Selecteer een pagina
Engels voor beginners

Experimenten met tweetalig onderwijs
Engels voor beginners

Op basisschool de Blijberg in Rotterdam krijgen kleuters de helft van de tijd les in het Engels. Wetenschappers kijken mee.

“Who knows what day it is today?” In groep 1/2 van basisschool De Blijberg gaan alle handen de lucht in. “Maandag, juf!”, roept een meisje met een roze strik in het haar. “Well done! Can you try to say it in English?” vraagt leerkracht Denise Jordan. “Monday!” “Well done”, prijst Jordan en pakt de verjaardagskalender erbij. “Tomorrow is a special day: we’re going to celebrate Chris’ birthday.” “Hoera!”, roept Eveline. Ze trekt de capuchon van haar trui over haar hoofd. “Eveline, could you take your hood off, please?” Jordan legt een groot vel blauw papier met gele eilanden op tafel. Met een piratenschip vaart ze langs de eilanden. De kinderen geven aanwijzingen welke kant het schip op moet. “Straight ahead, juf. Nee, nu moet je een bocht maken.” “O, do I need to make a turn?”

De Blijberg is een van de achttien Nederlandse basisscholen die experimenteren met tweetalig onderwijs. De school had al een Engelstalige afdeling, voor kinderen van expats. “We kregen steeds vaker vragen van Nederlandse ouders:  ‘Kan ik mijn kind daar ook voor aanmelden?’”, vertelt directeur Barbera Everaars. “Die ouders moesten we teleurstellen.” Alleen kinderen van expats en van ouders die binnen twee jaar naar het buitenland verhuizen, mogen gesubsidieerd internationaal basisonderwijs volgen.

Sinds de Blijberg in 2014 werd geselecteerd voor de proef van het ministerie van onderwijs, loopt het storm. Er zijn al vier tweetalige onderbouwgroepen. Volgend jaar komt er nog een bij en komt er ook een tweetalige groep drie. Fitnessdocente Kristi Roepel vertelt dat haar zoon Laurens (6) haar Engelse uitspraak nu al verbetert. “Hij heeft geen gêne en maakt spontaan zinnetjes in het Engels: ‘I like what I do and I do what I like.’” “Mag ik met mijn marbles spelen?” vroeg hij laatst. Het duurde even voor ze begreep dat hij zijn knikkers bedoelde. Straks zal hij moeiteloos overschakelen van Nederlands naar Engels, verwacht ze. “Als hij gaat studeren, ligt de wereld voor hem open.”

De proef houdt in dat 30 tot 50% van de lessen vanaf groep 1 in het Engels gegeven wordt. Het Platform Onderwijs 2032, dat onlangs onder leiding van socioloog Paul Schnabel advies uitbracht over de toekomst van het onderwijs, pleit ervoor om àlle basisschoolleerlingen zo vroeg mogelijk Engels te leren. Niet door een uurtje Engelse les, zoals nu, maar veel intensiever. “Het belang van Engels zal alleen nog maar toenemen. Nederland is een land dat afhankelijk is van export, Engels is dan onmisbaar”, stelt de commissie.  Juist als ze jong zijn, leren kinderen een vreemde taal met gemak, stelt de commissie.

Gevoelstaal

“Kleuters zijn net sponzen”,  beaamt Xandra Pieters. “Ze pikken het Engels spelenderwijs op.” Pieters  is coördinator van de tweetalige afdeling van de Blijberg. Vier ochtenden krijgen de kleuters les in het Nederlands. Op woensdagen en alle middagen wordt het programma zoveel mogelijk in het Engels herhaald en wordt gewerkt aan het IPC, een Engelstalig programma voor wereldoriëntatie. De leerkrachten spreken dan alleen Engels. Pieters:  “Na een paar weken vinden de kleuters dat de normaalste zaak van de wereld.” Ze mogen in het Nederlands antwoord geven. “Nederlands is hun gevoelstaal, het is belangrijk dat ze zich goed kunnen uiten.”

In de onderbouw gaat het vooral om passieve Engelse woordenschat. Maar de leerkrachten proberen de kleuters ook te verleiden om Engels te spreken. Iedere woensdag is een kind “Star of the day” en moet het de hele ochtend Engels proberen te praten. Na de voorjaarsvakantie komen er Engelse “hulpmeesters” in de klas: buikspreekpoppen die alleen Engels verstaan. Pieters: “De meeste kinderen gebruiken uit zichzelf steeds meer Engelse woordjes. Anderen moeten meer uitgenodigd worden.”

Als de kinderen naar groep drie gaan, wordt het Engelstalige onderwijs tijdelijk teruggeschroefd naar 30 %. “We denken dat het beter is om kinderen in het Nederlands te leren lezen, schrijven en rekenen”, zegt Everaars. “Als de basis is gelegd, gaan we uitproberen of we weer meer lessen in het Engels kunnen geven.”

