Nederland langs de meetlat

PDFPrintE-mail

Nederland langs de meetlat

onzeWereld, augustus 2002

Stel dat Nederland een ontwikkelingsland was. Wat zouden buitenlandse deskundigen dan van ons vinden? Vijf onderzoekers uit Zuid-Afrika, Benin, India, Bhutan en Costa Rica over Nederland.

Armoede

Honderd keer liever arm in Zuid-Afrika

Nozizwe Esther Chinkanda (54) is directeur van Ayanka Development Agency, een Zuidafrikaanse NGO die zich bezighoudt met armoedebestrijding.

"Ik ben honderd keer liever arm in Zuid-Afrika dan in Nederland." De Zuid-Afrikaanse Nozizwe Chinkanda zegt het uit de grond van haar hart. Overdrijft ze niet een beetje? "In Zuid-Afrika is het geen schande om arm te zijn. Al heb je geen rooie cent, je hebt altijd mensen om je heen. Hier is armoede een privé-probleem. Ik ben geschrokken van de kilte van de Nederlanders."

Voor haar komst wilde Chinkanda niet eens geloven dat in zo'n rijk land als Nederland nog armoede bestaat. Nu weet ze beter. "In alle steden wordt gebedeld. Bij het station in Utrecht zag ik mensen die op kartonnen dozen sliepen: mannen én vrouwen. Alleen straatkinderen ben ik niet tegengekomen. Daar wil ik Nederland voor complimenteren."

Schokkender dan de zwervers op straat vond ze de stille armoede. "Iedereen voelt zich ongemakkelijk als je erover begint. Het kostte moeite om arme mensen te vinden, terwijl er toch een heleboel zijn. Ik heb veel schaamte gezien en ontstellende eenzaamheid. Arme mensen voelen zich schuldig omdat ze het niet gemaakt hebben. Ze verstoppen zich in hun huizen. De overheid zorgt voor eten en een dak boven je hoofd, waar zeur je over? Dat is de boodschap die ze meekrijgen. Op het sociale vlak zouden jullie een hoop van de immigrantengemeenschap kunnen leren."

Chinkanda vindt dat armoede in Nederland teveel in termen van inkomen wordt gedefinieerd. "Door die beperkte definitie kunnen jullie volhouden dat het probleem niet bestaat. Of de armen zelf de schuld geven. Maar armoede gaat niet alleen over materiële zaken. Buiten de maatschappij staan is ook armoede. Waarom erkennen jullie dat niet? Draai niet langer om de hete brij heen."

Ook over de sociale zekerheid is Chinkanda maar matigjes te spreken. "Het is mooi dat de overheid voor de lage inkomens zorgt. Maar het systeem houdt mensen gevangen in armoede. Ik sprak mensen die al 20 jaar van een uitkering leefden. Ze wilden wel werken, maar deden dat niet uit angst hun uitkering te verliezen." Haar oplossing is rigoureus: "Haal 200 euro van de bijstanduitkeringen af en laat uitkeringsgerechtigden onbeperkt bij verdienen tot ze op eigen benen kunnen staan. Dan geef je mensen hun waardigheid terug."

Wat is de boodschap die ze meeneemt naar Zuid-Afrika? "Dat we ons niet op materiële zaken moeten fixeren. We hebben enorme problemen, maar mensen ontfermen zich wel over elkaar. Die warmte moeten we koesteren."

 

Religie

"Zijn de Nederlanders soms bang voor God?"

Chhewang Rinzin (42) is docent op een managementopleiding in Bhutan. Hij doet onderzoek naar de rol van religie en cultuur in duurzame ontwikkeling. Rinzin was betrokken bij de duurzame ontwikkelingsverdragen.

