Selecteer een pagina
'GGZ moet op de schop'

Interview Psychiater Jim van Os
‘GGZ moet op de schop’

 De geestelijke gezondheidszorg moet op de schop, zegt toppsychiater Jim van Os. Er moet één centrum komen voor gratis psychische online hulp.

Jim van Os, hoogleraar psychiatrie aan de universiteit van Maastricht, houdt een sabbatical in Amsterdam. Toch kruipt hij iedere avond achter de computer om vragen te beantwoorden die binnenkomen bij het spreekuur van PsychoseNet. Deze door Van Os gestarte online community biedt gratis informatie en hulp bij psychoses, los van gevestigde instellingen voor geestelijke gezondheidszorg. Het wordt steeds drukker op de site, vertelt hij. Gisteren vroeg een Nederlandse vrouw die in Italië woont of hij naar haar medicatie wilde kijken. “Ik viel bijna flauw, ze kreeg zoveel pillen dat ze levensgevaar liep.” Hij stuurde haar direct een bijwerkingenschema en een medicijnadvies: “Laat dit maar aan je psychiater zien.”

“Ga niet in discussie met je zoon”, adviseerde hij de wanhopige ouders van een psychotische jongen. “Accepteer dat een psychose zijn eigen logica heeft. Ga vooral in op het feit dat hij zich angstig, eenzaam en bedreigd voelt. Geef troost en steun.” Het antwoord kostte hem tien minuten en de ouders waren dolblij dat ze eindelijk toegang hadden tot een behandelaar.

Veel vragen waar mensen met psychische klachten en hun familie mee zitten, kunnen snel online worden afgehandeld, wil Van Os maar zeggen. Met vier medestanders schreef de bevlogen psychiater, die door collega’s diverse malen werd uitgeroepen tot toppsychiater, het vorige maand verschenen boek ‘Goede GGZ!’. Daarin pleit hij voor een nieuw systeem van laagdrempelige geestelijke gezondheidszorg, waarin gratis e-health (therapie via internet) en m-health (therapie via mobiele apps) een prominente plek krijgen. Volgens Van Os is het overduidelijk waarom dat nodig is: ggz-instellingen kunnen hooguit vijf procent van de bevolking hulp bieden, terwijl elk jaar een op de vijf Nederlanders kwakkelt met psychische klachten. Maar dat zijn toch niet allemaal mensen die ernstig psychisch ziek zijn? “Nee”, zegt van Os. “Er is een groot grijs gebied van mensen die psychisch kwetsbaar zijn als gevolg van vervelende levensgebeurtenissen: ontslag, echtscheiding, overlijden van een naaste. Daar moet je zo snel mogelijk aandacht aan besteden, om te voorkomen dat het hun functioneren ernstig in de weg gaat staan.”

Dure één-op-één-hulp is voor deze groep meestal niet nodig. Van Os: “Via online communities, slimme apps en minimale begeleiding kunnen veel mensen zichzelf beter maken.” Maar ook ggz-klanten met ernstige psychiatrische aandoeningen kunnen daar baat bij hebben, denkt hij. De meesten hebben naast periodes waarin hun ziekte zich heel intens manifesteert, ook rustige periodes. “Dan hebben ze voldoende aan lichte ondersteuning. Herkenning, contact met lotgenoten en praktische adviezen helpen hen dan meer om zich staande te houden, dan pessimistische taal van hulpverleners die vertellen dat ze een hersenziekte hebben, waar ze nooit meer van afkomen. Nu krijgen ze vaak of specialistische hulp of helemaal niets.” In geval van acute, zware problemen moet intensieve psychiatrische hulp beschikbaar blijven, vindt Van Os.

Powerpoints

De online hulp die Van Os voor ogen heeft, ziet er anders uit dan wat de meeste ggz-instellingen online aanbieden. “Dat zijn vaak gewoon powerpoints van klassieke behandelingen, waarbij cliënten opdrachtjes moeten uitvoeren en terugsturen naar hun behandelaar.” Of – nog erger – e-health als veredelde vorm van klantenwerving: een paar zelftestjes op de website, in de hoop dat mensen die invullen. “Wie tot de conclusie komt dat hij depressief of angstig is, wordt direct de ggz-instelling ingelokt.”