Onderdompelen

Vier- en vijfjarigen zijn al goed in staat om Engels te leren, blijkt uit internationaal onderzoek. Op een manier die lijkt op hoe ze Nederlands leren: door ze ‘onder te dompelen’ in Engels. “Hoe meer uren les in het Engels, hoe verder ze kunnen komen”, zegt hoogleraar tweetalig onderwijs Rick de Graaff. Een voorwaarde is dat de leerkrachten didactisch goed onderlegd zijn en vloeiend Engels spreken. Op de meeste proefscholen verzorgen vakleerkrachten het Engelstalige onderwijs. Net als op de Blijberg zijn dat vaak Nederlandstalige leerkrachten die het Engels op “near native niveau” beheersen. Ook hun uitspraak is volgens De Graaff heel behoorlijk. Enkele scholen hebben leerkrachten aangetrokken met Engels als moedertaal.

De proef wordt vijf jaar lang gevolgd door een team van wetenschappers, waaronder De Graaff.  Pas, in 2019 besluit de politiek of meer basisscholen mogen overstappen op tweetalig onderwijs. Over drie weken worden de resultaten van de eerste meting bekend gemaakt. Een half jaar na de start is de Engelse woordenschat van de kleuters al aanzienlijk groter dan op basisscholen waar geen of veel minder Engels wordt gegeven, zegt De Graaff. Of dat komt door het Engels op school is nog niet duidelijk. Het zou ook kunnen dat deze kinderen thuis meer in aanraking komen met Engels.

Gaat dat Engels niet ten koste van het Nederlands en andere vaardigheden? De Graaff: “Bij de eerste meting scoorden de kleuters van het tweetalige onderwijs gemiddeld even goed voor Nederlands en rekenvaardigheden als kinderen op andere scholen.” Komende jaren moet blijken of het Nederlands zich zo goed blijft ontwikkelen, zegt hij. “Over een paar jaar hopen we ook zicht te hebben of alle kinderen baat hebben bij tweetalig onderwijs.” De verschillen in prestaties van leerlingen zijn groot, blijkt uit de startmeting.

Schrijver en voormalig hoogleraar Nederlands als tweede taal René Appel is sceptisch. “Er zijn nu al veel klachten over de Nederlandse taalbeheersing van jongeren.” Hij houdt zijn hart vast voor allochtone kinderen. “Engels is straks de derde taal die ze zich eigen moeten maken. Je kunt voorspellen dat ze het slechter zullen doen in Engels. Hun Nederlands zal er ook niet op vooruitgaan, als het aantal uren Nederlands wordt gereduceerd.” Hij verwijst naar onderzoek naar tweetalig onderwijs in de Canadese staat Quebec. Aanvankelijk leken de uitkomsten zeer positief. Later bleek dat veel leerlingen waren afgehaakt, omdat ze de lessen niet konden bijbenen. Appel: “Tweetalig onderwijs is eliteonderwijs. Alleen kinderen die sowieso al goed presteren, worden er beter van.” De noodzaak van meer aandacht voor Engels ziet Appel totaal niet. “Engelse en Amerikaanse toeristen zijn nu al stomverbaasd over het Engels dat Nederlandse jongeren spreken.”

Al 1100 basisscholen geven kleuters les in Engels

Engels op de basisschool is verplicht vanaf groep 7. Op de meeste scholen wordt in de bovenbouw 1 uur Engelse les per week door de gewone leerkracht gegeven. Maar hoe eerder scholen met Engels beginnen, hoe beter, vindt staatssecretaris Dekker van Onderwijs. Daarom geeft hij basisscholen meer ruimte om al vroeg intensief met Engels aan de slag te gaan. Sinds 2015 mogen ze vanaf groep 1 vier uur per week les in het Engels geven.

Ook vanuit de lokale politiek wordt druk uitgeoefend om de lessen in het Engels uit te breiden. Zo investeert de gemeente Amsterdam de komende drie jaar ruim twee miljoen euro om te zorgen dat Amsterdamse basisscholen meer en vroeger Engels aanbieden. De gemeente hoopt dat er zelfs op peuterleeftijd al met Engels kan worden begonnen. Dit jaar start een proef met tweetalige kinderopvang bij drie kinderdagopvangorganisaties.

Het aantal basisscholen dat al in groep 1 met Engels start, groeit gestaag. In 2004 begonnen 44 scholen er mee. Nu zijn het er al ruim 1100. Op de meeste scholen wordt de Engelse les door de gewone leerkracht gegeven. 59 procent van hen heeft echter geen Engels gehad op de pabo, blijkt uit onderzoek van de Stichting Leerplan Ontwikkeling.

Behalve het matige Engels van de leerkrachten is ook de aansluiting met het middelbaar onderwijs een probleem dat nog opgelost moet worden. Er zijn nog geen heldere eisen wat leerlingen in het basisonderwijs minimaal aan Engels moeten leren. Docenten Engels in het voortgezet onderwijs krijgen dan ook steeds meer te maken met grote verschillen in taalvaardigheid bij brugklasleerlingen. 

Trouw, 24 februari 2016