Selecteer een pagina
De wereld van Caroline Tensen
Interview, Onze Wereld

Interview
De wereld van Caroline Tensen

Het Goede-Doelenmeisje wordt ze ook wel genoemd. Een eretitel, vindt Caroline Tensen, die zij nog heel lang hoopt te houden. Het kijkcijferkanon van de Postcode Loterij reist minstens twee maal per jaar naar ontwikkelingslanden en haar agenda zit propvol liefdadigheidsgala’s en andere benefietdingen. ‘Ik vind gewoon dat je jezelf af en toen eens helemaal moet wegcijferen.’

Oprah Winfrey is haar inspiratiebron. Een feest om naar te kijken, zo’n bevlogen vakvrouw. ‘Haar gedrevenheid, haar spontaniteit, het gemak waarmee ze gevoelige onderwerpen aansnijdt: geweldig toch?’

Al heeft Caroline Tensen dan (nog) geen eigen talkshow, als tv-vrouw mag ze er zelf ook wezen. Bijna twee miljoen kijkers trekt ze met Postcodeloterij 1 tegen 100. Iedere zondag weer. ‘Ongelofelijk hè? Soms moet ik even in mijn arm knijpen.’

Wat haar geheim is? ‘We hebben inmiddels 145 afleveringen gemaakt, maar ik wil absoluut voorkomen, dat ik op routine ga draaien. Elke aflevering is er één, daar zet ik me 100 procent voor in. Ik besteed ook veel aandacht aan mijn team. Twee keer per jaar nodig ik iedereen bij mij thuis uit. Dan zitten we met z’n allen met een bordje op schoot op de bank. Supergezellig.’

Caroline Tensen gáát ervoor, iedere keer opnieuw. Zo is het ook met de reizen die ze voor de Postcode Loterij maakt. Al bijna twaalf jaar bezoekt ze grauwe ziekenhuizen, stinkende vuilnisbelten en tjokvolle weeshuizen in alle uithoeken van de wereld. Langer dan een week wil ze niet weg, ze is een echte moederkloek. Toch zou ze die reizen voor geen goud willen missen. Aangrijpend zijn ze stuk voor stuk – maar het avontuur trekt ook. ‘Op reis naar een land waar ik nog nooit geweest ben, daar kan ik helemaal opgewonden van raken.’ Van iedere reis maakt ze een plakboek met foto’s. ‘Als ik dat dan weer doorblader, weet ik nog precies hoe het rook, hoe verschrikkelijk het was of hoe blij ik er van werd.’

Op de vraag of ze er nooit eens genoeg van krijgt, wéér zo’n project met zielige kindjes in Afrika of Azië, reageert ze als gestoken. ‘Dat mag je niet zeggen, hoor. Als je een méns bent, stomp je toch niet af door ellende? Dit voorjaar was ik nog in een ziekenhuis in Odessa. Zo uitzichtloos, je rook de dood gewoon. Toen heb ik ’s avonds zitten janken op mijn kamer. Weer zo’n rotland , denk ik dan. Het grijpt me nog steeds aan, daarom ga ik ook door.’

Ze is net een dag terug uit Hanoi, als we elkaar in een Goois hotel ontmoeten. Dit keer geen treurnis en ellende, het SOS-kinderdorp in de Vietnamese hoofdstad zag er keurig verzorgd uit.

‘De verhalen over baby’s die te vondeling zijn gelegd, zijn natuurlijk sneu, maar je voelde gewoon dat mensen heel liefdevol met ze omgingen. Ik zag alleen maar van die heerlijk frisse kindjes op me afrennen, zo leuk. We zaten dit keer ook in een goed hotel in de hoofdstad. Heel lekker allemaal.’

Het is ook wel eens behelpen?

