Een tweede Groningen

Klimaat: de strijd om het water
Een tweede Groningen

Vijf dorpen langs de Maas zijn aangewezen als waterbergingsgebied om stroomafwaarts gelegen dorpen en steden bij extreem hoog water te sparen. ‘Straks worden wij onder water gezet, zodat ze in Den Bosch droge voeten houden.’

Het is voorjaar, in het buitengebied van het Noord-Limburgse kerkdorp Ottersum grazen koeien in de wei en op de akkers wordt volop gezaaid en gepoot. Iets verderop meandert de Maas. Stuifduinen en een uitgestrekt heidegebied liggen op loopafstand.

‘Potverdorie, wat is het hier mooi’, dacht Bert Jurgens, eigenaar van een marktonderzoeksbureau, vaak als hij vanuit zijn woonplaats Nijmegen naar Ottersum fietste. Het was een buitenkans dat hij hier vijftien jaar geleden samen met zijn vrouw een modern verbouwd landhuisje kon kopen.

De landelijke omgeving bevalt nog steeds uitstekend. Maar Jurgens heeft de laatste tijd ook zorgen. Wat als de klimaatverandering doorzet en het Maaswater tot ongekende hoogte stijgt? Komt zijn huis dan op een kwade dag onder water te staan?

De overstromingen van 1993 en 1995 liggen in Limburg nog vers in het geheugen: de kabbelende rivier veranderde in korte tijd in een kolkende watermassa die hele gebieden onder water zette. Door de klimaatverandering smelten gletsjers eerder en worden regenbuien heviger. Daardoor wordt ook de kans groter dat er vaker gevaarlijk veel water door de Maas gaat stromen.

Toch is het het vooruitzicht van een volgende overstroming niet dat wat Jurgens buikpijn bezorgt. Zowel in 1993 als in 1995 bleef Ottersum grotendeels droog, de kerk kreeg alleen bij de vorige overstroming van 1926 natte voeten. Ook de rest van het gebied tussen Gennep en Mook, dat sinds kort ‘de Lob van Gennep’ wordt genoemd, had weinig last van het hoge water. Met uitzondering van het dorp Middelaar, dat in 1995 ontruimd moest worden. Jurgens: ‘We zitten hier redelijk veilig, zeker sinds begin deze eeuw overal nooddijken zijn aangelegd.’

Nee, het is een plan van onder andere het Limburgse waterschap en Rijkswaterstaat dat Jurgens en andere inwoners van Ottersum, Plasmolen, Ven-Zelderheide, Milsbeek en Middelaar, vijf dorpen net onder Nijmegen, de stuipen op het lijf jaagt. In 2019 werd het project Lob van Gennep gestart. Het doel is om de waterveiligheid én de waterbergende functie van het gebied te verbeteren. Er komen hogere dijken. Maar het kan ook betekenen dat de overheid het gebied bij extreem hoog water onder laat lopen, zodat dichter bevolkte gebieden stroomafwaarts, zoals Den Bosch en omgeving, beter tegen overstromingen worden beschermd.

Jurgens is naar alle voorlichtingsavonden geweest. ‘Al snel dacht ik: dit kan toch niet waar zijn? Waarom wordt dit gebied bestempeld als van oudsher een winterbed, terwijl er zelden overstromingen zijn? En waarom moeten onze dorpen bloeden om pittoreske dijkhuisjes bij Den Bosch te beschermen?’ Hij sloot zich aan bij het burgerinitiatief ‘Nee tegen de vloedgolf’, opgezet door twee verontruste bewoners uit Plasmolen en Milsbeek. Want daar draait het in hun ogen om: een vloedgolf die straks de huizen overspoelt. Iedereen, van Ven-Zelderheide tot Middelaar, maakt zich zorgen, zegt Jurgens.