Boeddhist Chhewang Rinzin uit Bhutan verdiepte zich in de spirituele waarden van Nederland. "In het begin was het niet gemakkelijk om met mensen in gesprek te komen", bekent hij. "Ik denk dat Nederlanders niet beseffen hoe onvriendelijk ze overkomen. Op de eerste bijeenkomst die ik bezocht, staarde iedereen me zwijgend aan. Geen glimlachje, niet eens een bemoedigend knikje ving ik op. Mijn god, hoe moet ik deze norse mensen benaderen, dacht ik."

Met de onvriendelijkheid viel het mee, ontdekte Rinzin later. Nederlanders wilden best praten. Als het gesprek maar niet over religie ging. "Ze vertelden openhartig over ieder denkbaar onderwerp. Veel vrijer dan we gewend zijn in Bhutan. Zodra ik over spiritualiteit begon, viel het gesprek stil. Mensen begonnen ongemakkelijk te draaien."

Rinzin is nog niet van zijn verbazing bekomen. "Zijn de Nederlanders soms bang voor god?", vraagt hij zich af. "Het individualisme is zover doorgevoerd dat zelfs godsdienst een puur persoonlijke aangelegenheid is geworden. Iedereen moet zelf maar weten of en wat hij gelooft. In Bhutan is boeddhisme ingebakken in ons dagelijks leven. Hier is godsdienst volledig buiten de maatschappij geplaatst. Of misschien kan ik beter zeggen dat jullie consumptie en sterk individualisme tot religie hebben verheven."

Met de consumptiedrift heeft hij meer moeite dan met het individualisme. "Ik zie de positieve kanten van individualisme. Jullie voelen je persoonlijk verantwoordelijk voor je werk. Daardoor verloopt alles efficiënter dan in Bhutan. Je kan je hier je eigen gang gaan. Dat vond ik een enorme opluchting. In Bhutan barst het van de geschreven en ongeschreven regels. Het nadeel is dat Nederlanders moeilijk aanspreekbaar zijn op hun verantwoordelijkheid voor anderen. Zowel binnen als buiten Nederland."

Rinzin vindt het opvallend dat Nederlanders, ondanks de marginale rol van religie, wel begaan zijn met natuurbehoud. "Bij ons is dat sterk verbonden met het boeddhisme. Het is een eyeopener dat natuurbescherming geen religieuze basis hoeft te hebben. Voor jullie telt het economisch belang van ecotoerisme. Ook cijfers over uitgestorven dieren en planten maken indruk. "

Zijn landgenoten zal hij zeker vertellen over de vogelaars en libelle-spotters in Nederland. "Het principe dat je aan de natuur moet teruggeven wat je genomen hebt, slaat hier niet aan. Veel te spiritueel. Als we deals willen sluiten over duurzame ontwikkeling moeten we jullie om de oren slaan met harde cijfers over de vogelstand en het aantal gekapte bomen."


Voedsel

"Ik werd uitgelachen als ik over voedselveiligheid begon"

Barthelemy G. Honfonga (41), is landbouwkundig ingenieur en werkt bij de Foundation for Sustainable Food Security in Central and West Africa. Hij doet onderzoek naar het regionale voedselbeleid.

"Ik had verwacht dat Nederlanders zeer geïnteresseerd zouden zijn in de veiligheid van hun voedsel. Anders dan in Benin hoeven jullie je immers niet druk te maken of je wel genoeg te eten krijgt. Als de hoeveelheid niet telt, wordt de kwaliteit belangrijker, dacht ik. Maar ik werd gewoon uitgelachen als ik erover begon." Landbouwdeskundige Barthemely Honfoga schrok toen hij hoorde hoe groot het aantal voedselvergiftigingen in Nederland is. "Dat kan aan de bereiding liggen, maar ook aan de kwaliteit van het voedsel. In de landbouw worden veel chemicaliën gebruikt. Hoe komen jullie aan de zekerheid dat gevaarlijke middelen niet in het voedsel belanden?"

