Selecteer een pagina
De wereld van André Kuipers

Interview
De wereld van André Kuipers

Elf dagen zweefde André Kuipers (46) gewichtloos door de ruimte, op vierhonderd kilometer van de aarde. Die grote blauwe bol in het niets intrigeerde hem, ieder rondje van anderhalf uur opnieuw. Sommige ruimtevaarders worden religieus of depressief na hun kosmische ervaring. Kuipers werd getroffen door de kwetsbaarheid van de aarde.Hij meldde zich na afloop als vrijwilliger bij het Wereld Natuur Fonds. ‘Ik heb gezien hoe slecht we bezig zijn met onze planeet. Straks is het bos op en zijn de dieren dood. Is dat dan wat we willen?’

 Zijn ruimtemissie is alweer driekwart jaar oud, maar André Kuipers is nog steeds hot. Het jeugdjournaal, talkshows, universiteiten, basisscholen, bedrijven en studieclubs: ze staan in de rij om de joviale, immer enthousiaste arts-astronaut voor een optreden te strikken. ‘Ik kan geen nee zeggen, ik wil niemand teleurstellen’, zucht Kuipers op een vroege ochtend in zijn rijtjeshuis in Ouderkerk aan de Amstel. Soms heeft hij drie promotieactiviteiten op een dag, naast zijn gewone werk als astronaut bij ruimtevaartorganisatie ESA. ‘Ik ren van het ene project naar het andere. Nooit eens tijd om een fatsoenlijk rapport te schrijven’, zegt hij wat bedrukt. Maar zijn gezicht klaart op als hij vertelt over de schoolkinderen die aan zijn lippen hangen. Honderdduizend kinderen volgden ademloos hoe zijn raketslaplantjes in de ruimte gedijden. Helemaal niet erg, vindt hij, om steeds opnieuw te vertellen hoe het is om te zweven of hoe astronauten naar de wc gaan. ‘Die kinderen zijn zo enthousiast. En altijd is er wel zo’n jongetje dat droomt van een avontuur in de ruimte, en eenmaal aan de beurt, prompt zijn vraag vergeten is.’

Zelf wilde hij van kindsbeen af ook niets anders. Als tienjarige zat hij aan de buis gekluisterd toen Neil Armstrong voet op de maan zette. Hij verslond strips met raketavonturen en tekende ruimteoorlogen in zijn schrift. Na jaren van hopen, wachten en intensieve training ging zijn droom in vervulling: elf dagen in een ruimteschip, ‘opgevouwen als drie volwassen mannen in een Fiat 500’. ‘Je moet een beetje gek zijn om astronaut te worden.’

U heeft uw ultieme droom gerealiseerd. Wat nu?
‘Als je eenmaal in de ruimte bent geweest, wil je terug. Dat geldt voor iedere astronaut. Ik zou dolgraag een tweede, langere ruimtevlucht maken. Een vlucht van een paar maanden met een ruimtewandeling. dat is mijn grote wens. Daarom blijf ik ook trainen. Ik word voor allerlei testen en simulaties ingezet, onderhoud mijn vliegervaring en blijf Russisch studeren. Als ik gezond blijf, is er een kansje dat ik nog een keer mag.

Waar heeft u het meest van genoten in de ruimte?
‘Van de schoonheid van de aarde. Vooral ’s nachts is onze planeet heel indrukwekkend. Een paar momenten staan op mijn netvlies gegrift. Tijdens de eerste nacht, toen de anderen sliepen, heb ik mezelf vastgezet in mijn slaapzak. Ik heb mijn neus tegen het raampje gedrukt. Een tissue voor mijn mond, zodat de ruit niet besloeg. Ik kon het noorderlicht zien: een groenachtig gordijn in de verte. Door de wolken schoten bliksemflitsen van tientallen, soms honderden kilometers. Elke nacht is er wel ergens onweer. Schitterend vuurwerk geeft dat. En dan de Nijl: een goudkleurige slang van lichtjes door pikzwart Afrika. Ik voelde me een buitenaards wezen, kijkend naar een andere bewoonde planeet. Alsof ik in een science fiction film zat.’

Was u nooit bang, zo ver weg in een ruimteschip?
‘Zo ver weg was ik niet, maar vierhonderd kilometer van de aarde. Maar voor je gevoel ben je natuurlijk wel heel ver weg, je voelt je er echt buiten staan. Om dat tot je door te laten dringen, moet je wel een tijdje afgezonderd aan het raam gekluisterd zitten. De meeste tijd was ik druk bezig met experimenten en het is knap lawaaiig in zo’n ruimtecapsule.

Bang was ik niet, maar ik vond de ruimte af en toe wel bedreigend. Als je hier zit en je kijkt omhoog denk je dat de lucht oneindig is. Maar vanuit de ruimte is de dampkring een heel dun blauw schilletje om de aardbol. De aarde zag er uit als een levende, fluorescerende blauwe cel. Totaal eenzaam en ongelofelijk kwetsbaar, zoals hij daar in het zwarte niks hing. Een heel bijzondere ervaring.’

