Strand, zomer 2003
De Middellandse Zee is een van de populairste vakantiebestemmingen ter wereld. 220 miljoen toeristen trekken er jaarlijks heen. De aanvoer van zoet water wordt een steeds groter probleem in de populaire vakantieoorden. Strand ging naar het Tunesische eiland Djerba, naar Turkije, Noord-Spanje en Mallorca om het probleem te onderzoeken.
Ditty Eimers
“Zon, een stralend blauwe zee, en drie keer per dag een kostelijk Frans buffet: je hebt hier alle ingrediënten voor een perfecte vakantie.” De Gooise familie van Oostrum houdt een korte ‘snackvakantie’ in de Club Med op het Tunesische eiland Djerba. Oma van Oostrum ontspant zich in de sauna, haar twee dochters tennissen op een van de twintig tennisbanen, de schoonzoons gaan iedere ochtend surfen en de kleinkinderen spelen tikkertje tussen de zwembaden. “Mij hoor je niet klagen, maar met een golfbaan zou het hier helemaal top zijn”, vindt meneer Van Oostrum. Hij is de enige die af en toe het clubterrein verlaat: voor een partijtje golf, vijf kilometer verderop.
Buiten de hotelzone van Djerba, een strook van
‘Water is schaars en kostbaar, wees er zuinig op’, staat op een klein bordje in de badkamer van het pension in de hoofdstad Houmt Souk, waar we logeren. Op het dak is een reservoir waarin regenwater opgevangen wordt. Alleen, eens in de drie, vier jaar valt er geen druppel op Djerba. “Dan hebben we pech en moeten we flessenwater kopen” , vertelt de pensionhouder. Een flinke aanslag op het budget: een liter bronwater kost 25 eurocent, terwijl de lonen in Tunesië gemiddeld zo’n 10 procent zijn van wat we in Nederland verdienen.
De toeristenindustrie brengt een hoop geld in het laatje op
Djerba. Geen wonder dat de overheid er alles aan doet om het water naar de
hotels onbeperkt te laten stromen. Dat gaat niet vanzelf. Een enorme
pijpleiding loopt van Djerba naar het vasteland, zo’n
“Er is water genoeg in het droge zuiden van Tunesië. Het probleem is dat woestijnwater brak is”, zegt Abdel-Mouttaleb Menara van de Verenigde Tunesische Compagnie (VTC). VTC verkoopt ontziltingsapparaten aan boeren in het zuiden.
Op Djerba staat een grote fabriek, die het woestijnwater
ontzilt. Een duur en energieverslindend proces. Per dag produceert de fabriek
Menara: “De bewoners van afgelegen dorpen in het binnenland zijn vaak afhankelijk van de tankwagen, die een paar keer per week water brengt. Ze kunnen hun eigen waterbron niet gebruiken, omdat er teveel zout in zit.”
“Het is allemaal een kwestie van geld” vindt Menara. “Het economisch belang van de toeristenindustrie is vele malen groter dan dat van een paar boeren in het binnenland. Maar om te voorkomen dat het zuiden verder leegloopt, moet het schaarse water beter verdeeld worden.” Dat besef begint ook door te dringen bij de overheid. Nieuwe hotels krijgen sinds dit jaar alleen nog een vergunning als ze zelf voor water zorgen. Bijvoorbeeld door van zeewater drinkwater te maken. Boeren krijgen subsidie op de aanschaf van een ontziltingsapparatuur.
“Ik hoop dat de toeristen blijven komen”, zegt Menara. “Maar het zou mooi als ze niet allemaal in de hotelzone bleven hangen. Misschien zouden ze twee in plaats van drie keer per dag een douche nemen. Ze beseffen niet welke waarde water in dit gebied heeft.”
Ook in Cesme, een schiereiland aan de Turkse Middellandse Zee, smaakt het water uit de kraan zout. Cesme betekent waterput, een naam die het dankt aan de vele zoetwaterbronnen die er te vinden waren. Wàren, want het toerisme heeft zoveel water opgeslorpt dat de grondwaterspiegel is gezakt. Een groot deel van het enorme bronnenveld is verzilt: er is zeewater in gestroomd.
25 jaar geleden bestond Cesme nog uit een handvol slaperige vissersdorpen. Nu is de kust bebouwd met betonnen hotelkolossen en appartementen. Op de lege plekken zijn nieuwe complexen in aanbouw.
