Intermediair, Reportage, Weekbladen
Slimme autist wordt warm ontvangen

Autisme en werk
Slimme autist wordt warm ontvangen

Autest is een bijzonder detacheringsbureau. Het bedrijf verhuurt slimme autisten aan it-bedrijven. Niet omdat ze zielig zijn. Hun analytisch denkvermogen, oog voor detail en voorliefde voor steeds dezelfde taken maakt hen bij uitstek geschikt voor het testvak.

De gemiddelde autist is geen geniaal, contactgestoord rekenwonder, zoals Dustin Hoffman in de film Rain Man. Mensen met autisme zitten wél een tikkeltje anders in elkaar dan de meeste werknemers. Het kost hun moeite contact te leggen en zich in te leven in anderen. Als ze werk moeten doen waar ze geen zin in hebben, haken ze sneller af. Meerdere dingen tegelijk doen is lastig en ze schieten eerder in de stress als zaken anders lopen dan ze in hun hoofd hadden. Eigenschappen die het afronden van een studie en het vinden van een baan behoorlijk in de weg zitten. Heel wat slimme mensen met een autistische stoornis zitten thuis op de bank. Of hebben een carrière van twaalf ambachten, dertien ongelukken.

Er is ook een andere kant, zegt Gerard Bijkerk, oprichter van testbedrijf Autest. Autisten hebben een bovengemiddeld abstractievermogen en een voorliefde voor technische vakken. ‘In de regio Eindhoven wonen niet voor niets tweemaal zoveel autisten als in de rest van Nederland.’ Ook hebben ze vaak een scherp oog voor detail. En worden ze ergens door gegrepen, dan zijn ze enorm volhardend en loyaal. Bijkerk: ‘Ideale eigenschappen voor test engineers.’

Repeterend werk

De wereld van autisme was voor Bijkerk, in het dagelijks leven ict-manager bij de Rabobank, tot een paar jaar terug nog onbekend terrein. Inmiddels is hij expert. Drie jaar geleden las hij in Trouw een artikel over de Deense ict’er Thorkill Sonne, vader van een autistische zoon. De Deen had een succesvol softwarebedrijf opgezet, bemand met autistische test engineers. ‘Ik zag direct mogelijkheden in Nederland’, vertelt Bijkerk. Er is veel vraag naar testers, een relatief nieuwe functie in de automatisering. Bijkerk: ‘Het is moeilijk hoogopgeleide mensen te vinden die het werk langere tijd volhouden. Testen is repeterend werk. Veel testers haken na verloop van tijd af, maar mensen met autisme houden juist van wat ze al kennen.’ Met vier collega’s uit de automatisering richtte hij de Stichting Autest op. ‘We doen het vanuit een sociale drive, maar wel commercieel en professioneel verantwoord’, zegt hij. ‘Onze mensen leveren prestaties die kwalitatief gelijkwaardig zijn aan die van andere professionele krachten.’ Opdrachtgevers moeten dan ook niet denken dat ze de testers voor een prikje kunnen inhuren. De tarieven van Autest zijn marktconform.

Begin dit jaar werd de experimentele aanloopfase succesvol afgesloten: Autest tekende een samenwerkingsovereenkomst met Ordina, die de opleiding gaat verzorgen en ook testers in dienst wil nemen. Het plan is om jaarlijks twaalf testers af te leveren. Zij gaan op detacheringbasis werken in de it-industrie.

Hoog niveau

Om uit te vinden hoe de kwaliteiten van de testers het best tot hun recht komen, heeft Autest twee jaar proefgedraaid. In die tijd kregen twaalf hoogopgeleide kandidaten een training van twee maanden. Daarna gingen ze aan de slag bij onder andere de Rabobank en het Kadaster. De belangrijkste bevinding is dat niet al te zwaar autistische mensen in groepjes van twee à drie personen samen met een ‘normale’ testcoördinator even goed en even snel testen als niet-autistische collega’s. ‘Het niveau is zelfs boven verwachting’, zegt Bijkerk. ‘Onze testers blijken niet alleen tests te kunnen uitvoeren, ze zijn ook heel goed in staat om zelf testspecificaties te maken.’

Wekelijks krijgt hij verzoeken van potentiële werknemers. Opdrachtgevers zijn terughoudender. Bijkerk: ‘Ze associëren autisme met risico’s. Kunnen jullie testers de druk wel aan, vragen ze altijd. Kijk, als het in een bedrijf een chaos is, werkt het niet. Maar als je de zaken goed organiseert, krijg je ongelofelijk toegewijde werknemers.’