Als het plan doorgaat, wordt volgens Jurgens vlak bij de Maas een honderden meters lange dam met een ‘waterkerende instroomvoorziening’ gebouwd. Bewoners spreken liever over ‘de schuif’. Of over de Flop van Gennep. ‘De schuif kan ons gebied in één klap veranderen in een badkuip waarin het water twee tot vier meter hoog komt te staan’, zegt Jurgens. Hij vreest dat de schuif straks niet alleen wordt opengezet om grote overstromingen elders te voorkomen, maar ook bij minder grote rampen. Bijvoorbeeld als in een dichter bevolkt, stroomafwaarts gelegen gebied de dijken verzwakt zijn.

‘Steeds maar hogere dijken bouwen heeft een grens.’ Jeroen Warner is hoofddocent rampenstudies van de Wageningen Universiteit en is gespecialiseerd in waterconflicten. ‘Als de gletsjers harder smelten, regenbuien heftiger worden en de zeespiegel stijgt, waardoor je het rivierwater minder goed kunt afvoeren, is het slim om ook na te denken over andere oplossingen. Zo is Rijkswaterstaat op het idee gekomen van noodoverloopgebieden.’

Het eerste plan daarvoor werd al in 2000 gelanceerd. ‘Calamiteitenpolders’, werden ze toen genoemd. Koning Willem-Alexander, toen nog waterprins, noemde ze ‘onontkoombaar’. De Ooijpolder was een van de gebieden die als calamiteitenpolder werd aangewezen. Dankzij een slimme lobby kregen de bewoners, verenigd in Hoogwaterplatform Ooijpolder, het voor elkaar dat het plan in de ijskast werd gezet. Wateronderzoeksinstituut Riza Arnhem lekte een geheim rapport met kritische punten naar het platform. Ook waren gepensioneerde Delftse professoren civiele techniek bereid om hun expertise aan de actievoerders beschikbaar te stellen. Warner: ‘Ingenieurs weten immers altijd alles beter!’ Zij rekenden voor dat wateropslag niet de meest effectieve manier is om overstromingen tegen te gaan. Het uitdiepen van uiterwaarden en het verder verhogen van dijken waren volgens hen nog lang niet afgeschreven.

‘Concepten als het noodoverloopgebied komen op, verdwijnen na een conflict in een la en daarna lijken ze weer terug te komen alsof er niets gebeurd is’, zegt Warner. ‘Dat terugkeren heeft alles te maken met de klimaatverandering. Waar in Nederland is ruimte om extreem hoge watergolven op te vangen?’ ‘Wereldvreemde cijferaars bij Rijkswaterstaat denken dat ze dit gebied gerust vol kunnen laten lopen. Maar hier wonen zevenduizend mensen!’

Bert Jurgens laat folders en rapporten zien van de stuurgroep Lob van Gennep, bestaande uit vertegenwoordigers van gemeenten, provincie, Rijkswaterstaat, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en het Waterschap Limburg. ‘Kijk, op deze foto’s zie je geen mens, geen huis, geen beest. Op die manier denken wereldvreemde cijferaars bij Rijkswaterstaat dat ze dit gebied gerust vol kunnen laten lopen. Maar hier wonen verdomme zevenduizend mensen!’

Er is nog niets besloten, het project bevindt zich nog in de verkenningsfase. Naast de optie van ‘de schuif’ worden ook twee andere varianten onderzocht, waarin de nadruk ligt op dijkverzwaring. ‘De drie opties zijn gelijkwaardig, de stuurgroep heeft geen voorkeur’, vertelt omgevingsmanager Marijke van der Steen van de projectgroep Lob van Gennep. Het is haar taak de zorgen van de mensen in de omgeving ‘op te halen en in de projectgroep en de stuurgroep in te brengen’.

Ze benadrukt dat de Lob van Gennep al sinds 1996 een wettelijke status heeft als ‘winterbed’. Dat betekent dat het een wateropvang is, die gebieden stroomafwaarts tegen hoog water moet beschermen. ‘Veel mensen wisten dat niet, misschien is de communicatie daarover niet altijd even helder geweest.’