Van Os ziet meer heil in e-communities, naar het voorbeeld van PsychoseNet en Proud2bme, een website voor meisjes met eetstoornissen. Tien van die communities, gegroepeerd naar de meest voorkomende klachten, zouden de hele geestelijke gezondheidszorg kunnen bestrijken. De kern bestaat uit ervaringsdeskundigen en hulpverleners, die bezoekers helpen om in het dagelijks leven om te gaan met hun kwetsbaarheden. Van Os: “Het grote voordeel is dat mensen direct antwoord krijgen op problemen die op dat moment spelen. Vertel je op je werk dat je weleens stemmen hoort? Hoe kun je antidepressiva veilig afbouwen?” Ook zingevingsvraagstukken horen erbij. “In de medisch georiënteerde ggz is zingeving afwezig”, zegt Van Os. “We doen alsof dat er niet toe doet. Terwijl uit recent onderzoek blijkt dat alle patiënten zingeving belangrijk vinden.” Op PsychoseNet komt dat onderwerp haast vanzelfsprekend aan de orde, vertelt hij. Wat betekent het om een psychische aandoening te hebben of je werk kwijt te raken? Hoe stel je je doelen en verwachtingen bij? Wat kun je doen om toch nog een zinvol leven te leiden?

De e-communities kunnen mensen ook de weg wijzen naar e-health- en m-health-toepassingen waar ze – zonder dat eerst een diagnose is gesteld – zelf mee aan de slag kunnen. Nu is het aanbod versnipperd. Bovendien kunnen mensen die geen cliënt zijn van een instelling er meestal niet bij. Wat Van Os betreft moet er een soort online kiosk komen – à la Blendle voor kranten en tijdschriften – die gratis toegang geeft tot alle bewezen effectieve toepassingen. Mensen kunnen dan, geholpen door ratings van lotgenoten, kiezen wat het beste bij hen past.

Zelf is hij enthousiast over de methode van ‘experienced sampling’: zelfmetingen, die variaties in emoties en stemmingen zichtbaar maken. Bijvoorbeeld met behulp van de in Maastricht ontwikkelde PsyMate: een app die mede bedacht is door iemand die aan ernstige depressies leed. De PsyMate verstuurt tot tien keer per dag via de mobiele telefoon een oproep om een kort vragenlijstje te beantwoorden. Ben je onzeker, somber, eenzaam, angstig? Met wie ben je? Wat ben je aan het doen? Van Os: “Als mensen dat een paar weken invullen, komt het patroon bovendrijven waar ze zelf de vinger niet achter krijgen: waar ze somber van worden, wat ze energie geeft, waar de stress zit. Alleen al door te meten, zien we dat mensen opknappen. Dat weten we ook uit de interne geneeskunde: mensen die dagelijks hun bloeddruk meten, passen hun gedrag aan, zodat hun bloeddruk omlaaggaat.”

Het klinkt prachtig, maar wie gaat dat betalen? Een van de grootste obstakels is dat zorgverzekeraars alleen ggz-behandelingen mogen vergoeden aan mensen die een psychiatrische diagnose hebben. Die behandelingen moeten volgens nauw omschreven richtlijnen verlopen. Ook is het de vraag of commerciële leveranciers hun dure e-health-producten willen vrijgeven.

Van Os is optimistisch. Zijn groep heeft tien ggz-instellingen bereid gevonden om te investeren in het opzetten van een prototype voor de e-communities. Bij het ministerie van VWS, zorgverzekeraars en fondsen hoopt hij vijf miljoen euro weg te halen om daar een platform met e-health- en m-health-toepassingen aan te koppelen. “Het zou mooi zijn als ook een paar commerciële leveranciers een deel van hun aanbod willen ontsluiten via ons platform. Geef ons vijf jaar. Dan kunnen we aantonen dat we hiermee geld kunnen besparen, terwijl we veel meer mensen kunnen helpen.”

P. Delespaul, M. Milo, F. Schalken, W. Boevink, J. van Os: Goede GGZ! Nieuwe concepten, aangepaste taal, verbeterde organisatie. Diagnosis Uitgevers, 368 pag, euro 35.

Jim van Os: ‘Vertel je op je werk dat je weleens stemmen hoort?’