een oudere, invalide man klopt aan de deur. Uit een versleten Albert Heijn tas haalt hij twee kussens om op zijn stoel te leggen. Hij heeft bijzondere bijstand gevraagd, maar wordt van het kastje naar de muur gestuurd door gemeentelijke instellingen. “Ik heb zo’n bos papieren ingevuld, dan wil ik met respect behandeld worden.” Zijn handen trillen. “In Den Haag zeggen ze dat gemeentes miljoenen euro’s voor bijzondere bijstand hebben. Dat slaat als kut op een gebakkie.” Hij heeft een schuld van ruim 7000 euro. “Jij loopt vast, dit kan niet langer”zegt Spekman. Hij stuurt direct een ambtenaar met hem mee om schuldhulpverlening te regelen.

Haagse regelingen die niet ver genoeg gaan, mag Spekman graag oprekken. Het armoedebeleid in Utrecht is ruimhartiger dan elders. “We verzinnen U-bochten om toch bijstand te kunnen bieden.” Maar hij loopt steeds vaker vast op Haagse grenzen. “Mensen met een heel laag inkomen standaard geld overmaken kan niet meer. Ze moeten eindeloos formulieren invullen.” Daarom wil Spekman in 2007 naar de Tweede Kamer. Liever bleef hij in Utrecht, zegt hij. “Als ik een probleem zie, wil ik direct iets doen. Hier kan dat.”

In schrijnende gevallen mag hij graag persoonlijk ingrijpen. “Puntje voor de rondvraag”, zegt hij aan het eind van het overleg met zijn directe staf. Hij vertelt over een mevrouw die voor de helft doof is en steeds geïsoleerder raakt. “Ze heeft met geen mens meer contact. Nu is haar kat ook nog dood.” Binnenkort moet ze in het ziekenhuis worden opgenomen, omdat haar andere oor ook slechter wordt. Ze maakt zich grote zorgen over haar planten. Spekman: “Thuiszorg zal geen hulp sturen, maar ik zie het als een testcase. Wat is de grens van de civil society? Vraag Gert eens om het uit te zoeken. Hij is de enige ambtenaar die ze nog vertrouwt.” De ambtenaren voelen de bui al hangen. “Gert gaat daar straks de planten water geven.”