Als je alleen maar naar je eigen plek kijkt, is leven aan de Maas straks niet meer mogelijk, legt ze uit. ‘We houden er rekening mee dat in 2075 door de klimaatverandering anderhalf keer zoveel water door de Maas stroomt. Dat betekent dat bij hoogwater wel vijfduizend kuub per seconde door de Maas kan gaan, tweeduizend meer dan de drieduizend kuub van 1993 en 1995. Daarom hebben we een aaneenschakeling van maatregelen nodig, langs de hele Maas.’ Sommige maatregelen werken stroomopwaarts, andere hebben vooral stroomafwaarts effect, zegt ze. ‘Je zorgt voor jezelf, maar je zorgt ook voor je buren. We moeten het samen doen.’

Van der Steen wijst erop dat het gebied bij zeer hoge waterstanden altijd zal overstromen, ook als wordt gekozen voor de twee varianten zonder schuif. Daar staat lang niet iedereen bij stil. We hebben het over extreem hoog water, veel hoger dan in 1993 en 1995.’ Bovendien is de overstromingskans bij de schuifvariant tien keer kleiner dan bij de twee andere scenario’s, zegt ze: omdat de dijken in die schuifvariant extra worden versterkt. Mocht voor dat scenario worden gekozen, dan komt er een strak protocol, om te voorkomen dat iemand vanuit paniek water in het gebied laat stromen.

‘Die belofte van extra dijkversterking is gewoon een truc om de schuif erdoorheen te drukken. De stuurgroep doet of alle opties nog open zijn, maar intussen stormen ze op volle kracht op de schuif af.’ Transportondernemer Sjang Emons uit Middelaar ontsteekt tijdens het gesprek regelmatig in woede. Voor een protocol koopt hij niets. ‘Iemand in Den Haag drukt op een knop om veertig miljoen kuub water in dit gebied te laten donderen, daar hebben wij geen enkele invloed op.’

En wat nou ‘samen doen’ en ‘voor je buren zorgen’? ‘Straks zijn wij het enige gebied in Nederland waar mensen achter een dijk met een enorm gat wonen. Ach ja, de belangen van mensen in het westen zijn natuurlijk groter dan van die zevenduizend Limburgers hier.’

Familiebedrijf Emons Group is met zevenhonderd werknemers de grootste werkgever in het gebied. Sjang Emons is de drijvende kracht achter de groep van ‘verontruste lobondernemers’. ‘Vergeef me dat ik zo emotioneel ben’, zegt hij een paar keer tijdens het gesprek. Zijn zoon, die de dagelijkse leiding over het familiebedrijf een paar jaar geleden overnam, komt het kantoor binnenlopen. Emons: ‘We praten hier over jouw zorgen en jouw investeringen, jongen.’

Als de schuif opengaat, zijn alle bedrijven in het gebied in één klap failliet, voorspelt Emons. ‘Er wordt gedacht aan zes maanden onder water, dat is voor elk bedrijf catastrofaal. Dat betekent het verlies van tweeduizend arbeidsplaatsen. En als champignoncompostkweker cnc, even verderop, onder water komt te staan, heeft de helft van champignonkwekend Nederland geen grondstoffen meer.’

Maar ook als de schuif niet wordt gebruikt is er schade, vreest hij. ‘Het imago van de streek gaat naar de knoppen. Straks rijden mensen hier in de winter langs die enorme kolos, als er rukwinden zijn en het water hoog staat. Dan denken ze: die schuif zal toch vannacht niet opengaan? Wie wil hier dan nog wonen en werken? Dit wordt straks een groot vergrijsd gebied.’

