Selecteer een pagina
Daklozenbrein

Daklozenbrein

Straatnieuws, april 2006

Daklozen, zwervers, verslaafden: zijn ze vastgelopen door een akelige jeugd, zwak karakter of door allerlei ongelukkige sociale omstandigheden? Volgens René Kahn, hoogleraar psychiatrie en afdelingshoofd psychiatrie van het Universitair Medisch Centrum Utrecht, is dakloosheid  meestal een gevolg van veranderingen in de grijze cellen. Is er een daklozenbrein en hoe ziet dat er uit?

Ditty Eimers

In het begin van de negentiende eeuw geloofde een beroemde wetenschapper dat je alleen maar over iemands hoofd hoefde te aaien om zijn karakter, talenten en gebreken vast te stellen. Speciale hersendelen zouden door stug oefenen of aangeboren gaven tot grote, voelbare knobbels uit kunnen groeien: de wiskundeknobbel, talenknobbel of eerlijkheidsbobbel. “Helemaal niet zo gek gedacht”, vindt vooraanstaand hersenonderzoeker René Kahn. “Het idee dat ieder hersendeel verantwoordelijk is voor een bepaalde functie, is juist. Alleen de techniek om dat netjes aan te tonen bestond toen nog niet.” Inmiddels is die techniek er wel: de hersenscan. “Daardoor weten we dat vrijwel al onze gevoelens, gedrag en eigenschappen een aanwijsbare plaats in de hersenen hebben”, zegt Kahn. Ook de gedachte dat je hersenen kan trainen, blijkt te kloppen. “Net als bij spieren. Gebruik je een deel van de hersenen veel, dan worden de cellen groter en gaat de capaciteit omhoog.” En andersom? “Het tegendeel is helaas ook waar: wat je niet gebruikt, verdwijnt.”

In zijn boek “Onze hersenen” verkent hij de smalle grens tussen normaal en abnormaal. Het brein is nog steeds het meest onbegrepen deel van ons lichaam, vertelt Kahn in zijn werkkamer in het Utrechts Medisch Centrum. Daarom intrigeert het hem ook zo. “Als je echt iets wilt doen aan de grenzen van ons kunnen, moet je hersenonderzoeker worden.”

Hoe groot is het deel van de hersenen dat in kaart is gebracht?

“Hooguit tien, twintig procent. We weten veel minder van de hersenen dan van het hart of de lever. Hersenonderzoek is moeilijk. Wil je de lever bestuderen, dan kun je bij een hond kijken. Dat orgaan werkt vrijwel hetzelfde bij de mens. Maar de overeenkomst tussen honden- en mensenhersenen is niet bijzonder groot. Wij zijn toch iets verder gekomen dan snuffelen aan de plas van de buurman.”

Een gat in de schedel boren en er een stukje hersenweefsel uitpeuren is ook lastig

“Ja, dat kan je niet straffeloos doen. Dan beschadig je de hersenen als geheel. Maar gelukkig hebben we sinds een jaar of twintig de hersenscan. Daarmee kun je zonder nadelige gevolgen heel nauwkeurig vaststellen welk deel van de hersens actief is. Dat heeft onvoorstelbaar veel opgeleverd over de functie van de hersenen.”

Gedrag van daklozen, zwervers en junks heeft vaak te maken met veranderingen in de hersenen, zegt u in uw boek. Wat ziet u als u een dakloze in uw hersenscanner plaatst?

“Dat hangt af van de reden waarom hij dakloos is geworden. Als hij zijn huis uit is gegooid omdat hij zijn huur niet kon betalen, is er aan de hersenen weinig bijzonders te zien. Maar is hij dakloos geworden door grote hoeveelheden alcohol, dan is het een ander verhaal. Dan is zijn brein flink gekrompen. Heel veel grijze stof is verloren gegaan en hij heeft veel extra vocht in zijn hoofd.”