“We hebben hier al het Sheraton en binnenkort krijgen we ook een Hiltonhotel”, vertelt loco-burgemeester annex leerhandelaar Kadir Karakurt trots. “We zijn het over veel dingen oneens, maar iedereen wil meer toeristen.” Natuurlijk weet hij dat de uitbreiding niet eeuwig door kan gaan. “Voorlopig kunnen we weer vooruit: we hebben het drinkwaterprobleem opgelost.” Een paar jaar geleden luidde de burgemeester van Cesme de noodklok: het water was ondrinkbaar geworden. Maar sinds vorig jaar heeft Cesme een stuwmeer, waarin regenwater wordt opgevangen. Als het meer vol is, kan het zeventig procent van het benodigde water leveren. Voor de rest blijft Cesme afhankelijk van het bronnenveld. Er is een kilometerslange wand gebouwd die het zeewater moet tegenhouden. De kostbare operatie is deels gefinancierd door de Wereldbank. Die stelde privatisering van de watervoorziening als voorwaarde voor de lening. Het water is sinds dit jaar in handen van een Frans-Turks bedrijf. Of ze ook iets doen aan waterbesparing? Ulya Camur van het waterbedrijf schiet in de lach. “Dat heeft niet direct prioriteit. We moeten uit de kosten komen. Hoe meer water we verkopen, hoe beter.”
“We betalen twee keer zoveel voor het water als vroeger”, klaagt sportschoenenverkoper Selim Ulu. “Het water van Cesme is inmiddels het duurste van heel Turkije. Het is iets minder zout, maar nog steeds niet te drinken. Als je er thee van zet, komt er een bruin vel op.” ij neemt het zekere voor het onzekere en drinkt nog steeds flessenwater, net als iedereen in Cesme.
Alleen de loco-burgemeester waagt zich aan kraanwater. “De kwaliteit is prima”, prijst hij. Op de koelkast naast zijn bureau staan vijf lege flessen bronwater. “Nou ja, het is nog even wennen, dat geef ik toe. Maar over een paar jaar weten we niet beter, dat verzeker ik u.”
Ulu heeft een eigen waterput laten graven. Zo houdt hij de waterrekening laag. Officieel mag het niet, maar “iedereen die een bron onder zijn huis heeft doet het zo. Je denkt toch niet dat we zo gek zijn om die Fransen te spekken?”
De Middellandse Zee is een van de populairste
vakantiebestemmingen ter wereld. In 1999 kwamen er 220 miljoen toeristen naar
het Middellandse-Zeegebied en voor 2020 is de verwachting dat dat aantal tot
zo'n 350 miljoen zal zijn gegroeid. Het toerisme slokt een groot deel van het
schaarse zoetwater op. De gemiddelde Spanjaard gebruikt
In de delta van de Ebro, in het noorden van Spanje, hebben ze geen last van watertekort. Het ‘blauwe goud’ vloeit overdadig in de streek waar de mosselen en de rijst van de Spaanse paella vandaan komen. Maar hoe lang nog, vragen de bewoners van de delta zich af. De Spaanse regering wil de helft van het rivierwater van de Ebro in het Noorden via een duizend kilometer lange pijpleiding transporteren naar het zuiden van Spanje. Want waarom zou je tonnen kostbaar zoet water in de zee laten stromen, terwijl het zuiden verdroogt? “Dit plan betekent het einde van de Ebromossel, de paellarijst, en een van de grootste natuurgebieden van Europa”, zegt onderwijzer Enrice Carbo van het Ebroplatform in Tortosa. De bewoners van de gezagsgetrouwe, conservatieve streek lopen massaal te hoop tegen het plan. Een half miljoen mensen zijn al de straat op geweest.
“Ik heb me nooit met politiek bemoeid” vertelt verpleegster Clara Garcia. Ze deelt twee keer in de week pamfletten uit op de markt van Tortosa en is inmiddels een ervaren actievoerder. “Het gaat om de toekomst van mijn kinderen. Als de delta verzilt, zullen onze dorpen van de kaart verdwijnen.”
Bij de slager hangt een spandoek: ‘nee tegen het Ebroplan!’ en de visboer verpakt zijn vis in plastic zakjes van het actiecomite. Een van zijn klanten, een oudere meneer, wil niet met zo’n zakje over straat lopen. “Het Spaanse water is van iedereen” bromt hij. “Wij kunnen best wat missen voor de arme boeren in het zuiden.” De visboer haalt zijn schouders op: de klant is koning. “Arme boeren?” briest hij even later. “Ons water is voornamelijk nodig om nog meer hotels, golfbanen en waterparken te bouwen aan de Spaanse zuidkust. Het Ebrowater is van ons. Daar moeten ze met hun poten afblijven.”