Volgens hem is de overgrote meerderheid van de bevolking tegen. ‘Bij het carnaval ging 85 procent van de praalwagens in de optocht over de zorgen over de Lob. Dat een thema zoveel aandacht kreeg, heb ik nog nooit meegemaakt. Echt, sommige mensen slapen er niet meer van.’ ‘Als je dit gebied bewust laat overstromen ten gunste van de rest van Nederland, dan moet je niet zielig gaan doen over schadevergoedingen’

Emons haalt een tabel van de huizenprijzen tevoorschijn. Er staat dat de huizenprijzen al met vijftien procent zijn gedaald sinds de plannen bekend werden. Makelaar Kris de Roos uit het nabijgelegen Malden kan het niet bevestigen. Eén van zijn potentiële kopers haakte tot nog toe af vanwege de onrust in het gebied. ‘Maar’, zegt hij, ‘onzekerheid leidt uiteindelijk tot lagere prijzen. De huizenmarkt is emotie, er hoeft maar iets aan de hand te zijn of mensen kiezen voor een andere locatie. Dat kan hier ook gebeuren, zeker omdat het nog jaren duurt voordat er een besluit genomen is.’

Ook de schadevergoedingen zijn een heikel punt. Bij huizen die vóór 1996 zijn gebouwd wordt een deel van de schade vergoed. Bezitters van huizen en andere bouwwerken die gebouwd zijn na 1996 kunnen nergens aanspraak op maken. Volgens Emons zijn bewoners daar bij het aanvragen voor bouwvergunningen nooit over geïnformeerd. ‘In Milsbeek is een hele nieuwe wijk gebouwd na 1996. Daar wonen jonge gezinnen die van niets wisten. “Had je maar niet in een winterbed moeten komen wonen”, horen ze nu.’

Straks wordt de Lob van Gennep ‘een tweede Groningen’. Die vrees klinkt steeds opnieuw in gesprekken met bewoners. Geertjan Wienhoven, wethouder van Mook en Middelaar en lid van de stuurgroep van de Lob van Gennep, noemt het ontbreken van schadevergoedingen voor bewoners die na 1996 een huis hebben gebouwd of gekocht ‘een gotspe’. Samen met zijn collega-wethouder uit Gennep zet hij zich in voor een rechtvaardige schadevergoeding. ‘We willen dat al onze inwoners net zoals in de rest van Nederland bij een overstroming recht hebben op schadevergoeding. Als je dit gebied bewust laat overstromen ten gunste van de rest van Nederland, moet je daar niet zielig over doen.’ Los van de schadevergoedingen zijn de drie alternatieven voor hem gelijkwaardig, zegt hij. Draagvlak onder de bevolking is belangrijk. ‘Maar dit gebied is door het Rijk aangewezen als wateropvanggebied, daar heb ik als bestuurder ook rekening mee te houden.’

Net als Van der Steen denkt Wienhoven dat veel mensen nog niet beseffen hoe erg het kan worden als de klimaatverandering doorzet. Daar komt bij dat er veel wantrouwen is tegenover de overheid. Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog lag Middelaar in de vuurlinie tussen Duitsers en geallieerden. Terwijl de rest van Nederland al bevrijd was, werden de dorpelingen door de Duitsers geëvacueerd. Toen ze terugkwamen, was alles kapotgeschoten. Wienhoven: Dat gevoel van toen lijkt weer terug te komen: straks worden we wéér uit dit gebied gehaald en is er niks meer over als we terugkomen.’

Toch denkt hij dat de weerstand tegen de schuif minder groot is dan de georganiseerde tegenstanders doen voorkomen. ‘Er zijn veel mensen die het nog niet weten. Of die zich niet durven uit te spreken omdat het debat zo is gepolariseerd.’ Hij verwacht dat het wantrouwen vermindert als mensen merken dat ze serieus worden genomen. ‘Burgers uit het hele gebied worden betrokken bij alle rapportages, onder meer via omgevingswerkgroepen. Er wordt veel gesproken met de mensen.’