Eigen schuld, dikke bult: had hij maar niet zo veel moeten zuipen

“Dat zijn van die vreselijke opmerkingen. Zelfs artsen hoor ik nog regelmatig zeggen dat verslaafden mensen zonder ruggengraat zijn. Onzin. Wat er precies gebeurt bij verslaving weten we nog niet. Maar het is wel duidelijk dat het te maken heeft met een verstoorde functie in de hersenen. Van alle mensen die verslavende middelen gebruiken, raakt maar 17 procent daadwerkelijk verslaafd. Dat komt niet omdat ze slappelingen zijn, maar omdat hun hersenen zich aanpassen aan de verslavende stof en dan niet meer zonder kunnen.”

Kunt u een verslavingsknobbel aanwijzen in de hersenen?

“Nou nee, maar bij verslaving draait het om een klein hersendeeltje, midden in de hersenen. Het ziet eruit als een M& M pinda. Dat is ons motivatiecentrum, het helpt ons bij het scheppen van geluk. Het stofje dat de motivatieboodschappen naar andere delen van de hersenen overbrengt, heet dopamine. Verslavende middelen zorgen voor een enorme toename van dopamine in ons motivatiecentrum. Ze nemen de productie als het ware over. Het gevolg is dat prikkels die ons normaal motiveren zoals verlangen naar seks, macht of een mooie auto, geen effect meer hebben. Het enige dat de verslaafde nog in beweging brengt, is de verslavende stof zelf. Die zorgt immers voor een normale hoeveelheid dopamine. Juist het hersensysteem, dat nodig is om de verslaving te doorbreken, is dus in handen van die verslaving.”

Maar de een wordt wel verslaafd en de ander niet. Komt dat toch door een rotjeugd of is het erfelijk?

“Dat weten we nog niet. Er is tot nu toe helaas weinig interesse geweest om mensen met verslaving medisch te onderzoeken. Maar we weten uit onderzoek bij apen dat macht beschermt tegen verslaving. Succesvolle apen raken niet verslaafd, ook al krijgen ze de kans zichzelf verslavende stof toe te dienen. Terwijl apen onderaan de pikorde gemakkelijk verslaafd raken.”

Even terug naar uw hersenscanner. Hoe oogt het brein van een verwaarloosde zwerver in Hoog Catharijne, die verward is en in zichzelf praat?

“Het is bekend dat een aanzienlijke groep mensen op straat is beland vanwege onbehandelde schizofrenie. Twintig, dertig jaar geleden werd nog gedacht dat de psychoses die bij die ziekte horen, louterend zouden werken. Grote onzin. Schizofrenie is een verwoestende ziekte, die de hersenen langzaam kan slopen. Dat geldt nog sterker voor mensen die geen medicijnen gebruiken en voortdurend psychotisch zijn. Je ziet dat de voorste delen van de hersenen en delen van de slaapkwabben, aan de zijkant, steeds kleiner worden.”

En de kakofonie aan stemmen die diezelfde man zegt te horen: is dat inbeelding?

“Natuurlijk beelden mensen zich geen stemmen in! Dat is terug te voeren op zichtbare activiteiten in de hersenen. Normaal gesproken bevindt het taalcentrum zich in de linkerhersenhelft. Als daar in de vroege jeugd beschadigingen optreden, kan de rechterhelft de taalfunctie overnemen. Bij schizofreniepatiënten zie je taalactiviteit in beide hersenhelften. Hoe meer hersenactiviteit je in de rechterhersenhelft ziet, des te meer heeft iemand last van stemmen.

Veel schizofreniepatiënten hebben verder het idee dat hun gedachten zijn overgenomen door anderen. Ook dat is terug te zien in de hersenen. Het gebied waar de vrije wil zit is aangetast.”

O, dus we hebben een hersenkwab waarin onze vrije wil huist?

