Selecteer een pagina
Elkaars taal niet spreken, wel verstaan

Luistertaal
Elkaars taal niet spreken, wel verstaan

De Universiteit Utrecht experimenteert met een nieuwe manier om internationale studenten te bedienen: luistertaalcolleges. Daarbij kunnen studenten colleges volgen in instructietalen die ze niet goed spreken, maar wel verstaan.

“Engels is niet altijd de beste keuze bij onderwijs aan buitenlandse studenten”, vindt initiatiefnemer Jan ten Thije.

“Goedemorgen, waarmee kan ik u van dienst zijn?” “Good morning. Could I have a coffee please? I prefer espresso.” “Prima, komt voor elkaar.”

Twee mensen die ieder hun eigen taal spreken en elkaar toch verstaan: het gebeurt al zolang er meertaligheid bestaat. “Het verschijnsel dat je een taal beter verstaat dan spreekt, kennen we allemaal”, zegt Jan ten Thije, universitair hoofddocent interculturele communicatie aan de Universiteit Utrecht.

“Duitsers en Nederlanders spreken elkaars taal vaak niet goed, maar begrijpen elkaar wel.” De Scandinavische talen zijn zelfs zo verwant dat Noren, Denen en Zweden vaak automatisch hun eigen taal blijven spreken als ze met elkaar communiceren.

Taalkundige Ten Thije doet al jaren onderzoek naar het fenomeen en bedacht er een Nederlandse term voor: luistertaal. Het voordeel boven het gebruik van Engels – voor velen een tweede of derde taal – is dat het je in je moederstaal beter lukt om je genuanceerd uit te drukken.

Ten Thije: “Je maakt makkelijker grapjes en kunt op verschillende manieren uitleggen wat je bedoelt.” Ook hoef je niet bang te zijn dat je fouten maakt of uitgelachen wordt om je slechte uitspraak.

Luistertaal is overal Luistertaal kan ook werken bij moedertalen die minder verwant zijn, zoals Frans en Nederlands, zegt ten Thije. “Daarvoor moet je natuurlijk wel basiskennis van elkaars taal hebben verworven. Maar je hoeft een vreemde taal niet perfect te beheersen om in veel situaties toch efficiënt te kunnen communiceren.”

Luistertaal kan ook een optie zijn als gesprekspartners elkaars tweede taal begrijpen: een Hongaar spreekt Duits tegen zijn Nederlandse gesprekspartner, die antwoordt in het Engels. De voordelen van luistertaal dringen steeds meer door tot bedrijven en organisaties die in een meertalige omgeving opereren.

De commissarissen van de koning in Overijssel en Limburg spreken bijvoorbeeld gewoon Nederlands als ze met hun Duitse collega’s overleggen, de Duitse Bezirksregierungspräsidenten houden het op Duits. Bij bedrijven in Brussel, waar Frans- en Nederlandstaligen werken, spreekt ieder de eigen moedertaal.

Ambtenaren van de Europese Commissie maken bij werkoverleg gebruik van luistertaal. En op universiteiten van meertalige regio’s, zoals Luxemburg, Zwitserland en Noord-Italië, is luistertaal helemaal ingeburgerd, vertelt ten Thije. “Bij alle colleges op de universiteit van Luxemburg worden twee talen gebruikt. Bijvoorbeeld Duits en Engels of Frans en Duits. Dat werkt goed, blijkt uit de eerste evaluaties.”

Engels niet altijd de beste keus Hij vindt het jammer dat Nederlandse universiteiten nog nauwelijks gebruikmaken van luistertaal. “Engels is niet altijd de beste keuze om onderwijs toegankelijk te maken voor buitenlandse studenten.” Dat je steeds meer studies volledig in het Engels kunt volgen, is weliswaar aantrekkelijk voor buitenlandse studenten, maar er kleven ook nadelen aan.

Studenten klagen over het belabberde Engels waarin sommige docenten zich uitdrukken, zelf beheersen ze het soms ook maar matig. Bovendien worden buitenlandse studenten die hun Nederlands willen verbeteren, nauwelijks bediend door universiteiten. Door de hoge taalvaardigheidseisen bij Nederlandstalige colleges, worden ze meestal van deelname uitgesloten. Dat geldt ook voor Nederlandse en internationale studenten die vakken in andere talen willen volgen: als ze die talen wel begrijpen, maar niet goed spreken of schrijven, mogen ze niet meedoen.

Ook thuisfront krijgt meer keus “Door gebruik te maken van luistertaal, kan het aanbod voor buitenlandse én Nederlandse studenten aanzienlijk worden vergroot”, zegt Ten Thije. Zijn departement Talen, Literatuur en Communicatie in Utrecht startte twee jaar geleden een proef met luistertaal. Twee vakken werden opengesteld voor studenten die de instructietaal van de docent niet konden spreken of schrijven, maar wel konden lezen en verstaan.