“Het sentiment van: ‘ze pikken ons water af’ leeft hier heel sterk”, vertelt Enrice Carbo. “Begrijpelijk, want dit is een van de minst ontwikkelde gebieden van het Noorden. Maar dat is niet waar het om gaat. Het water van de Ebro is van iedereen. De vraag is: is die massale waterverhuizing echt nodig? Er zijn genoeg alternatieven: van zeewater drinkwater maken, de lekken in de waterleiding dichten, betere irrigatiesystemen. En de waterverspilling door toerisme tegengaan. Duurzamer watergebruik is de enige oplossing voor Spanje.”
Duurzaam watergebruik: daar is Manuel Pedregal, milieuwethouder van de gemeente Calvia op Mallorca, een warm voorstander van. “Puur zelfbehoud”zegt hij. “We zijn uit onze krachten gegroeid. Het grote geld lokte. Waarschuwingen over waterschaarste werden weggewuifd. Nu zitten we met de gevolgen.”
Door overvloedig watergebruik daalde de grondwaterstand op
Mallorca de afgelopen 15 jaar met
“We hebben de toerismesector te lang gespaard”, vindt Pedregal. “We waren als de dood dat de toeristen weg zouden blijven, als we zouden ingrijpen.”
Eind jaren negentig besloot Calvia tot een fikse sanering. Op last van de burgemeester werden twaalf hotels opgeblazen die niet meer milieuvriendelijk te managen waren. Ze beperkte de bouw van nieuwe appartementen door bestemmingsplannen te wijzigen. Pedregal: “Elk jaar werden meer waterbronnen onbruikbaar door overexploitatie en vervuiling. Op dezelfde voet doorgaan zou binnen 25 jaar het einde betekenen van Calvia als vakantiebestemming.”
Sinds 2000 heeft Mallorca een ontziltingsfabriek die van zeewater drinkwater maakt. “Het is verleidelijk om te denken dat het waterprobleem daarmee is opgelost”, vindt Pedregal. “Maar de energierekening verdubbelt als we al het water daar vandaan halen. Minder water gebruiken is de enige oplossing.”
De golfbanen van Calvia worden sinds kort besproeid met gezuiverd afvalwater. Door verbetering van het zuiveringsproces moet het afvalwater over een paar jaar ook geschikt zijn voor het sproeien van de planten en als zwembadwater. De lekken in waterleidingsysteem zijn gedicht en de meeste huizen en hotels hebben inmiddels een watermeter. Hoe groter het waterverbruik, hoe hoger de prijs die de klant betaalt per kuub water. Vrijwilligers van de “Blauwe brigade” geven voorlichting over zuinig watergebruik en installeren waterbesparende kranen douchekoppen in de huizen. Komend jaar zijn de hotels aan de beurt. “Onze belangrijkste troef is de waterrekening. Met een spaarknop op alle wc’s -voor de kleine boodschap- bespaart een hoteleigenaar al gauw dertig procent water.”
Ondanks alle inspanningen is het waterverbruik in Calvia nog niet gedaald. Toch is Pedregal niet ontevreden.“We zijn de enige gemeente op Mallorca waar het verbruik sinds twee jaar niet meer toeneemt. Er is een omslag in het denken nodig, dat kost jaren. Veel hoteleigenaren schrikken er voor terug om te investeren in waterbesparende voorzieningen. Ze willen voor een dubbeltje op de eerste rang zitten. En ze zijn bang dat de gasten er last van hebben. Onzin”, vindt hij. “Toeristen komen voor de zon en de zee, maar ze hechten ook steeds meer waarde aan de natuur. Ze vinden het belangrijk dat het natuurlijk evenwicht niet verpest wordt.” Op het strand van Magalouf, een van de badplaatsen van Calvia, is daar nog weinig van te merken. De eensterrenhotels zijn nog betaalbaar en je kunt hier fantastisch feesten, antwoorden vakantiegangers op de vraag waarom ze voor Magalouf kozen. Toch gelooft Pedregal in de macht van de consument. “Vraag de touroperator waar het water in het hotel vandaan komt en of ze iets doen aan waterbesparing. Als toeristen dat soort vragen stellen, gaan touroperators er ook op letten.”
© Ditty Eimers. Overname van teksten alleen na toestemming. info@dittyeimers.nl