Selecteer een pagina
De wereld van Adelheid Roosen
Interview, Onze Wereld

Interview
De wereld van Adelheid Roosen

De meeste mensen worden afgeschrikt door het vreemde. Op theatermaakster Adelheid Roosen (46) werkt het als een magneet. Ze is ‘zo’n vrucht die nog niet besmet is met een rotte bruine plek van cynisme’. De multiculturele samenleving is uit, maar Adelheid Roosen is nog steeds positief over andere culturen. Ook over de islam. Via Afrika raakte ze gefascineerd door de wereld van moslimvrouwen in Nederland. Haar theatervoorstelling ‘De gesluierde monologen’ trok twee jaar lang volle theaterzalen. ‘Ik wil dat mensen zich openstellen in plaats van te denken in vijandbeelden.’

Adelheid Roosen komt het Amsterdamse café waar we hebben afgesproken binnengestormd en gooit de Metro van die dag op tafel. ‘Moet je zien, Mohammed B. is een held op zwarte scholen.’ In de tirade die volgt, schakelt ze moeiteloos van moslimextremisme, via de door haar verfoeide verwarmde deuropeningen van de winkeliers in de Leidsestraat, naar ‘het kankergezwel van de bureaucratie’.

Ze praat gepassioneerd en met grote gebaren. ‘Wacht even’, reageert ze op mijn niet-begrijpende blik. ‘Ik móet dit even uitleggen. Straks wordt het eenvoudiger.’ En verder gaat ze, over het gif van het groeikapitalisme en haar spirituele visie op het ik.

Hoe onnavolgbaar Roosens logica soms ook is, haar betrokkenheid komt recht uit het hart. Dat geldt ook voor De gesluierde monologen, de voorstelling die ze schreef en regisseerde. Daarvoor reisde ze als toerist door eigen land en sprak met vele moslimvrouwen over liefde en seksualiteit. Deze gesprekken vormden de basis voor de voorstelling. De openhartige, soms schrijnende en dan weer hilarische erotische verhalen trokken ruim twee jaar volle zalen. De voorstelling is uitgespeeld in de theaters; er loopt een korte serie in blijf-van-mijn-lijfhuizen en onlangs werd het stuk voor het eerst in een moskee opgevoerd. ‘Dit thema zit heel diep in mij genesteld.’

Wanneer is jouw fascinatie voor de islam ontstaan?

‘Ik hou erg van andere culturen. Ik ben positief, ook over de islam na 11 september. Nu moet ik oppassen dat ik niet voor naïef wordt versleten. Ja, ik zie het gevaar en dat is ook een realiteit. De meeste mensen worden afgeschrikt door het vreemde. Op mij werkt het als een magneet. Dat had ik als kind al: aankloppen bij mensen, waarvan je ouders zeiden: loop daar nou aan voorbij. Jij neemt altijd zwervers mee naar huis, zei mijn moeder. Het eerste Surinaamse meisje op school was ook direct míjn vriendin. Ik weet niet hoe ik daaraan kom. Misschien van mijn vader, die als directeur van een metaalfabriek, waar de eerste gastarbeiders kwamen werken, er erg op gericht was contact met hen te krijgen. ‘Er zijn alleen maar mensen’, was een zin die hij regelmatig citeerde. En als we een conflict hadden kon hij je aan het eind van de ruzie woedend vrijlaten, terwijl hij je toebeet: “Als jij vindt dat je dat moet doen, dan doe je dat!” Heel bedreigend eigenlijk voor een jong kind. Ik zat verlamd als een vogel op een tak. Achteraf denk ik: doen wat je moet doen, dat heb ik van hem. Maar hoe zo’n fascinatie precies ontstaat weet ik niet. Bij de Arabische wereld had ik al langer het idee: zij kennen de kunst van het verleiden.’

En dat vermoeden werd bevestigd toen je moslimvrouwen ging interviewen?

‘Dat was geen vermoeden, dat wist ik instinctief. Zij kennen de schoonheid van de flirt. En ze kunnen zo ongelofelijk lachen met elkaar. Over het beleven van de erotiek. En over het bespelen van hun man. Ze kunnen hem volkomen onderuithalen, maar altijd liefdevol: laat die man toch man zijn. Bij ons is het al snel alsof je hem naait, een truc uithaalt. Zij zien de ander als, sensuele, partner die je nodig hebt om de bal terug te krijgen. Het hele spel van de ene keer genomen willen worden en dan weer de ander willen verleiden, beheersen zij beter. Wij vertalen dat door na twaalven op zes tv zenders sms-seks en de zoveelste leuke blote sloerie te laten zien. Wij zouden het als westerse vrouwen veel ruimtelijker, veel sensueler kunnen maken. Turkse en Marokkaanse mensen beminnen met alles wat ze voorhanden hebben, ook met de taal, de blik in de ogen, met hun kleding, met het voedsel dat ze je voorzetten.Ht lijkt alsof wij dat zijn kwijtgeraakt.’