Nederlanders zien het gebruik van vervuilende stoffen hooguit als bedreiging voor de vissen in de sloot, maar niet voor zichzelf, ontdekte Honfoga. Hij vindt het vreemd dat er zo weinig wetenschappelijk onderzoek wordt gedaan naar chemicaliën in etenswaren. "De controle op melkproducten is heel strikt, maar dat geldt niet voor fruit en groenten."

Honfoga vroeg klanten in supermarkten of ze wisten waar de producten in hun volgeladen karretjes vandaan kwamen. De meeste mensen gaven ronduit toe dat ze geen idee hadden. "Toch waren ze ervan overtuigd dat het voedsel veilig was. ‘Nederland is een ontwikkeld land', zeiden ze zelfvoldaan. ‘Alles wordt hier gecontroleerd' Ik ben zelfs mensen tegengekomen die beweerden dat voedselvergiftiging veel voorkomt omdat het voedsel te clean is."

De Afrikaan hoopt dat we kritischer worden en ophouden blind te varen op controlerende instanties. "Dat is ook in het belang van Benin. Veel Nederlandse producten worden geëxporteerd naar Afrika. "

Hij wil ook nog iets positiefs zeggen over eten in Nederland. "Nederlandse vrouwen zien de waarde van een gezamenlijke maaltijd met het hele gezin. In Benin is dat aan het verdwijnen. Veel vrouwen werken buitenshuis. Dat is hun goed recht, maar het is wel spijtig dat ze geen tijd meer hebben om lekker te koken. We zitten tegenwoordig met een bordje junkfood voor de televisie. Het aantal echtscheidingen is dramatisch toegenomen. De liefde van de man gaat nu eenmaal door de maag."

 

Stedenbeleid

"Waar kunnen mensen elkaar nog ontmoeten?"

Mariam Pérez (48) is architect en werkt als onderzoeker stedelijke en lokale economische ontwikkelingsvraagstukken bij de universiteit van Costa Rica.

 

"Nederland heeft nog geen echte getto's, maar die komen er wel", zegt Mariam Pérez. De Costaricaanse architect vindt dat de overheid meer zijn best moet doen om te voorkomen dat rijk en arm gescheiden gaan wonen. "Doodzonde", noemt ze het dat sociale woningbouw in het verdomhoekje zit. "Nederland was een voorbeeld voor ontwikkelingslanden. Jullie hebben laten zien dat bouwen voor de armen prachtige architectuur kan opleveren, die de hele stad verrijkt. Nu ligt de nadruk op de markt. Wie het kan betalen vlucht weg uit de volkswijken. Door verdere privatisering zullen ook de goedkoopste huizen te duur worden voor de lage inkomens."

Pérez constateert dat de passie van stedenbouwkundigen en architecten is verschoven van volkshuisvesting naar prestigieuze nieuwbouwprojecten. "Nederland wil internationaal meetellen en met aantrekkelijke locaties multinationals aantrekken. Dat is goed voor de economische ontwikkeling van de steden. Ik geef toe: mijn architectenhart gaat sneller kloppen van de Rotterdamse skyline en de postmoderne kantoorgebouwen in het centrum van Den Haag. Maar het lééft niet. De schitterende parken rond de glazen torens liggen er verlaten bij. Binnen werken mensen op flexibele werkplekken. Ik begrijp niet dat ze het uithouden in zo'n onpersoonlijke omgeving. Hoe moet het met de sociale kontakten als je op je bureau niet eens een foto van je kinderen kan zetten?"

Pérez merkt fijntjes op dat Nederland efficiënt omgaat met de beperkte ruimte, maar weinig oog heeft voor basale menselijke behoeften. "Iedereen klaagt over verloedering. Het lijkt alsof jullie vergeten zijn dat mensen trots willen zijn op hun woonomgeving. Jullie hebben het graag over grote thema's als integratie van minderheden. Maar hoeveel plekken zijn er waar mensen elkaar kunnen ontmoeten en ongecompliceerd plezier kunnen maken? Daar moet je ruimte voor maken en geld insteken." Ook mag er meer geïmproviseerd worden, vindt ze. "Nederland is overgeorganiseerd. Om een stoeptegel te verplaatsen moet je al een vergunning aanvragen. Al die regeltjes werken benauwend. In Costa Rica moeten mensen zelf oplossingen bedenken omdat de overheid onbetrouwbaar is. Daar klagen we vaak over, maar het geeft ook voldoening om op eigen kracht iets voor elkaar te krijgen. Nederlanders wijzen snel met de beschuldigende vinger naar de overheid. Vertrouw wat minder op de overheid en ga zelf aan de slag, zou ik zeggen."