‘Soms is het afwachten waar je terechtkomt. Toen we in Ivoorkust draaiden, moesten we acht uur rijden, het binnenland in. Er stond een bed met kakkerlakken voor ons klaar. Werden we ontvangen door een grote, dikke negerin, die baalde dat we kwamen, omdat ze net een soap zat te kijken. Of die keer in Thailand, toen sliepen we in een kerkje, onder een paardendeken op een houten kerkbank. ’s Avonds wasten we ons in de rivier. Maar echt, de ervaring van mijn leven. We hebben ontzettend gelachen met de hele ploeg. Nou ja, we proberen er altijd het beste van te maken.’

Welke reis heeft de meeste indruk op je gemaakt?

‘Dat was Zuid-Afrika, drie jaar geleden. Daar heb ik mensen geïnterviewd die nu niet meer leven. Allemaal kapot aan aids. De meesten waren eenzaam, verstoten door hun familie. En aan de andere kant, dat was hartverwarmend, ontmoette ik vrijwilligers die zich daar helemaal voor inzetten. Corine, een blanke Zuid-Afrikaanse vrouw, had haar huis opengesteld voor stervende aidspatiënten. Zelf woonde ze in een caravan in de tuin. In die tuin stond een boom, waar meer dan tweehonderd foto’s in hingen. Zoveel waren er al gestorven. Ik heb een ceremonie meegemaakt voor de overledenen. Moet je je voorstellen, je zit tussen allemaal mensen die weten dat zij binnenkort ook aan de beurt zijn. Huilen mocht ik niet van mezelf, het gaat niet om mij. Ik wil nooit huilend in beeld. Ik werd verscheurd van binnen, ik had wel willen wegrennen. Die herinnering raak ik niet zo snel meer kwijt. Maar het is niet alleen maar ellende, hoor. Ik herinner me een jongetje dat als negenjarige in een opvanghuis van een van onze goede doelen terechtkwam. Jaren later kwam ik er terug. Hij had een diploma en was klaar voor een baan. Dat hebben wij met zijn allen mogelijk gemaakt, daar slaat je hart toch van over? Al die projecten zijn geweldig.’

Meen je dat ? Er circuleren heel wat verhalen over mislukte projecten. Twijfel jij nooit of het allemaal wel helpt

‘De Postcode Loterij steunt 45 organisaties, ik heb het wel over gerenommeerde organisaties als Artsen zonder Grenzen, het Wereld Natuur Fonds, Novib. Kijk, ik ga natuurlijk niet alles doorwurmen wat ze doen, maar wat ik zie, is gewoon goed.’

Ze sturen jou natuurlijk niet naar dubieuze projecten.

‘Ik probeer altijd het positieve te zien. Dan denk ik: als er maar weer een paar geholpen worden. Het leukste vind ik als er zoveel mogelijk lokale mensen worden ingezet. Dat gebeurt bijna overal. Af en toe zie ik natuurlijk wel eens wat. Worden we een hele dag tegengehouden door een of ander Idi Amin-type, die heeft bepaald dat hij de baas van het dorp is. Dan houd ik mijn hart vast voor zo’n project. Maar dat vind ik geen reden om te stoppen. Ik geloof erg in druppels op gloeiende platen. En ik vind het gewoon belangrijk om mezelf ergens helemaal voor in te zetten.’

Heb je dat van huis uit meegekregen?

‘Ja, dat is er met de paplepel ingegoten. Ik kom uit een warm, gereformeerd nest. Niet streng, we mochten gewoon ijsjes eten op zondag. Mijn moeder liep altijd met collectebussen te rammelen. Als meisje werd ik met een fruitmand naar oude mensen gestuurd. Of er lag weer zo’n stapel Engelse brieven die ik moest schrijven voor Amnesty. Had ik natuurlijk helemaal geen zin in. Maar mijn moeder zei: wat is nou anderhalf uur op een mensenleven. Dat probeer ik Lot en Bob, mijn kinderen, ook mee te geven. Anderen helpen, daar word je niet slechter van. Lot is bijna veertien en op de hockeyclub gaan ze een keer per jaar een dag op stap met gehandicapten. ‘Ja, dag’, zei Lot meteen, ‘dat ga ik niet doen. Niemand doet het.’