Hoe komt dat denk je?

‘Wij zijn extreem materialistisch geworden, dat is een soort gif dat menselijk contact verschraalt. Het heeft ook te maken met de emancipatie, denk ik. Onze uren waren op. Als je zo’n gevecht moet leveren voor de feminisering van dit land en van de man, zijn er een heleboel dingen die je moet laten schieten. Dan denk je: geef mij een cappuccino op een terras. Maar voor de strijd ga je toch maar weer een vergadering voorzitten. De leuke dingen, het dansen door het leven, hebben we in de berging gelegd. Doe mij alsjeblieft zo’n Arabische minnaar, zeiden Nederlandse vrouwen soms na afloop van de voorstelling.’

Zo ideaal is het nou ook weer niet, toch? Je voorstelling gaat ook over de mythe van het maagdenvlies, genitale verminking en verkrachting

‘Ja, ja, ja. Maar dat geweld hebben wij ook. Incest, verkrachting, corruptie en noem maar op. Dat zit in de mens, dat heeft pas in tweede instantie met cultuur of religie te maken. Wat ik probeer, is balans aanbrengen. Als je het hebt over geweld, moet je ook de mooie dingen laten zien. Mijn voorstelling, inclusief het geweld, gaat over het woord “ja”. Niet over “nee” en al helemaal niet over “maar”. Ik wil dat mensen zich openstellen, in plaats van denken in vijandbeelden.’

Heeft de moord op Theo van Gogh je niet terughoudender gemaakt?

‘Integendeel. De première van ‘De gesluierde monologen’ was één jaar voor de moord op Van Gogh. Mijn fascinatie lag daar allang. Toen de voorstelling uitkwam hebben we een bommelding gehad. En ja, soms ben ik bang. Ik heb dit ding echt vanuit mijn hart gemaakt. Ik wil, juist ook na de moord op Theo, het geweld en de schoonheid naast elkaar blijven zien.’

Ayaan Hirsi Ali is heel radicaal in haar afwijzing van de islam. Wat vind je van haar opstelling?

‘Zij heeft een scherpe geest, en moed, en ze doet wat ze is. Dat vind ik heel erg te waarderen. Ik zie ook veel mensen met een masker en twee extra jasjes en een hoedje. Wie ben jij eigenlijk, denk ik dan. Ze heeft iets grappigs, iets kinderlijk stouts. Waar iedereen ‘provocatie’ schreeuwt, herken ik mezelf in haar; er is altijd een kind in je dat belletje wil trekken. Pats, pats, pats, even een tik uitdelen. Tegen moslimvrouwen zeg ik vaak: jullie zitten hier in je kamers, in jezelf gekeerd, te vertellen wat er niet goed is aan wat zij zegt. Ga dan nú naar buiten en formuleer hoe jij het zou willen. Je moet niet onderschatten hoeveel jaloezie er is. Want die vrouw gaat als een speer. Wát een kracht om zo te gaan staan en te spreken. Ik probeer ‘De monologen’ als aanvulling te zien als een ander geluid. Niet als tegenstelling. Ik was blij dat ze weer in het openbaar kan zijn, en dat ze aanwezig was bij de voorstelling dit voorjaar in de Tweede Kamer.’

Na afloop van die voorstelling pleitte je voor een ministerie van Liefde

‘Dat was bloedserieus, echt. Dat idee stolt in mijn kop, omdat het zó niet past bij Den Haag. Er zou een instantie moeten zijn, die ons steeds herinnert aan de zachte kant, als een soort lentebries. Zodat je niet steeds weer in die krapte van de belangentegenstellingen terechtkomt, maar de dingen met wat meer wijsheid kan bezien. Ik ben gruwelijk boosaardig op de politiek. Acht jaar geleden is dat begonnen, toen politici mee gingen doen aan quizzen en spelletjes op tv. Ik was geschokt. Als een soort popcorn bleef het in mijn hersenpan steken, wekenlang. Jezus, dit is verval van onze beschaving, nu gaat de boel schuiven. In mijn ogen zijn ze toen gezwicht. En op het moment dat iedereen op de natte dweil de glijbaan afgaat, komt Balkenende met zijn normen en waarden. Lieve schat, je bent te laat. Er worden nu stenen van een viaduct gegooid door jonge mensen. Ik zie een direct verband met de politici in tv-spelletjes. Je kunt zeggen: hocus pocus. Vind ik best. Ze doen beide hun ding, zoals dat tegenwoordig heet. Voor de politici is dat: het verkwanselen van hun verantwoordelijkheid en hun geweten. Hun focus is image building. En dat doen die kinderen vervolgens ook. Tegen iedere beleidsmaker die ik tegenkom, zeg ik: mag ik twee minuten van uw tijd? Om dat te vertellen.’

En?