“Ik simplificeer een beetje, maar in de achterhoofdskwab is een plek waar we onderscheid maken tussen het ik en onze omgeving. Je inleven in anderen heb je nodig om te leren en normaal te functioneren. Maar bij schizofreniepatiënten werkt het gebiedje dat het standpunt van ‘de ander’ vertegenwoordigt te hard.”

Jarenlang was hersenonderzoek verdacht. Nu is het een hype om alles biologisch te verklaren. Maar hoe zit het met de invloed van de omgeving?

“Geen enkele hersenonderzoeker is alleen in de hersenen geïnteresseerd. Wij weten als de beste dat de omgeving invloed op de hersenen heeft. Een ziekte als verslaving is juist te begrijpen door een verstoorde wisselwerking tussen hersenen en de omgeving. Weet u wat het is? Veel mensen zijn beperkt in hun denken als het om ziekten in de hersenen gaat. Ze denken: het is een afwijking in de hersenen, dat kan dus niet veroorzaakt worden door sociale misstanden. Dat zult u mij niet horen zeggen.”

Toch klinkt het alsof mensen robotten zijn. We zijn toch niet alleen een product van onze hersens?

“We zijn gelukkig geen automaten. Door die grote hersenschors kunnen we tegen onszelf zeggen: ik heb misschien de neiging om verslaafd te raken, maar ik doe het niet.”

Wat betekent uw onderzoek voor de behandeling van verslaafden en daklozen met psychiatrische problemen?

“We laten te veel zieke mensen onbehandeld. ‘In hoeverre hebben mensen the right to rot?’, zei een Tweede Kamerlid ooit. Ik denk dat veel daklozen onnodig lijden onder ziektes als schizofrenie en verslaving. Wat mij betreft mag de drempel verder verlaagd worden om mensen tegen hun zin te behandelen. Bij sommige mensen denk ik: als ze medicijnen zouden slikken, zouden ze binnen een paar weken een heel ander bestaan kunnen hebben.”

Ook als hun ziekte jarenlang is verwaarloosd?

“We hadden hier pas een man die letterlijk in vuilniszakken leefde. Hij was jarenlang niet behandeld. We hebben hem anti-psychotica gegeven en hij ging sterk verbeterd de deur uit. Opknappen kan, ook als je jarenlang hebt gezworven.”

U lijkt me een echte pillenman

“Bij psychoses moet je medicijnen slikken, ja. De kans dat iemand goed reageert is groot, ook bij mensen die al jaren ziek zijn. Natuurlijk zijn er bijwerkingen, maar dat geldt ook voor antibiotica. Ik verwacht dat we in de toekomst meer kunnen repareren. We onderzoeken nu of het zin heeft om mensen die stemmen horen te behandelen met magnetische golven. De gedachte is dat je daarmee hun overactieve hersengebied uit kan zetten, waardoor de stemmen verdwijnen. We gaan ook een groot hersenonderzoek opzetten naar verslaving. Ik kan me bijzonder kwaad maken dat verslaving nog steeds als sociaal probleem wordt gezien. Het is een medisch probleem, dat we hoog nodig medisch moeten gaan onderzoeken. Wellicht kunnen we een medicijn tegen verslaving ontwikkelen.”

Heeft praten ook nog zin?

“Pillen werken vaak sneller, maar ik ben niet tegen gesprekstherapie. Veel studies geven aan dat angst en onzekerheid verminderen door praten. Bijvoorbeeld bij mensen die depressief zijn of een angststoornis hebben. We weten ook waarom. Praten activeert een gebied inde hersenen waarmee we onze emoties kunnen leren reguleren.”

En hersentraining?

“Daar moet ik voorzichtig mee zijn. Met training kun je geen wonderen verrichten. Je kunt er waarschijnlijk wel voor zorgen dat je hersenen fit blijven. Gewoon door een beetje te rennen en fitnesstraining. Daar worden je hersens zichtbaar groter en fitter van.”