Uiteindelijk heeft ze het toch gedaan, de hele dag op pad met een meisje in een rolstoel. Ze had een topdag. Nou, dan is mijn dag ook helemaal goed.’

Het geloof ben je trouw gebleven, vertelde je een jaar geleden bij Andries Knevel aan tafel.

‘Ja, daar heb ik ontzettend veel reacties op gekregen. Hele leuke en vooral verbaasde reacties. Een televisiester die gelovig is, dat vinden de meeste mensen een vreemde combinatie. Mijn geloof is heel belangrijk voor me, het gevoel dat je er niet alleen voor staat. Naar de kerk ga ik niet meer, daar word ik niet vrolijk van. Hoewel, ik mail nog wel steeds met de gast die toen naast me zat: een jongen die hele gekke feesten in de kerk organiseert voor jongeren. Dus misschien ga ik nog wel een keer met Lot en Bob.’

Hebben de ervaringen in ontwikkelingslanden je veranderd?

‘Ik heb geleerd te relativeren. Ik zeur absoluut wel eens, maar dat duurt meestal heel kort. Omdat ik gezien heb dat het ook anders kan. Mensen kunnen ontzettend zeiken. Over een hotelkamer met of zonder zeezicht of dat ze geen parkeerplaats kunnen vinden. Ga maar een keertje mee, dan lul je wel anders, zou ik dan willen roepen. Maar ik heb afgeleerd om alles wat ik denk hardop te zeggen. Want zij zijn er niet geweest, snap je?’

Terug naar de goede doelen. Die zijn nogal in opspraak. Vooral de hoge salarissen die directeuren van goede doelenclubs verdienen. De directeur van de Hartstichting werd ontslagen omdat hij zijn riante salaris niet wilde verlagen. Wat vond je daarvan?

‘Ontzettend lastig om daar iets over te zeggen. Voor kwaliteit moet je betalen. Als ik de prachtige folders van Warchild zie, dat moet ook allemaal ergens van betaald worden. Maar ik denk dat het ontslag terecht was. Zijn salaris was buitensporig hoog, als ik het me goed herinner.’

170.000 Euro per jaar. Als ik me niet vergis sta jij voor 450.000 euro op de loonlijst bij de Postcode Loterij.

‘Mijn salaris hou ik voor mezelf, daar heeft niemand iets mee te maken.’

Maar wringt het niet, zoveel geld verdienen aan liefdadigheid?

‘Ik verdien geen geld aan liefdadigheid. Ik word betaald voor mijn werk als tv presentator van Postcodeloterij 1 tegen 100. Daar scoor ik 2 miljoen kijkers mee, als de Postcodeloterij vindt dat ik het goed doe en ze betalen me goed, daar is niets mis mee. Iedereen weet dat van iedere 100 euro 60 naar goede doelen gaat. Vervolgens gaat 25 procent naar prijzen. Mijn salaris komt uit de overige 15 procent onkosten. Ik had ook alleen 1 tegen 100 kunnen doen. Maar als ambassadrice van de Postcode Loterij doe ik de filmpjes en de reizen er gratis bij. Plus dan nog alle extra activiteiten van de aangesloten organisaties waarvoor ik op kom draven. Dat kost me verschrikkelijk veel tijd. Je wilt niet weten hoe vaak ik word gevraagd .’

Wat staat er deze maand op je programma?