‘Tot mijn grote vreugde stonden ze er open voor. Natuurlijk begrepen ze direct waar ik het over had. Ze voelen zich er zelf ook ongemakkelijk bij. Waarom valt niet iedere politicus in slaap terwijl hij, zeg, Mandela visualiseert? En als hij dat niet kan, laat hij Mandela dan op zijn slaapkamerplafond schilderen!’

Ik las dat een bezoek aan Afrika je inspiratiebron was voor De gesluierde monologen. Hoe zit dat?

‘Ik heb acht jaar geleden voor Novib een documentaire gemaakt over Afrikaanse vrouwen. Okay, Adelheid, zeiden ze, jij bent geëmancipeerd. Je bent nu wel gelijk aan de man, maar je hebt je vrouwelijkheid verloren. Jullie westerse vrouwen zijn bang voor je baarmoeder. Jullie emancipatie heeft zich niet vanuit die plek voltrokken, waardoor jullie gelijk zijn geworden aan het mannelijke. De kracht van de verschillen tussen mannen en vrouwen, daar gaat het om. Aan dat palet hebben de Arabische vrouwen nu weer een nieuwe kleur toegevoegd.’

Hoe kwam je terecht in Afrika?

‘Ik sloeg een krant open op zaterdagochtend. Daar stond een verhaal in, over een directeur van een groot bedrijf, waar ik helemaal gek van werd. Mijn oog viel op de foto. Achter die directeur hing een wereldkaart, maar bepaalde gebieden stonden er niet op. Gebieden die er economisch niet toe deden, waren weggepoetst. Zó shockerend. Toen dacht ik: en nu wil ik een documentaire maken over de kracht van Afrikaanse vrouwen. Zo werkt het bij mij.’ Opslaan

Je reist veel voor je werk.

‘Ja, ik reis veel. In Europa ben ik zo’n beetje overal geweest, Afrika dus, een aantal landen in Latijns-Amerika. Ook in Azië ben ik vaak geweest. In New York nog nooit, terwijl iedereen zegt: daar moet je heen, dat is jouw soort adrenaline. Ik heb al zoveel adrenaline. Laat mij maar lekker naar India gaan. Ik reis vaak alleen low class, in bussen, met vrachtwagens en treinen. Ik zoek graag volksbuurten op. Op een stoepje zitten, een sigaretje roken, mijn pen ruilen voor een haarband, dat is voor mij geborgenheid. Misschien ben ik geboren met een soort radar dat je op straat veilig bent. Veel mensen zijn bang van armoede. Dat heb ik niet, ik word juist bang in een nette wijk met een hek eromheen. Als je iemand ziet in een zwarte lap, met een grote boodschappentas, denk je al snel: die is arm en ongeschoold en heeft me niets te leren. Onzin. Een van de Afrikaanse vrouwen in die documentaire zei tegen me: als jij binnen wilt komen om mij vanuit het noorden iets te brengen, dan gaat de deur dicht. Mensen maken een stofje in hun lichaam aan, zei ze: als jij een ander iets geeft, krijg je een prettig gevoel. Straks zit jij in het vliegtuig met je fijne gevoel, terug naar je land waar alles dik voor elkaar is. Dat is dubbele winst. Waarom laten jullie niet toe dat wij jullie iets van onze cultuur geven? Als jij bent gekomen om van ons iets te leren, dan ben je welkom. Dat was een eyeopener voor mij. Er zit een heel reservoir aan inspiratie in wat zij ons te geven hebben. De balans herstellen, daar gaat het om. Door de entourage heen kijken. En je geweten laten spreken.’

Wat betekent dat in jouw leven van alledag?

‘Ik probeer te leven naar: ik heb lief dus ik besta. Tot in de kleinste details. Als ik iemand snijd op de fiets, ga ik tegenwoordig terug. Dan zeg ik: wat lomp van mij, ik ben weer veel te gehaast. Soms antwoordt iemand heel nijdig: ja, inderdaad. Dat is heel vrolijk makend, hoor. Het is ook: mijn verantwoordelijkheid nemen en daar verder niet over lullen. Mandela is voor mij wel een voorbeeld, ja. Iemand die moed genereert, in plaats van hebzucht. Daar zijn er niet veel van. Toch denk ik dat dat vermogen in ieder mens zit. Als je ouder wordt, loop je natuurlijk wel wat butsen op. Maar ik voel me gelukkig nog steeds een vrucht die niet besmet is met een rotte bruine plek van cynisme.’


Adelheid Roosen (Ergens tussen Teteringen en Ulft, 1958) is theatermaker, actrice, personal coach, docent aan de theaterschool te Amsterdam en commissaris Ben & Jerry’s Ice Cream.Ze maakte begin jaren tachtig deel uit van cabaretgroep Purper, deed mee aan Vara’s Nachtshow en speelde in diverse films en theaterproducties. In 2003 schreef ze De Gesluierde Monologen waarin islamitische vrouwen vertellen over hun seksualiteit.