“In het begin was het wennen”, vertelt docent Duitse taalkunde Stefan Sudhoff. Een Iraanse student, die uitstekend Engels sprak en Duits alleen kon verstaan, nam deel aan zijn colleges. De voertaal was Duits, maar de Iraanse student mocht vragen stellen in het Engels. Sudhoff: “Als hij een vraag stelde, was ik direct geneigd om in het Engels te antwoorden. Maar bij luistertaal moet ieder juist de taal blijven spreken die hem het beste ligt.” Bij het tweede college voelde het al normaler om Duits te blijven spreken, vertelt hij. Dat was ook zo bij de andere studenten, die van tevoren waren geïnstrueerd dat ze niet naar het Engels mochten overschakelen.

“Na een tijdje gingen ze zelfs in de pauze door in de luistertaalmodus”, vertelt Sudhoff. De Iraanse student raakte bevriend met een Nederlandse student. “De Nederlander sprak Duits, de Iraniër antwoordde in het Engels. Heel leuk om te zien.” Uit de evaluatie bleek dat de Iraanse student meer Duits had geleerd.

De Nederlandse studenten vonden het een verrijking dat ze kennis hadden gemaakt met luistertaal. Meer publiek voor kleine talen Dit cursusjaar zijn ruim zestig colleges in Utrecht opengesteld om de mogelijkheden van luistertaal verder uit te proberen. “De belangstelling van docenten is veel groter dan verwacht”, vertelt Ten Thije. Zij hopen op deze manier ook meer studenten te trekken voor colleges in de zogenaamde kleine talen. Door bezuinigingen is het aantal cursussen in deze talen in de afgelopen jaren aanzienlijk verminderd.

“Met luistertaal maken we ons aanbod voor een veel bredere groep studenten toegankelijk.” Sudhoff: “In mijn colleges zitten vooral Nederlandse studenten die Duits studeren. Luistertaalstudenten hebben een andere achtergrond. Ze voegen iets extra’s toe, waar ook de Nederlandse studenten van profiteren.”

Lang niet alle Nederlandse studenten gaan tijdens hun studie bijvoorbeeld een poosje naar het buitenland. Ten Thije: “Via luistertaalcolleges kunnen zij nu ook kennismaken met buitenlandse studenten. Ook leren ze omgaan met een internationale communicatievorm die in Europa steeds vaker wordt toegepast.”

Geen vervanging voor Engels Luistertaalcolleges kosten geen extra geld: het lesprogramma hoeft niet te worden aangepast. In Utrecht kunnen docenten zelf aangeven welke luistertalen zij in een cursus toelaten.

De luistertaal moet bijvoorbeeld ook te begrijpen zijn voor de andere studenten. Verder is een voorwaarde dat de docent de luistertaal niet alleen verstaat, maar ook goed kan lezen. Hij moet immers ook tentamens kunnen beoordelen in de luistertaal van de student. Studenten die als luistertaalstudent aan een cursus willen deelnemen, kunnen een online zelftest doen.

Die bestaat uit een video van een college met een aantal meerkeuzevragen. Vervolgens beoordeelt de cursuscoördinator of de taalvaardigheid van de kandidaat voldoende is om succesvol te kunnen deelnemen. Het aantal luistertaalstudenten mag in Utrecht niet hoger zijn dan tien procent van het aantal studenten in een groep.

Ten Thije: “We willen voorkomen dat de voertaal kantelt, omdat er plotseling zes studenten in een cursus Frans of Engels spreken.” Dat betekent dat alleen een kleine minderheid van luistertaalcolleges kan profiteren. Deze colleges kunnen Engelstalige colleges dan ook niet vervangen.

In een internationale groep van studenten die vijf of zes verschillende talen spreken, blijft Engels als voertaal vaak de beste optie. Ten Thije: “Luistertaal is niet de oplossing voor alle meertalige situaties, maar het verdient wel een kans op de universiteit.” Of luistertaal die kans in Utrecht ook krijgt, hangt vooral van de studenten af.

Het loopt nog geen storm met de aanmeldingen voor luistertaalcursussen. Sterker: voor de eerste twee blokken heeft zich geen enkele student aangemeld. Voor het derde blok zijn inmiddels drie aanmeldingen binnen.

Ten Thije blijft optimistisch. “Die geringe belangstelling heeft alles te maken met onwetendheid en koudwatervrees bij studenten. We moeten studenten nog beter duidelijk maken wat de voordelen van luistertaal zijn.”