Sommige astronauten bekeerden zich na hun ruimtereis. Anderen werden depressief of raakten aan de drank. Kunt u zich dat voorstellen?
‘We hebben Irwin gehad, die is op de maan geweest en heel gelovig geworden. Maar hij was al religieus. Als je een groep mensen volgt, is er altijd wel iemand die aan de drank raakt of in de put. Dat ligt gewoon aan je karakter, met ruimtevaart heeft het weinig te maken. Mijn eigen ervaring zou ik niet religieus willen noemen. Ik was wel diep onder de indruk van de kwetsbaarheid van de aarde. Ik realiseerde me nog meer hoe fragiel ons eigen bestaan is. Het overgrote deel van onze planeet is woest en onherbergzaam. Je ziet een handvol vruchtbare gebieden, heel veel woestijn, grote rotspartijen en oneindig veel zee. Een enorme muur van water, water, en nog eens water.’

Daar moest u vast aan terugdenken toen de tsunami Zuid-Azië overspoelde
‘Jazeker. We denken dat we de aarde beheersen, maar als mensen zijn we maar speldenprikjes. De planeet aarde gaat zijn eigen gang, dat besef je heel goed als je in een ruimtecapsule zit.
Ik ben ooit op de Malediven geweest. Ik had zelf ook slachtoffer van die ramp kunnen zijn, het kwam dus heel dichtbij.’

In de ruimte maakte u zich zorgen over de toestand van de aarde. Wat zag u dan precies?
‘Ik ben geschrokken van de kale bergtoppen op Madagaskar. Ik zag de grond letterlijk wegstromen in de oceaan. De schaarse vruchtbare gebieden worden steeds kleiner. De veerkracht van de natuur is eindig, ik zou willen dat iedereen dat kon zien.
Boven China en India hing een grauwsluier. Ik dacht dat het mist was, maar mijn commandant, die zijn zesde vlucht maakte, vertelde dat het luchtvervuiling was. Hij vertelde ook dat die smerige wolk steeds groter wordt.’

Bij terugkomst wilde u meer doen dan een flink bedrag doneren.
‘Mijn Belgische collega werd vorig jaar ambassadeur bij Unicef, hij heeft me op het idee gebracht. Ik heb me aangemeld bij het Wereld Natuur Fonds. Ik wil me vooral inzetten voor biodiversiteit en het behoud van ecosystemen. Daar maak ik me het meest druk om. Milieuvervuiling is wel op te lossen met nieuwe, schonere technieken, denk ik. Maar het verdwijnen van ecosystemen is onherstelbaar. Op een gegeven moment zijn de bossen op en de dieren dood. Is dat dan wat we willen? Ik ben jaren geleden in het Amazonegebied geweest. Met een indiaan voeren we in een uitgeholde boomstam de jungle in. Vanaf de grond lijkt het oerwoud onmetelijk groot. Dus als je tegen een boer zegt dat hij de bomen niet mag kappen, denkt hij: een paar bomen meer of minder maakt niet uit. Grote bedrijven die massaal bossen kappen zijn helemaal met roofbouw bezig. Vanuit de ruimte zie je pas hoe weinig bos er nog over is. Ik hoop dat ik mensen aan het denken zet, door mijn ervaring te vertellen.’

Wat moeten kleine boeren in het Amazonegebied of op Madagaskar met die informatie?
‘Met opgeheven wijsvingertje zwaaien naar arme boeren die ook gewoon moeten overleven, heeft geen zin. Vooral als je bedenkt dat we zelf alles hebben wat ons hartje begeert. Ik heb de oplossing niet, bij het Wereld Natuur Fonds zitten de experts. Ik denk dat je mensen een goed alternatief moet bieden. Ecotoerisme bijvoorbeeld, daar zie ik veel in. Je moet zorgen dat het onaantrekkelijk wordt om bomen te kappen en orang oetangs dood te schieten.’

Ruimtevaart en natuurbescherming: niet direct een voor de hand liggende combinatie.
‘Toch is dat een onderwerp dat veel astronauten na aan het hart ligt. Voor de ESA is aardobservatie een van de hoofdpunten. Envisat, de satelliet van de ESA, is een milieusatelliet. Die kan klimaatverandering bestuderen en illegale lozingen opsporen. Zelf ben ik me voor het natuurbescherming gaan interesseren toen ik op een ruimtevaarttentoonstelling satellietfoto’s van de boskap in de Amazone zag. Zonder ruimtevaart hadden we helemaal niet geweten hoe ernstig de natuur wordt bedreigd.’

U noemt nuttige voorbeelden van onbemande ruimtevaart. Maar juist op de bemande ruimtevaart is veel kritiek. Die is minstens tien keer zo duur als onbemand onderzoek en levert weinig extra’s op, zeggen critici. Kunnen we de miljarden voor bemande ruimtevaart niet beter besteden aan milieubeheer, armoedebestrijding of andere dringende zaken?
‘Nou ja zeg, waarom zitten we hier nou? Omdat ik als mens, als astronaut, iets heb waargenomen wat ik naar anderen kan overbrengen. Dat is precies waarom mensen er zelf bij betrokken moeten blijven. En mensen zijn nu eenmaal nieuwsgierig naar wat er achter de volgende heuvel ligt. Onze exploratiedrang heeft altijd nuttige dingen opgeleverd die we van tevoren niet konden voorspellen. Met ruimtevaart is het net zo. Het onderzoek naar gewichtloosheid bijvoorbeeld, leidt tot nieuwe kennis over beademingstechnieken en energiezuinige lampen.’