Autisme is een stoornis in het communicatievermogen die zich op veel verschillende manieren uit en vele gradaties kent. Een handleiding over de omgang met autistische medewerkers is dan ook onmogelijk te geven. Toch heeft Bijkerk wel wat suggesties voor werkgevers. Belangrijk is dat de ‘autesters’ in een veilige en stabiele omgeving werken. Bijkerk: ‘Onze mensen hebben wat meer zekerheid en structuur nodig dan de gemiddelde werknemer. Ze zijn vaak bang om fouten te maken of kunnen zich over minuscule dingen enorm opwinden.’ De testcoördinator, die normaal ook aanwezig moet zijn, krijgt als extra taak hen te beschermen tegen al te heftige prikkels. Hij is aanspreekpunt voor collega’s, garandeert structuur en stelt prioriteiten. ‘Krijgt een van onze testers op een ochtend drie collega’s aan zijn bureau die allemaal iets anders willen, dan is de kans groot dat hij in de war raakt.’ De testcoördinator moet heel duidelijk zijn over wat hij verwacht en wil, zegt Bijkerk. ‘Sommige autisten hebben moeite met beeldspraak. Ze nemen alles letterlijk. Als iemand zegt: “Ik kom zo”, kunnen ze rustig een uur zitten wachten tot hij komt.’

De ‘autesters’ functioneren het best in een groepje van drie of vier, in een rustige kamer. Werkweken van 28 uur zijn ideaal. Bijkerk: ‘Reizen kan heel inspannend zijn voor mensen met autisme. Dat moet je dus ook als werktijd rekenen.’

Van belang is ook dat de rest van de organisatie op de hoogte is van de autistische achtergrond. ‘In een organisatie die open communicatie hoog in het vaandel heeft staan, kun je niet zomaar mensen binnenhalen die het liefst met de deur dicht werken’, zegt Ron Dollee. Hij is hoofd automatisering bij de automatiseringsdienst van Politie Nederland in Odijk. Twee maanden geleden nam hij twee testers van Autest aan. Eén is vertrokken omdat het werk hem tegenviel. De ander, Joris Evers, wordt ingewerkt als infrastructuurtester. Zijn bureau staat achter in de kantoortuin. ‘Rustig genoeg’, zegt hij. Voor zijn komst kreeg het politiepersoneel een training door een coach van Autest. De coach komt geregeld langs en begeleidt Evers en zijn testcoördinator. Verder heeft de hele afdeling een lijstje met do’s en don’t’s gekregen, vertelt Dollee. ‘Niet met zijn allen aan zijn bureau gaan staan. Zeg wat je doet en doe wat je zegt. Geen vage opdrachten geven.’

Evers is een vriendelijke, intelligente twintiger, aan wie niets bijzonders is te zien. Hij studeerde aardwetenschappen en geografie. In beide studies liep hij vast, maar een carrière in het testvak ziet hij helemaal voor zich. ‘Ik ben redelijk perfectionistisch, ik denk dat het prima bij me past.’

Dollee knikt enthousiast van ja: ‘Toen ik over Autest hoorde, had ik er direct gevoel bij.’ Dollee speelt in zijn vrije tijd gitaar. Zijn gitaarmaatje heeft autisme. ‘Die jongen kan ergens helemaal in opgaan’, vertelt hij. ‘Hij speelt eindeloos dezelfde solo. Dat streven naar perfectie is een groot pluspunt voor testers. Je test, je ziet een fout en test opnieuw: het gaat erom het systeem steeds verder te verbeteren.’

Gebruiksaanwijzing

De hele afdeling weet dat Evers autisme heeft; vindt hij dat niet vervelend? ‘Nee’, zegt hij. ‘Ik ben geen zonderling, maar ik heb wel een gebruiksaanwijzing. Het is prettig als mensen daar rekening mee houden. Ik heb moeite met het aanbrengen van structuur. Informatie moet je mij met kleine stukjes tegelijk geven.’ Het communicatiegedeelte heeft hij naar eigen zeggen in de loop van de jaren vrij goed onder de knie gekregen. Al kosten sociale activiteiten hem wel veel energie. ‘Het komt bij mij niet van binnenuit, dus ik let constant op de reactie van anderen om te zien of mijn gedrag goed valt.’

Dollee: ‘Hier is het sociale beperkt tot ’s ochtends vergadering en tussen de middag wandelen. Dat gaat prima, je ligt goed in de groep.’ De twee kijken elkaar veelbetekenend aan. Dollee, grijnzend: ‘Je bent vermoedelijk niet de enige hier. Het verschil is dat bij jou iedereen het weet.’

Evers werkt op detacheringbasis. Hij is in dienst van Autest, met behoud van zijn status voor de Wajong, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten. Pas na vijftien maanden mag de politie hem in dienst nemen. Inwerken en begeleiding kosten wat meer tijd dan Dollee vooraf had ingeschat. Hij haalt zijn schouders op. ‘Het is een investering, maar goede systeemtesters zijn schaars. En ik weet zeker: als Joris eenmaal gegrepen is, heb ik voor lange tijd een uitstekende tester.’