Over de vraag of ze nog iets gezien heeft, waar Costa Rica zijn voordeel mee kan doen, hoeft Pérez niet lang na te denken: "De fiets natuurlijk. Een fantastische oplossing om het probleem van verstopte steden te lijf te gaan."

 

Landbouw

"Ik hoop dat jullie wakker worden."

N.C. Narayan, (37) is in de laatste fase van zijn promotieonderzoek aan het ISS (Den Haag). Hij onderzoekt landgebruik en duurzame ontwikkeling in India

"Mijn eerste bezoek aan een Nederlands boerenbedrijf leek wel science-fiction", vertelt landbouwdeskundige N.C. Narayan uit India. "De koeien zagen eruit als kleine fabriekjes." Dat was vijf jaar geleden. Het kan nog gekker, dacht hij toen hij van recente plannen hoorde om op industrieterreinen varkens en andere dieren te fokken. "In het Rijnmond gebied willen ze varkensflats bouwen. Het is nog een plan, maar het zou me niet verbazen als het gerealiseerd wordt. Om jullie positie als meest productieve landbouwnatie ter wereld te behouden moet Nederland steeds meer kunstgrepen toepassen."

Wat hem vooral verbaast is dat aan de dierenflats een sociale en ecologische draai werd gegeven. "Boeren zouden overspannen raken omdat ze nooit vakantie hebben. In deze flats kunnen ze in ploegendienst aan de slag. Doordat de veeteelt naar een industrieterrein verhuist, kunnen andere boeren op het platteland zich richten op ecotoerisme en natuurbeheer."

Voor Narayan is het duidelijk dat India deze weg niet moet volgen. "Wij hebben genoeg van jullie geleerd. Nu moeten we onze eigen koers varen. Ik hoop dat jullie ook wakker worden en dit idiote plan tegenhouden. Zo niet, dan voorspel ik dat landbouwdeskundigen het idee straks aan ontwikkelingslanden proberen te slijten. Als jullie doorgaan met zoveel mogelijk produceren tegen een zo laag mogelijke prijs, wordt de druk op landen als India ook steeds groter."

Nederlanders denken volgens Narayan te weinig na over de gevolgen van de intensieve landbouw voor duurzaamheid in de rest van de wereld. "Nederland exporteert zijn milieuproblemen. Jullie koeien, varkens en kippen eten soja die wordt geproduceerd in Brazilië. In het Amazonegebied zorgt de grootschalige verbouw van Nederlands veevoer voor kaalslag in de oerwouden."

Narayan is wel gecharmeerd van de biologische landbouw in Nederland. "Biologische boeren zien zichzelf niet alleen als producenten van voedsel. Ze experimenteren en zijn bereid hun kennis te delen. Ze doen aan natuurbehoud en geven voorlichting aan omwonenden en toeristen. Dat is de manier waarop landbouw bij kan dragen aan duurzaamheid." Hij vindt dat er veel meer subsidie naar duurzame landbouw moet gaan. In Nederland , maar ook in landen als India. "Dat gebeurt niet vanzelf. Ik hoop dat ik boerenorganisaties in India kan interesseren om contact te leggen met biologische boeren in Europa. Ze moeten een internationale lobby vormen. Hoe je dat doet kunnen ze leren van de intensieve veehouderij."

© Ditty Eimers. Overname van teksten alleen na toestemming. info@dittyeimers.nl