‘Ik doe drie gala’s. Het Quality of Life Gala. Dat moet geld opleveren voor onderzoek naar immuniteitsziektes bij kinderen. Een vriendin van me organiseert dat. Ze krijgt alles voor elkaar, iedereen werkt mee. Dan pies ik in mijn broek, zo geweldig vind ik dat. Verder doe ik iets voor AMREV Flying Doctors. En het Biokinderrevalidatiegala. Dat heb ik van Ivo (Niehe – red.) overgenomen. Voor dat laatste gala maak ik ook nog een filmpje. Ga ik ritselen, een cameraman regelen, kijken of ik het bij iemand kan laten monteren. En dan heb ik nog mijn werk voor Orange Babies (een initiatief van de modewereld, om hiv-geïnfecteerde baby’s en moeders in Afrika te steunen). Dat doen we met een aantal vrienden. Een hele leuke, enthousiaste club mensen. Gisteren heb ik nog een vergadering gehad. Brainstormen, collega’s bellen, een stand regelen op de Miljonairsfair: vind ik enig om te doen. Maar weer: het vreet tijd. Ik doe het graag, hoor. Als je zo’n aidsbabytje van vier dagen in je armen hebt gehad, moet je gewoon wat doen.’

Wat is je limiet?

Nou, drie, vier gala’s per maand is zo’n beetje het maximum. Ik wil wel geloofwaardig blijven. Want er komen steeds dezelfde mensen en dan is het al snel: daar heb je haar weer. Daarom kijk ik ook naar mijn rol. De ene keer doe ik de presentatie, de andere keer de veiling. Drie keer een veiling, dat voelt niet prettig.’

Liefdadigheid is vooral zien en gezien worden.

‘Ja, die mensen heb je. Maar als zij het leuk vinden om gezien te worden en wij krijgen 50.000 euro voor een beeldje, is dat toch prima? Daar heb ik geen problemen mee.’

Stel dat die Afrikaanse kinderen een blik konden werpen op al die jachten bij de Miljonairsfair.

‘De mensen die aan onze stand meewerkten, deden dat allemaal belangeloos. En het bracht wel mooi 35.000 euro op, dat is gigantisch veel poedermelk, en het opvanghuis is bijna klaar. Wat ik wel dubieus vind, is de Stichting Flying Doctors Gala. Die man organiseert feesten waarvan de opbrengst naar AMREV Flying Doctors gaat. Als je met veel geld een feest organiseert, haal je ook veel op, is zijn filosofie. Hij liet allemaal limo’s komen en vroeg me wat ik voor de presentatie wilde hebben. Dat was me nog nooit eerder gebeurd. Ik heb AMREV gebeld: jongens, dit voelt niet goed, ik trek me terug als jullie dat willen. Maar ze wilden het per se door laten gaan, ze hadden dat miljoen nodig. Dus ik heb het toch gedaan, samen met Gordon, maar wel voor de laatste keer. Nu zijn die stichtingen losgekoppeld. Laatst belde die man me weer. Een hele enge man, ik geef hem niet eens meer een hand.’

Nog even over de Postcode Loterij. Heb je nooit meelij met de winnaars van die miljoenenprijzen?

‘Meelij, hoezo?’

Veel mensen schijnen doodongelukkig te worden als ze van de ene op de andere dag rijk zijn.

‘Dat zijn echt uitzonderingen. Ze worden heel goed begeleid. Als het misgaat, komt het vaak door de omgeving. Prijswinnaars veranderen niet, die willen vaak in hun eigen huisje blijven en blijven werken. Maar de omgeving zegt dat ze verwaand en arrogant zijn geworden. Allemaal afgunst. Misselijk gewoon, ik haat jaloezie. Wees toch gewoon blij voor die mensen.’


Caroline Tensen. presentatrice geboren Haarlem 1964.
Begint haar carrière met een bijbaantje bij Veronica tijdens de middelbare school en klimt op tot presentatrice.
1989 Overstap naar RTL4 waar ze onder andere de programma’s Wie ben ik?, Het spijt me en Dat staat je goed presenteerde.
1999 Naar de TROS waar ze Postcode Loterij-programma 1 tegen 100 presenteert.