Jeroen Warner bestudeerde samen met collega’s een groot aantal waterconflicten, vergelijkbaar met het conflict in de Lob van Gennep. ‘Bij Rijkswaterstaat doen ze hun best om meer naar burgers te luisteren’, zegt hij. ‘Maar de cultuur is nog erg top-down. Het is heel lang een staat binnen de staat geweest. Als ze burgers tegenkomen die bezwaren hebben, is het al snel van: luister eens, we hebben een goed plan, alles is doorgerekend en er is inspraak geweest – wat wil je nou nog? Dat is geen onwil. Ze proberen iedereen erbij te betrekken, maar ondertussen blijven ze vinden dat hun idee het beste is.’

Gepensioneerd natuurkundig ingenieur en hobbypaardenhouder Huub van Heel herkent het wel. Jarenlang maakte hij als technisch manager deel uit van de top van de destijds omstreden uraniumverrijkingsfabriek Urenco. ‘Als we te veel weerstand kregen, schakelden we een extern adviesbureau in om onze zin te krijgen, net als de stuurgroep nu steeds doet. Zo’n bureau kwam dan met een dun, glanzend rapport. Net als bij de Lob van Gennep. Al die rapporten met die karakteristieke, horizontale bladspiegel, die zijn zo herkenbaar.’

Niet alleen die oppervlakkige rapporten storen Van Heel, die tien jaar geleden met zijn vrouw van de Achterhoek naar Zen-Velderheide verhuisde. Ook heeft hij het vermoeden dat er informatie wordt achtergehouden. Zich aansluiten bij de actiegroep ‘Nee tegen de vloedgolf’ is voor hem een brug te ver. De naam doet te veel denken aan de acties van ‘Nee tegen kernenergie’: antikernenergieactivisten ketenden zich meerdere malen vast aan ‘zijn’ uraniumfabriek. ‘Voor mij is het al een hele stap van verdediger van kernenergie naar tegenstander van overheidsplannen.’

Van Heel besloot een zienswijze over het plan te schrijven. De waterbergende functie van de Lob van Gennep is volstrekt onvoldoende, is zijn conclusie na wekenlang reken- en uitzoekwerk. Het gebied is veel te klein om het water effectief te bergen. ‘Dat betekent dat je valse veiligheid creëert voor mensen stroomafwaarts. Dat is bijna crimineel.’ Betere mogelijkheden creëren om water af te voeren zet volgens hem meer zoden aan de dijk.

Onafhankelijke waterbouwkundige experts hadden begin deze eeuw al kritiek op noodoverloopgebieden. ‘Als je toilet verstopt dreigt te raken, vang je het water toch ook niet tijdelijk op in de douchebak?’ legde een van hen het indertijd uit. ‘Dan moet je een grotere afvoerpijp aanleggen om te zorgen dat er meer water wordt afgevoerd.’

‘Noodoverloopgebieden vangen het hoogwater een beetje af, maar uiteindelijk zijn het maar muizenbeetjes als het gaat om de waterveiligheid van steden als Den Bosch of Rotterdam’, zegt ook Jeroen Warner. Toch verwacht hij dat we in de toekomst nog vaker te maken krijgen met plannen voor noodoverloopgebieden. ‘Komende jaren zijn we druk met de coronacrisis. Maar als we weer economische lucht krijgen, zal dit opnieuw naar voren komen. Ook dankzij corona: de overheid wil niet opnieuw de beschuldiging krijgen dat ze een ramp niet heeft zien aankomen.’

Hij verwacht dat Rijkswaterstaat dan opnieuw ruimte gaat zoeken om het stijgende water af te vlakken en op te vangen. ‘Je ziet overal bewegingen om alvast stukken vrij te houden: klimaatbuffers voor als het peil in de zee en in de rivieren verder stijgt. Tot dusverre zijn de Duitsers zo aardig geweest om hun dijken niet goed te onderhouden. Daardoor overstromen Koblenz en Keulen bij hoogwater in de Rijn en wordt de hoogwaterpiek nog voor onze grens afgevlakt. Maar stel dat zij hogere dijken gaan bouwen, dan zijn in Nederland mogelijk extra maatregelen nodig om overstromingen te voorkomen.’