Wat denkt u, gaan gewone stervelingen binnenkort ook op ruimtereis?
‘Dat gaat zeker gebeuren, maar ik denk niet dat wij dat nog meemaken. Tenminste niet op grote schaal. We krijgen hotels in de ruimte, mijnbouw op de maan, wellicht een kolonie op Mars. Fantastisch. Als we kernfusie eenmaal onder de knie hebben, ligt er voor duizend jaar brandstof op de maan. Moet je kijken hoe snel het dan gaat.’

Terug naar het aardse. Heeft uw betrokkenheid bij natuur en milieu ook invloed op uw levensstijl?
‘Ik koop geen onverantwoord hardhout of producten van bedreigde diersoorten.’

En verder?
‘Verder? Ik heb daar veel discussie over met mijn broer. Hij is bioloog, ook bezig met ecosystemen en heel principieel. Hij vindt dat we niet moeten vliegen. Dan ga jij toch lekker met de trein naar Frankrijk, zeg ik dan. Die rijdt op kernenergie en maakt langs het hele traject een hoop herrie voor omwonenden. Het is vaak niet zo zwart wit als milieuactivisten zeggen. De auto laten staan vind ik conservatief. We moeten niet terug naar de Middeleeuwen. Ik geloof meer in technische vooruitgang om het milieu te verbeteren. Ze kunnen nu auto’s maken die heel wat zuiniger rijden dan een aantal jaar geleden.’

Let u daar op, bij de aankoop van een auto?
‘Vaak wel, zo heb ik heel lang op LPG gereden met het milieu in mijn achterhoofd. Vreemd genoeg wordt juist LPG zwaar belast. Ik vind het opleggen van milieueisen een taak van de overheid. Je kan er als individu natuurlijk ook op letten: fijn voor je eigen gemoedsrust. Maar het zet pas zoden aan de dijk als het van bovenaf wordt opgelegd. Trouwens, zolang ze in Amerika doorgaan met hun enorme energieverbruik, zal het allemaal niet veel uit maken.’

Afgelopen januari reed u mee in de beruchte Dakarrally. Hoe is dat bevallen?

‘Ik heb niet aan de wedstrijd meegedaan, ik reed mee in een volgauto. Een machtige ervaring, en beroemd en berucht, omdat het zo ongelofelijk zwaar voor mens en machine is.’

Met 700 peperdure auto’s door doodarme gebieden in de woestijn scheuren: voelde u zich daar niet ongemakkelijk bij?
‘Nee, maar ik reis veel, ik heb al veel armoede gezien. Ik denk niet dat de woestijnbewoners slechter worden van de Dakarrally. Eerder andersom: de organisatie betaalt mee aan waterputten en andere ontwikkelingsprojecten. Ik geloof ook niet dat de rally slecht is voor het milieu daar, zoals sommige mensen zeggen. Kom nou, één dag per jaar rijden een paar honderd auto’s door vaak totaal verlaten zandduinen en zoutvlaktes. Weet je wat de woestijn verpest? De enorme hoeveelheid vuilnis. Overal kom je vuilnisbelten tegen, ze laten de troep gewoon liggen. Natuurlijk is er een groot verschil tussen onze rijkdom en de armoede daar. Daar moet je je ogen niet voor sluiten. Daarom vind ik ook dat mensen veel moeten reizen. Je kunt braaf op de bank blijven zitten, maar dan heb je geen flauw benul wat in de wereld speelt. Je moet de armoede ondergáán, ruiken en meemaken. Dat is heel wat anders dan een paar seconden ellende op het journaal voorbij zien komen. Door te reizen raak je pas echt overtuigd dat de omstandigheden van onze medemensen verbeterd moeten worden.’

Volgend jaar weer?
‘Dat zou best kunnen. De Dakarrally lijkt wel een beetje op een ruimtevlucht: dagenlang met zijn drieën in een krappe cabine door onbekend gebied navigeren, onder grote tijdsdruk, en met gebrek aan slaap, hygiëne en privacy. Kortom, een goede mentale training voor toekomstige ruimtereizen.’

André Kuipers astronaut, arts en bijzonder hoogleraar aan de VU in Amsterdam Geboren 1958 Loopbaan Officier Afdeling Luchtvaart Geneeskunde van de Koninklijke Luchtmacht en werkzaam bij het Aeromedisch Instituut te Soesterberg. Sinds 1991 in dienst van de Europese Ruimtevaart Organisatie (ESA). Kwam in 1998 door de selectie voor astronaut en werd in 2002 aangewezen als boordingenieur voor een Sojoez-missie naar het internatinale ruimtestation ISS in april 2004.

 

© Ditty Eimers